OpinieGenderidentiteit

Vraag leerlingen op eerste schooldag niet alleen naar hun naam, maar ook naar hun genderidentiteit

null Beeld

Nu leerlingen weer naar school zullen komen, is er een kans om op de eerste schooldag goed kennis met ze te maken. Niet alleen door hun naam te vragen, maar ook met welk voornaamwoord ze willen worden aangeduid, bepleiten docenten Nederlands Merlijn Borsboom en Nienke Draaisma.

Nog even en ze zitten weer voor onze neus: onze leerlingen. Speelde hun leven zich het afgelopen jaar voornamelijk online af, binnenkort zitten ze gewoon weer in de schoolbanken. Voor sommigen een hele omslag, want de omgangsvormen in de klas zijn anders dan die online.

Voor pubers is de vrijheid om te onderzoeken wie zij zijn heel belangrijk. Een wezenlijk onderdeel daarvan is hun genderidentiteit. Sociale media zijn een podium waarop jongeren hun identiteit vrijelijk kunnen uitdragen. Zo is het bijvoorbeeld steeds gebruikelijker om je voornaamwoorden boven je profiel of achter je e-mailhandtekening in te voegen – ook als je niet transgender bent. De onlinewereld geeft iedereen de autonomie om zijn, haar of hun eigen identiteit te uiten. In de schoolbanken hebben leerlingen geen profielpagina, alleen hun uiterlijk op basis waarvan een docent moet bepalen hoe iemand aan te spreken.

Genderinclusieve toiletten, kleedkamers, groepsindeling

Aan iemands uiterlijk valt echter niet altijd af te lezen hoe diegene zich identificeert. Daarom pleiten wij ervoor een stukje van de onlinewereld naar het klaslokaal te halen, door op de welbekende naambordjes (die de meesten toch al voor de docent zullen maken) ook de gewenste aanspreekvorm aan te geven. Open laten is een optie; sommige leerlingen zijn er namelijk niet over uit hoe ze willen worden aangesproken.

Het zorgt voor een open start aan het begin van het schooljaar en is bovendien een manier om het bewustzijn over genderdiversiteit te vergroten.

Vanuit het gesprek dat ontstaat kan worden nagedacht over andere vormen van genderinclusie: genderinclusieve toiletten, kleedkamers, groepsindeling etcetera. Docenten die daar meer over willen leren, raden wij het GenderDoeboek voor Scholen aan, van Transgender Netwerk Nederland. Daarin staan nog tal van tips en aanbevelingen.

‘Mevreer’ of ‘menouw’

Taal en inclusie gaan hand in hand en als docenten Nederlands denken wij met onze leerlingen daarover na. Hoe inclusief is ons taalgebruik, en wat kan beter? In klas vwo3 bogen we ons laatst over de vraag hoe je docenten aan zou kunnen spreken die geen ‘meneer’ of ‘mevrouw’ zijn. Die worden bij ons op school nu aangesproken als ‘mevreer’ of ‘menouw’.

Dat is even wennen, maar jongeren pakken het verrassend snel op. Toen een collega aan Merlijns klas vroeg of hen een man of een vrouw was, antwoordde een leerling: ‘Nee, non-binair, duh!’

Lees ook:

Bi, pan of queer: jongeren hoeven niet meer zo nodig in een traditioneel hokje

Steeds meer jongeren noemen zich bi, pan of queer. Traditionele hokjes als hetero, homo of lesbo beginnen te knellen. Hoe komt dat? Vier jongeren vertellen bij welk ‘label’ ze zich het prettigst voelen.

‘Met welk voornaamwoord wil je worden aangeduid?’ is in Zweden een hele normale vraag

Een jongetje dat op school verschijnt in een prinsessenjurk: niemand kijkt ervan op, behalve, de eerste dagen, merkt Zweden-correspondent Anne Grietje Franssen. De gelijkheid tussen man en vrouw, toch al groot, kreeg in Zweden via genderneutrale taal een extra duwtje in de rug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden