null Beeld Trouw
Beeld Trouw

ColumnStevo Akkerman

Voor welke precedenten was het kabinet zo bang?

Het is nog niet zo lang ­geleden, tevens een eeuwigheid geleden. De VVD won met Mark Rutte de verkiezingen, de premier kon zich verheugen op de komst van een vierde kabinet met zijn naam, centrumrechts van kleur, precies zoals hij het graag zag. Wel jammer dat hij minder op het CDA zou kunnen leunen en ruimte moest gunnen aan D66. Om de Democraten alvast te intimideren, suggereerde hij het knetterrechtse JA21 als vierde coalitiepartner, en zo zou het formatiespel beginnen.

Dat was vijf weken geleden, inmiddels zijn we heel ergens anders, namelijk waar we in januari waren gebleven, toen Rutte het ontslag van zijn kabinet indiende. Ik sprak hierboven van ‘de premier’, maar ik had daar ‘demissionair’ aan toe moeten voegen, en dat woord had in de verkiezingscampagne ook veel luider en harder moeten klinken. Nu was het alsof we streeploos van Rutte III naar Rutte IV gingen, en de verkiezingen niet meer waren dan een intermezzo, precies zoals de VVD-leider het zich had voorgesteld. Hoe anders was het gisteren, een paar onthullingen verder. De premier moest zich presenteren als een compleet andere Rutte dan de vorige, een man die het beste alternatief was voor zichzelf, een leider die had gebroken met zijn eigen regeerstijl.

“Hoe zouden de ouders uit het toeslagenschandaal naar dit debat kijken?”, vroegen verschillende Kamerleden zich af, en ze bezwoeren dat de slachtoffers van een wrede overheid voorop moesten staan in de beraadslagingen. Ik heb wel een idee hoe deze ouders hebben gekeken. Ze zullen in de eerste plaats het nieuws uit Trouw in gedachten hebben gehad: de compensatie van gedupeerden dreigt volledig vast te lopen, en wie een afwijzing krijgt, kan daar­tegen niet in beroep, wat in strijd is met het advies van de eigen juristen van de Belastingdienst. Daarnaast zullen ze hebben gedacht aan wat bleek uit de notulen van de ministerraad: het kabinet maakte zich vooral zorgen over de eigen politieke positie, meer dan over het toegebrachte onrecht, en de angst voor precedentwerking was groter dan de behoefte om zaken recht te zetten.

Het is een vraag waarop geen prettig antwoord mogelijk is: wat zou het kabinet gedaan hebben zonder druk van kritische Kamerleden en spitwerk van de pers? En in het verlengde daarvan ligt een volgende vraag, door Esther Ouwehand opgeworpen in het debat. Was het eigenlijk wel uit ‘intrinsieke motivatie’ dat het kabinet aftrad of deed Rutte gewoon een stapje terug omdat dat het meeste uitzicht bood op een doorstart?

Waar het na het toeslagenschandaal aan heeft ontbroken, stelde commentator Marc Chavannes deze week, is een ‘reinigingsritueel’. De verkiezingen hadden dat moeten zijn, maar die gingen – met dank aan corona – over andere zaken. En ik blijf na deze toestand, die een crisis is geworden van de Nederlandse politiek als zodanig, met twee kwesties zitten. Eén: moeten we niet, ook vanwege eerdere ervaringen, een maximum stellen aan de termijn van premiers? En twee: voor welke precedenten was het kabinet zo bang? Is dat geen onderzoek waard?

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden