Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Voor we ons massaal tot het vegetarisme bekeren is nog genoeg vlees te benutten

Opinie

Ger Groot

Ger Groot © Trouw
Column

Tomohon is een klein plaatsje in het noorden van Sulawesi, dat oudere Nederlanders nog kennen als Celebes. Onder toeristen is het vooral bekend vanwege zijn ‘extreme markt’, waar slangen, honden en zelfs vleermuizen worden verkocht. Niet als huisdier maar om op te eten. Min of meer panklaar liggen ze uitgestald op de betegelde toonbanken. Een enkele westerling loopt er huiverend langs.

Ik moet bekennen: ook ik wist tot op dat moment niet dat vleermuis een lekkernij kon zijn. Over slangenvlees en eetbare honden was ik minder verrast. Het eerste had ik al eens in de bayous bij New Orleans geproefd, net als kaaiman (smaakt een beetje vissig). Aan hondenvlees heb ik me tot nu toe niet gewaagd, maar dat dat in heel Zuidoost-Azië en China op het menu staat, kan niemand zijn ontgaan.

Lees verder na de advertentie

En waarom ook niet? ‘Duizenden gewassen en dieren zijn te eten, maar dat doen we niet,’ constateerde deze krant in gesprek met de kok Lars Charas. ‘Het zal wel moeten, willen we een gezonde planeet houden,’ aldus die laatste. Of hij daarbij aan slang, vleermuis of zelfs hondevlees dacht, weet ik niet. Maar waarom zouden we die níet op ons bord willen zien? Enger dan de door Charas aangeprezen kwal of vermalen worm kan het niet worden.

Een soort kannibalisme

Vreemd genoeg is het westen de laatste jaren juist tegen het eten van hond in het geweer gekomen. Vanwege de gruwelijke wijze waarop de beesten zouden worden behandeld, vervoerd en geslacht, heet het. Daar zal best iets van aan zijn. Maar dat van al die gemaltraiteerde dieren juist de hond de gemoederen zozeer bezig houdt, wijst op iets anders. Een hond is een beetje ‘zoals wij’, vinden we. Het eten ervan is een soort kannibalisme waarvan we gruwen – zelfs wanneer daaraan geen mishandelingen te pas gekomen zijn. Ook in het keurige Zwitserland schijnen ze niet voor een hondenbout terug te schrikken – en ook daar wordt geroepen om een verbod.

Zo werkt de cultuur tegen zichzelf in. Aan de ene kant verknuffelt zij de natuur tot iets menselijks en bekleedt dat met allerhande taboes. Ook het eten van paardenvlees, een halve eeuw geleden nog tamelijk gewoon, viel eraan ten offer. En aan de andere kant moeten we juist méér van wat de natuur ons biedt als mogelijk voedsel gaan zien. Heel veel plantaardigs, natuurlijk. Maar ook wier, algen, schelpen en kwallen, aldus Charas, die in zijn kookboek volgens deze krant onder andere beschrijft ‘hoe de geit van kop tot staart te gebruiken.’

Het af-eten van de wangen en vooral het uitlepelen van de hersenen uit de opengezaagde schedel: ik moet bekennen dat het best smaakte

Ger Groot

Ik hoor het graag. Als nieuwkomer in mijn tweede vaderland Spanje verwelkomde mijn schoonmoeder mij ooit met het meest uitgelezen deel van het lam dat daar traditioneel op het kerstmenu staat: de kop. Het af-eten van de wangen en vooral het uitlepelen van de hersenen uit de opengezaagde schedel: ik moet bekennen dat het best smaakte.

Stierenballen

Lams- en kalfhersenen heb ik geloof ik nog nooit in Nederland bij de slager gezien. In België verdwenen ze uit de schappen met de gekke-koeienziekte die we te danken hadden aan Thatchers liberale overtuiging dat slagers best hun eigen vlees konden keuren. In Madrid liggen ze in de speciale marktkramen met orgaanvlees nog altijd te kust en te keur. Naast de ingewanden voor de traditionele stoofpot en de stierenballen die bij nader inzien (in plakken snijden, paneren, bakken, klaar) ook best mals blijken te zijn.

De ganzen die rond vaderlandse vliegvelden in groten getale worden afgeschoten of vergast, de geiten die alleen omwille van de kaas gehouden worden en waarvan het vlees aan de straatstenen niet te slijten is: nog lang voordat Nederland zich massaal tot het vegetarisme bekeert valt er in de voedselvoorziening heel wat te benutten. Dankzij de sushi-mode begint het met algen en zeewier langzaam een beetje te lukken. Maar de wormen waarmee ik in België een enkele supermarkt voorzichtig zag experimenteren verdwenen weer even snel uit de koelafdeling als eerder het struisvogel- en kangeroevlees.

Een ‘man who tasted everything’ wil ik wel graag worden

Ger Groot

Een ‘man who ate everything’, zoals de culinair journalist Jeffrey Steingarten zichzelf ooit noemde, zal ik wel nooit worden. Maar de Nederlandse schrikachtigheid voor het onbekende of ongewone op het bord heb ik nooit begrepen. Er valt iets meer te besteden en massaal spoeden mijn landgenoten zich naar de fast-foodketens, zo lees ik op diezelfde dag in deze krant. Elke dag pizza: je moet er niet aan denken.

Ook ik vind niet alles lekker. Marshmallows, hamburgers, IJslandse gefermenteerde haai of oude jenever: mij doe je er geen plezier mee. Maar een ‘man who tasted everything’ wil ik wel graag worden. Een culinaire verrassing, zo heb ik ontdekt, ligt tenslotte in een klein hoekje.

Misschien moet ik binnenkort toch maar eens aan de hond.

Lees ook:

Duizenden gewassen en dieren zijn te eten, maar dat doen we niet. Het zal moeten, willen we een gezonde planeet houden, betoogt kok Lars Charas.

Na een flinke dip groeien de fastfoodketens in Nederland weer. Dat trekt nieuwe spelers als Taco Bell en Dunkin' Donuts.


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Het af-eten van de wangen en vooral het uitlepelen van de hersenen uit de opengezaagde schedel: ik moet bekennen dat het best smaakte

Ger Groot

Een ‘man who tasted everything’ wil ik wel graag worden

Ger Groot