null Beeld

ColumnJamal Ouariachi

Voor mij en mijn vrienden was het gymnasium helemaal geen garantie voor succes

Jamal Ouariachi

Bij grote onderwijsorganisaties is men voorstander van ‘brede en verlengde brugklassen’, schreef Mirjam Remie vorige week in NRC. Het zou een van de oplossingen zijn tegen groeiende kansenongelijkheid. Gymnasia worden daarmee in de verdedigende rol gedrukt. Het beeld is dat van exclusieve instituten voor kindjes van rijke en hoogopgeleide ouders, waar de elite zichzelf in stand houdt. Ik zag het woord ‘gymnasium-schaamte’ voorbijkomen.

Dat woord deed me aan het mijmeren slaan. Moest ik me schamen voor mijn eigen verleden op het B. Gymnasium te A. (zwart balkje over de beroemde voorgevel)? Hoewel inderdaad een aantal van mijn klasgenootjes in het chique Amsterdam-Zuid of aan de grachtengordel woonde, was er zeker ook ruimte voor leerlingen uit ‘mindere’ buurten. Wij waren thuis niet arm, maar evenmin wel­gesteld. We woonden in Oost, een ‘gemengde volksbuurt’, mijn beste vriend A. nam elke dag de metro vanuit de Bijlmer naar het gymnasium.

We begonnen samen een bandje. Al snel sloot klasgenoot G. zich bij ons aan: hij woonde met zijn ouders in een krappe benedenwoning in de Rivierenbuurt. Een gezellig, stampvol huis: overal boeken en muziekinstrumenten. Ook een vorm van rijkdom.

We wilden geen concertpianist maar rockster worden

In mijn optiek is het altijd een kwestie van kansengelijkheid geweest dat wij naar het gymnasium konden. Je hoefde niet in een paleis te wonen om goed te kunnen leren. Waren we elitair? Tegenover onze school lag rocktempel Paradiso: mijn vrienden en ik, we wilden geen concertpianist worden, maar rockster of rapper.

En uiteindelijk? Zijn we zachtjes geland in een old boys network waar we elkaar commissariaatjes toespelen? Welnee. Ik geloof dat een paar oud-klasgenoten in de klauwen van McKinsey zijn gelopen, maar dat is het wel zo’n beetje. Ik tel een handvol drop-outs, onder wie ikzelf: het gymnasium was geen garantie voor vanzelfsprekend maatschappelijk succes.

Een glaasje kinderbloed

Voor zover sommigen nu, een kwart eeuw later, zijn gaan behoren tot wat de buitenwacht als elite beschouwt, kwamen ze daar vaak pas na flink wat omzwervingen terecht. Eentje is de laatste jaren regelmatig als Amerika-kenner op tv te zien, een ander zit in de Eerste Kamer – niet voor het elitaire D66, maar voor een afsplitsing van Forum voor Democratie. En mijn oude bandmaatjes? A. is beeldend kunstenaar, G. is hiphopproducer. Laatst zag ik een videoclip van hem voorbijkomen op Instagram waarin hij met zijn gappies meeloopt in een protestmars tegen het coronabeleid. Hij rapt over de deep state en The Great Reset. Hij leeft in een andere realiteit dan ik, al gingen we naar dezelfde school. Als dat gymnasium werkelijk ons toegangskaartje tot ‘de’ elite was geweest, zaten we nu met alle oud-klasgenoten onze aanstaande wereldheerschappij te plannen onder het genot van een satanisch glaasje kinderbloed.

Jamal Ouariachi is schrijver. Behalve­­ romans en verhalen schrijft hij onder meer recensies en columns. Lees hier eerdere columns van Ouariachi terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden