null Beeld

ColumnHans Goslinga

Voor een toondoof kabinet lijkt Van der Plas een alternatief

Hans Goslinga

De Amerikaanse president Theodore Roosevelt had zo’n hekel aan zijn bijnaam ‘Teddy’, dat hij zijn omgeving verbood hem zo te noemen. Het is dus niet zo vreemd dat nogal wat lezers zich eraan hebben gestoord dat ik BBB-aanvoerster Caroline van der Plas in mijn jongste columns heb aangeduid als ‘Lientje’. De teneur in de reacties: denigrerend tegenover vrouwen en getuigend van randstedelijk dedain jegens het platteland.

Roosevelt (1858-1919) kreeg zijn bijnaam nadat bekend was geworden dat hij tijdens een berenjacht had geweigerd op een jonge beer te schieten. Bij Van der Plas ligt het anders. Zij noemt zich op het sociale medium Twitter zelf ‘Lientje’. Maar dat was voor mij niet de reden deze naam aan het electorale succes van haar beweging te koppelen.

Mijn overweging was dat ‘Lientje’ vanwege de klankwaarde scherp het verlangen uitdrukt naar de menselijke maat in de verhouding tussen politiek en burgers. De Lientje-revolte als reactie op de vervreemding in deze relatie. Daar zit in mijn ogen de diepere politieke en democratische betekenis.

Pim Fortuyn was het perfecte antwoord

In zijn boek Stijlen van leiderschap heeft de historicus Henk te Velde laten zien hoezeer personen in de politiek iets duidelijk maakten over de periode waarin zij de toon aangaven. Het gaat daarbij niet zozeer om de personen zelf, maar om de tijdgeest die zij verbeeldden en politiek uitdrukten. Zo was de extravagante Pim Fortuyn in 2002 het perfecte antwoord op het indolente en naar binnen gekeerde paarse leiderschap.

In de Nederlandse politiek slaat tussen burgers en politiek al gauw de vervreemding toe. Het is een van de ongunstige effecten van de coalitiecultuur, die wetmatig de aandacht en de energie van politici naar binnen trekt, met als gevolg dat ze snel met hun rug naar de samenleving komen te staan. De cultuur kenmerkt zich dus niet alleen door de dichte deuren van de binnenkamer, maar ook door een toneel waarop theatrale figuren als Fortuyn, Wilders en Baudet de macht uitdagen.

De BBB is in zoverre anders dat zij zich met de gemeenzame houding van Van der Plas dichter bij het midden positioneert. Misschien heeft de beweging de les geleerd van D66-oprichter Hans van Mierlo, die meende dat je in ons land macht vanuit het midden verovert, niet vanaf de flanken. D66 is dan ook de eerste partij die, in 1994, met succes de spilpositie van het CDA aanviel en de enige partij die de omslag van protest naar meebesturen heeft weten te maken.

Lastig evenwicht

Het vinden van een evenwicht tussen bestuur en vertegenwoordiging van de burgers is in ons bestel domweg lastig. Abraham Kuyper en Pieter Jelles Troelstra waren in de beperkte democratie vóór 1917 charismatische leiders van hun volgelingen, maar zoals Mozes het beloofde land niet binnen mocht, kwam Troelstra niet aan besturen toe en was Kuyper als premier geen succes.

Vanuit het burgerperspectief was hun betekenis echter groot. Zij bewerkten de doorbraak naar een meer volwaardige en pluriforme democratie door invoering van het algemeen kiesrecht, evenredige vertegenwoordiging en een gelijkwaardige positie van christelijk naast openbaar onderwijs. De betekenis van politieke leiders als verbeelders van een tijdgeest bevat nog een diepere laag.

Henk te Velde constateerde dat onze politieke geschiedenis er niet een is van ‘vanzelfsprekende vooruitgang’, of het nu de democratie zelf betreft, of de emancipatie, of redelijke inkomensverhoudingen. In elke periode, schreef hij, moet opnieuw strijd worden gevoerd over wat de kernwaarden van onze democratie zijn, wat politiek is en hoe politiek moet worden bedreven. Dat plaatst de Lientje-revolte in een wijder en betekenisvoller perspectief dan louter een proteststem tegen het vierde kabinet-Rutte, dat maar niet los kan komen uit de schaduwen van gisteren en op de grenzen van het ik-tijdperk stuit.

De onopgesmukte stijl van Willem Drees viel in de wederopbouwperiode zozeer samen met de geest van de tijd dat hij ‘Vadertje Drees’ werd genoemd. De burgers trokken hem als het ware in hun vertrouwde sfeer, zoals in Duitsland gebeurde met bondskanselier Adenauer (‘Der Alte’) en in de jaren zeventig met Joop den Uyl (‘Ome Joop’). Boer Koekoek en Hans van Mierlo doorbraken in de jaren zestig, ieder op eigen wijze, de regenteske stijl van besturen en maakten de politiek opener en toegankelijker.

In historisch perspectief is de Lientje-revolte dus niet echt verrassend, maar een gevolg van wetmatigheden die uit de aard van ons coalitiebestel voortkomen. Voor een toondoof kabinet en een zich overschreeuwende oppositie lijkt Van der Plas nu het gematigde alternatief, zoals CDA-voorman Jan Peter Balkenende (‘Harry Potter’) dat in 2002 was. Maar de cruciale vervolgvraag is hoe op nationaal en provinciaal niveau vorm en inhoud met elkaar in lijn te brengen.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden