Essay Nutteloze kennis

Volgens Flip van Doorn is nutteloze kennis helemaal niet zo zinloos

Mevrouw Benz maakt de allereerste autorit

Al een eeuw geleden pleitten denkers voor nutteloze kennis. Dat pleidooi blijft actueel, betoogt Flip van Doorn, medesamensteller van een bundel over nutteloze kennis. 

Hoewel er in zijn tijd meer experimenten werden gedaan met verbrandingsmotoren, geldt de Duitser Carl Friedrich Benz als de uitvinder van de auto. Dankzij hem kunnen wij ons verplaatsen in door viertaktmotoren aangedreven, zelfrijdende wagens. En al zijn er kanttekeningen bij te plaatsen, het praktische nut van zijn uitvinding behoeft hier verder geen betoog.

Minstens zo interessant is het te weten dat de eerste autorit gemaakt werd door een vrouw. Door Bertha Benz, om precies te zijn, de echtgenote van de uitvinder, in 1888. Met haar twee zonen wilde ze op bezoek gaan bij haar moeder, die 104 kilometer verderop woonde. Haar man had in zijn werkplaats in Mannheim een prototype staan, maar daarmee durfde hij zelf de weg nog niet op. Bertha wel. Met een hoedespeld en een kouseband verrichtte ze onderweg enkele noodzakelijke reparaties. De apotheek waar ze een fles wasbenzine kocht, ging de boeken in als de eerste benzinepomp.

Het verhaal van Bertha Benz verscheen eerder als een staaltje van Nutteloze Kennis in de gelijknamige rubriek in deze krant. Aardig om te weten, maar niet veel meer dan dat. Of toch? Alle mannelijke hoon over vrouwen achter het stuur ten spijt, was de eerste echte automobilist een vrouw. Carl Benz erkende later dat het succes van zijn automobiel voor een groot deel te danken was aan de aandacht die zijn vrouw er onderweg mee wist te trekken. En waar in eerste instantie details als de kouseband en de hoedespeld de aandacht trekken, lijkt het erop dat Bertha Benz niet alleen met enig technisch inzicht begiftigd was maar ook met een talent voor marketing.

Zo verschaffen ogenschijnlijk luchtige weetjes als deze ons een kijkje onder de motorkap van de maatschappij, om in de beeldspraak te blijven. Een groot deel van de ‘Nutteloosjes’ die in de loop der jaren in Trouw verschenen, hebben Trouwredacteur Jonah Kahn en ik onlangs gebundeld, aangevuld met nieuwe weetjes, in ‘Hoeveel poten heeft een octopus? – Het Grote Boek van de Nutteloze Kennis’.

Nutteloze kennis, wat is dat, en wie bepaalt dat? Om voor plaatsing in de Trouwrubriek vol Nutteloze Kennis in aanmerking te komen, hanteerde mijn kompaan Jonah de vuistregel: “Het mag geen enkel praktisch nut dienen en het moet een glimlach op je gezicht toveren.”

Bevrijding

Of het eerste criterium houdbaar is, valt te bezien. Een van degenen die zich al vroeg met nutteloze kennis bezighielden, was wetenschapper Abraham Flexner (1866-1959), de eerste directeur van het gerenommeerde Institute for Advanced Study in Princeton. Hij wijdde in 1939 een essay aan ‘The Usefulness of Useless Knowledge’. Flexner juicht daarin ogenschijnlijk nutteloos wetenschappelijk onderzoek toe. Wie de wetenschap puur omwille van zichzelf bedrijft, bereikt vaak meer dan de doelgerichte onderzoeker. Belangrijke ontdekkingen zijn in essentie te danken aan wat nutteloze experimenten leken. Flexner noemt radiotechnologie en bacteriologie, maar het gaat ook op voor hedendaagse zaken als dna-structuren of het internet. Naar zijn mening draagt een nieuw wetenschappelijk inzicht net zoveel rechtvaardiging in zich als een gedicht of een symfonie, los van de vraag of het nut heeft. Hij pleit zelfs voor afschaffing van het woord ‘nut’ en daarmee voor de bevrijding van de menselijke geest.

De huidige directeur van het instituut, de Nederlander Robbert Dijkgraaf, bepleitte op zijn beurt in zijn boek ‘Het nut van nutteloos onderzoek’ het belang van verwondering, intuïtie, kunst en creativiteit in de wetenschap.

En dan is er nog Bertrand Russell. De Britse filosoof (1872-1970) geldt als groot pleitbezorger van nutteloze kennis. Naar zijn mening is na de Industriële Revolutie de nadruk steeds meer komen te liggen op de vraag of kennis praktisch toepasbaar en daarmee economisch renderend en dus nuttig is. Hij zag de opkomst van het Japanse imperialisme, het Russische communisme en het Duitse nazisme zelfs als het gevolg van een in extremis doorgevoerd streven naar toepasbaarheid van kennis. Als tegengif reikt hij de nutteloze kennis aan die studies als biologie, geschiedenis en astronomie verschaffen en die het individu in staat stelt zichzelf in het juiste perspectief te plaatsen.

Pilsgrens

Het NGTBEVVNK, het Nederlands Genootschap ter Bevordering en Verbreiding van Nutteloze Kennis, leverde tussen 1989 en 1994 wekelijks een bijdrage aan Trouw. Een volle pagina werd destijds gewijd aan, om maar wat te noemen, onderzoek naar de pilsgrens tussen het Germaanse noorden en het Romeinse zuiden van Europa. En de meeste kans op het vinden van het eerste kievitsei had je in 1993 in Friesland, maar niet op vrijdag.

In 2014 blies Jonah Kahn de rubriek nieuw leven in: korte ‘Nutteloosjes’ verschenen in eerste instantie drie keer per week op de achter­pagina van de nieuwskrant, later wekelijks in de wetenschapsbijlage. Oplettende lezers zullen hebben gemerkt dat de rubriek na de zomer van 2018 geruisloos is verdwenen. Een enkeling nam de moeite per ingezonden brief om terugkeer te vragen, maar de hoofdredactie kon er geen ruimte meer voor vinden. Het nut van nutteloze kennis legde het af tegen de nieuwswaarde van de harde alledaagse werkelijkheid.

Meer dan ooit lijkt in de snelle, dagelijkse praktijk van vandaag het nut van kennis in de eerste plaats te worden afgemeten aan de economische waarde ervan. Dat blijkt ook uit de teloorgang van de geesteswetenschappen. De Vrije Universiteit van Amsterdam heeft dit jaar zelfs de bachelorstudie Nederlands opgeheven wegens een gebrek aan studenten. Wat heeft die studie nog voor nut wanneer meer en meer mensen zich van het Engels bedienen?

Maar juist nu en juist op dit gebied tekenen zich voorzichtig de contouren af van het nut van nutteloosheid. Onderzoekers hebben aangetoond dat het verdwijnen van de soortenrijkdom in een gebied hand in hand gaat met het verdwijnen van talen. Diversiteit in woordenschat hangt samen met biodiversiteit, en waar een gebrek aan biodiversiteit toe leidt wordt met de dag duidelijker.

Liniaal

Het Nederlandse landschap is nuttig. Langs een liniaal getrokken polderwegen en -vaarten, rechthoekige kavels, een Afsluitdijk. De rechte lijn domineert en vooral na de Tweede Wereldoorlog maakten herverkaveling en het ‘normaliseren’ – een fraai eufemisme voor rechttrekken – van beken korte metten met al te wufte grillen van de natuur.

Nu blijkt dat we daarmee zeldzame inheemse soorten hun leefgebied afnemen, keert het tij. Er komt een vispassage in de Afsluitdijk en oude beeklopen worden hersteld. Niet geheel toevallig gebeurt dat laatste vooral in regio’s als Groningen, de Achterhoek en Twente, waar de streektaal zich tegen de klippen op staande wist te houden.

Flexner vergeleek in 1939 de wetenschap al met de Mississippi: de woeste rivier die in staat is door dijken te breken is ontstaan uit talloze stroompjes. Wie de efficiënt gekanaliseerde hoofdloop van nuttige kennis stroomopwaarts volgt, komt via aftakkingen terecht bij de haarvaten van de wetenschap. Het zijn de doelloos meanderende beekjes van nutteloze kennis waaruit ons weten ontspringt.

Mug

Nut laat zich niet in economische termen vangen. Wat is het nut van een mug? Geen idee, maar haal alle muggen weg en het ecosysteem stort in. Bij bestrijding van insecten die schadelijk zijn voor nuttige gewassen leggen ook de voor ons zeer nuttige bijen massaal het loodje. Wat is het nut van een woordenschat en wie zijn wij om dat te bepalen? Apostel Paulus vond dat de oefening van het lichaam weinig nut heeft. Daar wordt tweeduizend jaar later heel anders over gedacht.

Russell geeft een aantal voorbeelden van de verschuivende definitie van nutteloze kennis. In de Renaissance, zo stelt hij, was studeren een vorm van joie de vivre. Niemand had het over nut. De Britse schrijver en komiek Stephen Fry sluit zich daarbij aan. In zijn onlangs vertaalde autobiografie ‘Een Jongensleven’ schrijft hij: “Het zijn de nutteloze dingen die het leven de moeite waard maken en spannend bovendien: wijn, liefde, kunst, schoonheid. Zonder die dingen is het leven veilig, maar niet echt het leven waard.”

Hoe sterker de nadruk in de maatschappij op het nuttige komt te liggen, hoe inniger we onze nutteloze kennis moeten koesteren. Wanneer we het nut als belangrijkste uitgangspunt nemen en slechts nog dingen doen, maken of leren die nuttig zijn, komen we op een punt waar alles alleen nog maar nut heeft en derhalve niets meer nut heeft. Dan rest het leven niets anders dan zich in zijn totale nutteloosheid aan ons te openbaren.

Mulisch

In zijn magnum opus ‘De Ontdekking van de Hemel’ beschrijft Harry Mulisch hoe het leven door de voortschrijdende technologie steeds zinlozer wordt. We maken het zelfs zo bont dat engelen ingrijpen en het verbond tussen de mensen en hun Chef eenzijdig opzeggen. Bij monde van zijn hoofdpersoon Onno Quist stelt Mulisch: “Aangezien uiteindelijk alles onzinnig is, het hele leven en de hele wereld, heeft van de weeromstuit alleen het onzinnige nog een soort zin.” Anders gezegd: in een wereld waarin alles nutteloos is, krijgt het nutteloze nut.

De vraag of nutteloze kennis enig nut heeft, leidt vroeger of later tot de vraag of kennis hoe dan ook nut heeft. Wie niet oppast, belandt dan al snel bij de zin van het leven. Dan is het verstandiger een bonte opsomming nutteloze ­wetenswaardigheden te lezen, die ontspanning brengt en wellicht een glimlach om de lippen tovert. In deze overspannen tijd is dat alleen al nuttig. 

Flip van Doorn (1967) is medesamensteller van de bundel ‘Hoeveel poten heeft een octopus?’. Voor Trouw droeg hij bij aan de rubriek ‘Nutteloze kennis’, en aan de reeks ‘Het mooiste Nederland’. Hij schreef ‘De eerste wandelaar’ en ‘Een verzonnen koninkrijk’, en diverse toeristische gidsen over Nederland.

Flip van Doorn en Jonah Kahn: ‘Hoeveel poten heeft een octopus? Het grote boek van de nutteloze kennis’. Thomas Rap; 336 blz. € 22,50.

Lees ook: 

Lees hier afleveringen van de Trouw-rubriek ‘Nutteloze kennis’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden