null Beeld

ColumnJames Kennedy

Vietnamoorlog leert dat Poetin steun kan verliezen door mobilisatie

James Kennedy

Poetin heeft een gedeeltelijke mobilisatie afgekondigd om meer soldaten te kunnen sturen naar het front in Oekraïne. Hoe ontwrichtend is het als een land burgers mobiliseert voor de oorlog? En vooral als het gaat om een oorlog in een ander land? Als Amerikaan denk ik dan niet alleen aan de succesvolle mobilisaties van de Eerste en Tweede Wereldoorlogen, maar ook aan Vietnam. Om de oorlog te beëindigen schafte Richard Nixon in januari 1973 (bijna een halve eeuw geleden) de dienstplicht af, die daarna nooit meer ingevoerd zou worden.

De Vietnamoorlog laat ons zien dat verplichte mobilisatie in een consumentensamenleving op den duur het einde van een oorlog kan betekenen – als de burgerbevolking die last niet wil dragen. Natuurlijk is het Rusland van nu anders dan het Amerika van de jaren zestig. In mijn eigen land kregen de vrije media de schuld. Het conflict in Vietnam wordt ook niet voor niets de eerste televisieoorlog genoemd. Dergelijke media bestaat niet in Rusland. Maar uiteindelijk waren het niet de media maar de boosheid, de angst en het leed als gevolg van de Amerikaanse dienstplicht die de afnemende steun voor de oorlog in gang zette.

Zware wissel op de samenleving

Eigenlijk was de Vietnamoorlog in de ogen van de Amerikaanse regering formeel geen oorlog. Het Congres had namelijk in 1964 de president alleen alle bevoegdheden gegeven om de aanvallen op Amerikaanse troepen in Vietnam af te slaan, niet om zelf ook de aanval in te zetten. Maar president Lyndon Johnson kon wel veel soldaten mobiliseren, omdat er al sinds de Tweede Wereldoorlog een dienstplicht was. In 1965 had hij al 184.000 soldaten gezonden naar Vietnam.

Dit bleek echter lang niet genoeg. De laatste helft van de jaren zestig zou de Amerikaanse overheid ongeveer 300.000 Amerikanen per jaar sturen en toevoegen aan de daar aanwezig strijdkrachten. Nog steeds ging het om slechts een klein percentage van de Amerikaanse jonge mannen, maar het trok alsnog een zware wissel op de samenleving.

Vrijwilligers waren er nog steeds in groten getale: vaderlandslievende mannen die gehoor wilden geven aan de oproep van hun land. Slechts een kwart van de soldaten die vochten aan het front hadden zich niet vrijwillig aangemeld. Er was echter ook een andere reden om je als vrijwilliger aan te melden: je kon dan voorkeuren opgeven, waardoor je meer kans had om buiten het front gestationeerd te worden.

Ne als in Rusland veel arme burgers die vochten

Eén van de manieren om de dienstplicht te ontvluchten, was inschrijving bij een universiteit. Want dan kreeg je uitstel, omdat het ook in het landsbelang was dat burgers gespecialiseerde kennis opdeden. Maar niet iedereen had de benodigde diploma’s of het geld om zich aan de universiteit in te schrijven. 80 procent van de Amerikanen die in Vietnam dienden waren afkomstig uit de arbeidersklasse, of behoorden tot de minima en hadden geen hogere diploma’s dan die van de middelbare school. Net als in het huidige Russische leger waren het vooral de arme burgers die vochten. Dat leidde op den duur ook tot maatschappelijke spanningen.

Maar de mannen die vooral protest aantekenden waren de hoger opgeleiden, de witte mannen die afkomstig waren uit de midden- of hogere klassen. Zij leidden de protesten op de campussen, lieten hun oproepkaarten demonstratief verbranden of vluchten met duizenden tegelijk naar Canada. Hoewel veel Amerikanen de oorlog bleven steunen en geen goed woord over hadden voor deze ‘snotneuzen’, werd het wel steeds moeilijker voor de ­politiek om deze mannen – en hun vaak invloedrijke families – te ne­geren.

Politiek bewustzijn deed oorlog kantelen

De meeste Amerikanen kenden wel iemand die naar Vietnam ging en dat maakte hen bewuster. Het maakte hen meer politiek betrokken. Het was dit politieke bewustzijn dat het Amerikaanse oorlogs­beleid deed kantelen.

Uiteindelijk moest de regering-Nixon de inzet afbouwen en kwam er een einde aan de Amerikaanse deelname aan de oorlog. Maar niet voordat drie miljoen Vietnamezen en 58.000 Amerikanen het leven hadden gelaten en er acht jaren waren verstreken. God verhoede dat de oorlog in Oekraïne ook zo lang zal duren – of dat het juist escaleert. Maar de Russische mobilisatie betekent wellicht dat de oorlog niet eindeloos uitgerekt kan worden.

James Kennedy is een Amerikaanse historicus verbonden aan de Universiteit Utrecht. In Trouw geeft hij om de week zijn visie op de Nederlandse samenleving. Lees hier meer columns van James Kennedy.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden