Veteranen in de mantelzorg verdienen steun

Voor veel mensen is het vanzelfsprekend voor een naaste te zorgen.Beeld Hollandse Hoogte / Richard Brocken

Ze zijn er ook in de mantelzorg: veteranen. En net als andere veteranen hebben die steun nodig, meent Erik Ypema, voormalig beleidsadviseur ouderenzorg bij de provincie Utrecht.

Het intensief en langdurig zorgen voor een naaste zoals een bejaarde ouder of een partner is een zware taak. Dit mantelzorgen wordt meer en meer als vanzelfsprekend beschouwd; want niet alleen willen ouderen zo lang mogelijk thuis blijven, ze moeten dat ook. Een afnemend aantal plaatsen in instellingen en hogere zorgdrempels draagt daaraan bij.

Veel mensen hebben een gemengd gevoel bij dat mantelzorgen: het is vanzelfsprekend en met liefde dat je voor je naaste zorgt. Maar het gaat wel ten koste van het andere 'gewone' leven en het voelt weleens raar om als mantelzorger enigszins een afhankelijke variabele van het overheidsbeleid te zijn. Gelukkig is er wel ondersteuning gekomen, waardoor mantelzorgers het beter en langer kunnen volhouden. Dat 'langer volhouden' is voor overheden en verzekeraars een meevaller en voor de mantelzorger een (soms bittere) noodzaak.

Ontwenning

Veel 'mantelzorgcarrières' eindigen met het overlijden van de persoon waarvoor gezorgd werd. Je zou denken dat mantelzorgers dan, naast het verdriet om het verlies, opgelucht zijn dat ze verder kunnen met dat 'gewone' leven. Voor veel mensen (en ik reken mijzelf daartoe) is dat waar. Maar het geldt niet voor iedereen. Er zijn er ook die soms 24/7 paraat zijn en voor wie het mantelzorgen dermate a way of life geworden is dat ze dat andere, meer gewone leven, allengs ontwend zijn geraakt.

Een voorbeeld: een alleenstaande vrouw van 63 die tien jaar lang dagelijks voor haar dementerende moeder heeft gezorgd. Ze had haar baan opgezegd en haar moeder in huis genomen. Onder het motto 'dat komt straks wel weer' had ze haar sociale contacten verwaarloosd. Hoewel ze vaak mopperde op haar moeder had ze wel een duidelijk doel in haar leven en ervoer ze haar bestaan als zinvol. Toen haar moeder met 88 jaar overleed, bleek er geen werk meer te zijn, waren de meeste contacten opgedroogd en was ze als het ware verleerd haar eigen leven zinvol vorm en inhoud te geven.

Met dit voorbeeld wil ik illustreren dat de zorgen niet voor alle mantelzorgers en niet als vanzelf voorbij zijn als het mantelzorgen voorbij is. Soms zijn ze zelfs groter: zeker als mensen in de voorafgaande periode hun blik te weinig naar 'buiten' hadden gericht. Dan gaat het om een dubbelverlies: van de geliefde naaste én van een periode die weliswaar zwaar was, maar ook betekenisgevend. De rouw is er dan ook om het eigen verloren leven.

Veteranen

Ik noem hen mantelzorgveteranen: getekend en vaak beschadigd door hun ervaringen. Zij hebben een duidelijk verhoogd risico op isolement, dat kan leiden tot gevoelens van eenzaamheid en tot gezondheidsklachten.

Om hoeveel mensen het precies gaat is moeilijk te zeggen, maar volgens het SCP voelen 400.000 mantelzorgers (10 procent van het totale aantal) zich overbelast. Het zou me niet verbazen als ministens een kwart van deze groep, circa 100.000, als mantelzorgveteraan kan worden aangeduid.

Ik wil dan ook pleiten voor specifieke ondersteuning van deze veteranen. Zij zijn meestal bekend bij zorg- en ondersteunende organisaties. In algemene zin zouden zij hun ondersteuning moeten uitbreiden, bijvoorbeeld door het organiseren van lotgenotencontacten. Deze nazorg is een kwestie van fatsoen, maar het kan een stimulerende gedachte zijn dat die voor deze groep bijdraagt aan minder gezondheidsklachten en dus lagere zorgkosten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden