OpiniePlatteland

Versterk de kracht van krimpgebieden

Krimpregio’s kunnen bijdragen aan de opgaven waar Nederland voor staat. Hulp daarbij is welkom, aldus Marijn Molema van het Fries Sociaal Planbureau en Elly van der Klauw van het Kennisnetwerk Krimp Noord-Nederland.

In coronatijd wordt soms jaloers naar dunner bevolkte gebieden gekeken. Vaak zijn hier minder coronabesmettingen en er is meer ruimte voor wonen en recreatie. Misschien versterkt de pandemie zelfs een trek naar het toegankelijke platteland, zo suggereerde Eveline van Leeuwen (Opinie, 11 april). Tijd om eens opnieuw te kijken naar beleid voor spreiding van mensen en activiteiten over Nederland.

Sinds 2009 voert het Rijk samen met gemeenten en provincies beleid voor krimpgebieden in Noord-Nederland, de Achterhoek, Zuid-Limburg en Zeeland. Het doel is bewustwording van krimp, afremmen van de negatieve effecten van minder huishoudens en behoud van leefbaarheid. Minder aandacht was er voor economische ontwikkeling en het verbinden van deze regio’s met de rest van Nederland.

Voormalige land- en mijnbouwgebieden

In de naoorlogse decennia was die focus er juist wel. Met industriepolitiek werden nieuwe bedrijven aangetrokken in de landbouw- en voormalige mijngebieden. Ook voor wonen werden ontwikkelingskernen aangewezen. In de jaren zeventig werden rijksdiensten overgeplaatst naar plaatsen als Veendam of Heerlen.

Deze wat geforceerde spreiding van bedrijvigheid en mensen hoeft voor ons niet terug te komen. In de 21ste eeuw zijn nieuwe manieren nodig om regionale ontwikkeling te stimuleren. We pleiten voor een bottom-upbenadering, die in krimpgebieden al sterk is. Bewoners zetten zelf nieuwe zorgsystemen, energiecoöperaties met dorpsmolens, buurtwinkels en alternatief vervoer op. Ondersteuning van overheidswege met dorpsondersteuners of regisseurs en enige middelen vergroten wel het succes en de continuïteit. Er mag ook niet te veel op de schouders van vrijwilligers gelegd worden.

Kwetsbare randen

Maar net zoals het ene dorp het andere niet is, zo is de ene regio de andere niet. Er zijn dorpen en regio’s die er niet op eigen kracht uit komen. Een dunnere economie, gecombineerd met bovengemiddelde sociale lasten, maakt de randen van Nederland kwetsbaar. Er is weinig financiële draagkracht. Trekpaarden, in de vorm van krachtige bedrijven of organisaties, zijn niet altijd aanwezig. Daarom moet de rijksoverheid het eigen initiatief blijven ondersteunen met mensen en middelen. Met bijvoorbeeld een transitiefonds, waarmee regionale plannen uitgevoerd kunnen worden.

Daarnaast zou de verdelingssystematiek van het gemeentefonds rekening moeten houden met regionale kwetsbaarheid. Inwonersaantallen zijn nu dominant in de verdelingssystematiek. Dit pakt negatief uit voor krimpgemeenten, terwijl maatschappelijke voorzieningen hier juist extra onder druk komen.

Verzilveren

Om de toekomstkracht van alle regio’s te versterken is dus ook nationaal betrokkenheid nodig. Wij pleiten bovendien voor een bovenaanzicht. Hoe kunnen de krimpregio’s bijdragen aan de uitdagingen van heel Nederland? In coronatijd ligt gezondheid onder het vergrootglas, maar bij de klimaatopgave en de energietransitie liggen ook kansen. Goede (spoor)verbindingen kunnen de spanning op de grootstedelijke woningmarkt verlichten. Hierdoor kunnen meer Nederlanders bewust kiezen voor de woon- en/of werkomgeving die bij hen past. Tot slot liggen aan de randen van Nederland grensoverschrijdende ontwikkelingskansen. Om die te verzilveren, moeten we de barrièrewerking van de grens tegen gaan.

In het krimpbeleid is het tijd voor een nieuwe fase, na bewustwordingsprogramma’s en versterking van de leefbaarheid. Nu moet de nadruk liggen op de regionale ontwikkelkansen. Elke regio zou zijn eigen potenties moeten herkennen, erkennen en verder uit moeten bouwen. Waar nodig met ondersteuning van buitenaf. Want heel Nederland is gebaat bij bloeiende regio’s, die maximaal bijdragen aan de opgaven­­ waarvoor wij staan.

Lees ook: 

Krimp is een ramp, maar wel eentje met voordelen

Als de dorpsschool sluit, trekken de gezinnen weg en met hen de winkeliers. Dat is erg, maar krimp biedt ook onvermoede kansen. Wat is erger, vroeg Monic Slingerland zich af: te veel mensen in een stad of te weinig? 

Help, waar zijn de leerlingen?

Videolessen, fusies of zelfs opheffing: nu het aantal leerlingen in Nederland terugloopt, staat het onderwijs voor een forse uitdaging. In de Achterhoek slaan scholen de handen ineen om de krimp het hoofd te bieden. ‘We experimenteren hier met de toekomst.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden