Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Verliefd op een robot

Opinie

Jos de Mul

Ze praat, lacht en wandelt, weegt 43 kilo en is 1,58m lang. De Japanse humanoïde robot, ontworpen door Kazuhito Yokoi, luistert naar de naam HRP-4C, alias Miim. Afhankelijk van de gebruikte software kan ze ook dansen of zingen; verder functioneert Miim prima als mannequin die op de catwalk bruidskleding showt. Foto © EPA

Onlangs nodigde het Ministerie van Veiligheid en Justitie robotica-specialisten uit om eens mee te denken over de inzetbaarheid van robots op de beleidsterreinen van het ministerie, zoals het bewaken van mensen tijdens grote festiviteiten, of gevangenen op verlof. Minister Ivo Opstelten en staatssecretaris Fred Teeven bleken vooral geïnteresseerd in de korte termijn: toepassingen voor tijdens hun regeringsperiode. Ik kijk nog even verder.

Tot voor kort kwamen we robots, behalve in sciencefictionromans en -films, vooral tegen in de fabriek in de gedaante van de industriële robot. Inmiddels maakt de robot ook schoorvoetend zijn entree in de publieke en private ruimte. Dat stelt robotontwerpers voor nieuwe vragen. Willen robots zinvol en veilig met mensen kunnen omgaan, dan moeten ze niet alleen intelligent zijn, maar ook menselijke emoties kunnen herkennen en uitdrukken. En misschien zal de toekomstige robot ook zelf emoties moeten bezitten.

Intelligente robots zijn machines die geprogrammeerd zijn om doelgericht te handelen, rationele beslissingen te nemen en effectief met hun omgeving om te gaan.

Robots zijn er in soorten en maten. Sommige lijken op mensen, andere niet. De robotstofzuiger die in het gezin van mijn zoon de vloer schoonhoudt, heeft veel weg van een bovenmaatse damsteen. Robots hoeven niet tastbaar te zijn. De softbot op het internet, die een vraag van een helpdeskklant beantwoordt, is niet meer dan een softwareprogramma. Ook in grootte variëren robots sterk, van microscopisch kleine nanorobots, die via de bloedvaten het menselijk lichaam binnengaan om defecte cellen te repareren, tot complete intelligente gebouwen (ambient intelligence).

Robots verschillen ook in de mate van autonomie. Zo worden telerobots, zoals die door politie en brandweer, door het leger (drones, onbemande bommenwerpers) en in de ruimtevaart al worden gebruikt, op afstand bestuurd; ze hebben in het geheel geen 'eigen wil'. Maar meestal kunnen ze op basis van hun programma min of meer zelf beslissingen nemen en door vallen en opstaan ook bijleren.

Robots die geheel zelfstandig opereren en zich kunnen reproduceren en ontwikkelen, treffen we voorlopig alleen aan in sciencefictionromans en -films. En misschien moeten ze daar voorlopig ook maar blijven.

Ik onderscheid drie robotvormen. Ze kunnen in de eerste plaats fungeren als een verlengstuk van ons lichaam, met behulp waarvan we de wereld kunnen waarnemen en daarmee interacteren. De telerobot is daarvan een voorbeeld.

Bij het tweede type, zoals het intelligente huis, fungeert de robot eerder als de achtergrond van ons handelen.

Het derde type robot werkt als een kunstmatige ander, die met ons in interactie treedt. Het is hier dat emoties belangrijk worden.

Emoties zijn reacties op uitwendige of inwendige prikkels of gebeurtenissen, die tot uitdrukking komen in bepaalde fysiologische kenmerken (bijvoorbeeld verhoogde hartslag), gedragspatronen (vluchten) en gevoelens (angst). Ze kennen twee basisdimensies: ze zijn prettig of onprettig en ze verschillen in intensiteit (van bezorgdheid via vrees naar paranoia). Sommige emoties zijn aangeboren en sterk reflexmatig, andere zijn meer cultureel bepaald (schuld, schaamte). Ook kunnen we tijdelijke 'aandoeningen' (verliefdheid) onderscheiden van langdurige affecten (liefde), van affectieve disposities (een licht ontvlambaar karakter) en objectloze affecten (een verveelde stemming of depressie).

Waarom zijn emoties cruciaal voor intelligent gedrag? Dat hangt samen met de motiverende werking die emoties hebben ('emotie' en 'motief' gaan beide terug op het Latijnse movere, bewegen). Emoties brengen ons ertoe interacties aan te gaan met onze omgeving, zetten ons aan doelen te formuleren en na te streven en op grond daarvan beslissingen te nemen. Wie, zoals bij een bepaald type hersenletsel, geen emoties ervaart, is doelloos en lusteloos en blijft steken in eindeloze afwegingen zonder tot handelen te worden bewogen.

Bij sociale intelligentie spelen emoties nog een andere rol. Om adequaat aan sociaal verkeer deel te nemen, moeten we in staat zijn emoties bij onszelf en anderen te herkennen en herkenbaar uit te drukken. Het vergt bovendien inlevingsvermogen in de emoties van anderen. 'Emotionele intelligentie' is geen afzonderlijk vermogen, maar een dimensie van vrijwel ieder intelligent gedrag.

Robots zijn inzetbaar in de publieke ruimte, op verkeersknooppunten en festivalterreinen, in voetbalstadions, bioscopen, winkelcentra en kantoren. Ze kunnen informatie vergaren, diensten verlenen, toezicht houden, bewaken, beschermen, redden, opsporen, arresteren en massa's in de hand houden (crowd control). Daarbij spelen emoties een rol. Ontwerpers van 'sociale robots' dienen emotionele vaardigheden in te bouwen opdat die sociaal kunnen functioneren. Daar houden relatief nieuwe disciplines als de sociale robotica en affective computing zich mee bezig.

Zij zorgen er in de eerste plaats voor dat robots emoties bij mensen kunnen herkennen. Dat is mogelijk door de robot de fysiologische en gedragsmatige veranderingen (gelaatsuitdrukking, lichaamsbeweging en -houding) waarin emoties tot uitdrukking komen, te laten registreren. In de tweede plaats dient de robot zelf emoties te kunnen uitdrukken, door de eigen gelaatsuitdrukking, lichaamshouding of -beweging.

Ten slotte zou een robot, om doelen te kunnen stellen, te beslissen en sociaal met mensen om te gaan, ook zelf emoties moeten kunnen ervaren. En dat kunnen robots van nu - gebouwd op basis van de klassieke mechanica en de seriële Von Neuman computer - nog niet.

Het is een interessante filosofische vraag of ze dat ooit zullen kunnen, maar voor het functioneren van robots en mens-robotinteracties is het antwoord op die vraag meestal irrelevant. We kunnen die ervaring namelijk sowieso simuleren, net zoals een schaakcomputer niet echt kan denken, maar wel uitstekend kan schaken. Dergelijke simulaties zijn niet real in fact maar wel real in effect. Je kunt een robot zo programmeren dat hij bij nadering van een groep hooligans fluks de plaats des onheils verlaat. Dan doet het er niet toe of het in de programmatuur opgenomen doel ('overleven') gepaard gaat met angstgevoelens in het inwendige van de robot.

Vanuit het perspectief van de mens maakt het ook weinig uit. Mensen hebben het vermogen én de neiging om intenties en emoties toe te schrijven aan alle entiteiten waarmee ze interacteren. Dat fenomeen zien we niet alleen bij het kind dat speelt met een pop en de dierenliefhebber die zijn hond een standje geeft, maar het doet zich ook voor wanneer we werken met dingen (de laptop) en des te sterker naarmate deze artefacten autonomer functioneren en meer op de mens lijken.

Al wordt er veel geëxperimenteerd met sociale en affectieve robots, privé en in de publieke ruimte zie je er nog bijna niets van. Dat komt doordat affective computing nog in de kinderschoenen staat, maar ook omdat machines die emoties waar kunnen nemen, meten, registreren, communiceren en beïnvloeden, de nodige gevaren met zich meebrengen. En ze roepen enorme maatschappelijke en ethische vragen op.

Welke emoties zal de omgang met computers bij ons oproepen? Gaan we computers als deelnemers aan het sociale verkeer accepteren? Zullen we vooral plezier beleven aan de omgang met robots ¿ net als nu nog met mobieltjes, iPads en andere gadgets? Zal de onwennigheid tijdelijk zijn of blijven frustratie en angst vanwege disfunctioneren de boventoon voeren? En hoe zit het met de emotionele privacy? Zullen we ons niet bedreigd voelen door robots die voortdurend onze emotionele gesteldheid meten? Of raken we juist emotioneel verslingerd aan seksrobots - nu al populair in Zuid-Korea? En is het denkbaar dat we ooit liefdesrelaties zullen aangaan met een robot? Vijftien jaar geleden bleken kinderen en volwassenen zich al te kunnen hechten aan hun Tamagotchi - een kookwekkertje met aaibaarheidsfactor nul.

Het lijkt me dan ook allerminst uitgesloten dat mensen in de toekomst diepe gevoelens ontwikkelen voor aantrekkelijke humanoïde robots. En daarbij blijven ongetwijfeld ontrouw en jaloezie ons niet bespaard. Zou dat het einde van het humanisme betekenen of eerder het tijdvak inluiden van een humanisme-plus?

Laten we ons bij wijze van gedachte-experiment eens verplaatsen naar 2023 en terugblikken op de intrede van de robot in de Nederlandse samenleving (zie hiernaast: 'Wat is er met de PedoBot® gebeurd?'). Het gaat daarbij om toepassingen die technisch gezien nu al (bijna) mogelijk zijn. Geen sciencefiction dus, maar sciencefaction. Het is aan de lezer om te bedenken of de ervaringen met PedoBot® wel of niet zullen leiden tot maatschappelijke en ethische satisfaction.

Jos de Mul is hoogleraar wijsgerige antropologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit jaar verscheen van hem 'Paniek in de polder. Politiek en populisme in Nederland'.

Lees ook:
2023: wat is er met de PedoBot gebeurd?

Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie