ColumnSylvain Ephimenco

Vergeleken met de pest is het virus een peuleschil

Genesteld tussen de dure stranden van Forte dei Marmi en de heuvels van het stadje Seravezza, ligt Eurospin. Een supermarkt waar de prijzen nooit de pan uitrijzen en de klant voor 59 cent een halve kilo penne rigate van het merk Tre Mulini kan kopen. Pasta voor de smalle beurzen dus. Maar dinsdag gaapte de leegte van de schappen de koper tegemoet als evenveel ongevulde magen. Althans als het ging om pasta, bloem en olijfolie. In de loop van die dag werden in Toscane de eerste twee patiënten gesignaleerd die door het coronavirus zijn gevloerd, terwijl in heel Italië het aantal geïnfecteerden groeide tot bijna driehonderd gevallen. Tijd dus, je weet maar nooit, om het boodschappenkarretje tot een onzichtbare nok toe te vullen.

En terwijl ik deze leegte aanschouwde, stond naast me een mevrouw van middelbare leeftijd zachtjes te vloeken (porca miseria!) met amper ingehouden woede. Toen ik haar met gespeelde naïviteit en een vet buitenlands accent vroeg hoe dit allemaal kwam, ontplofte ze bijna. De schuld van iedereen, was het. Van de hebberige klanten, de regering en het medisch personeel, en ook van de journalisten die van een mug een olifant maken. Het is maar een griepje, zei ze, een influenza die alleen zeer oude mensen treft die volgend jaar toch de pijp uit zouden gaan. Ze keek me indringend aan: “Wij, Italianen, hebben toch de peste ­nera van die Chinezen al eens overleeft. Wat zeuren ze dan?”

Hardnekkige herinnering

Later op de avond zocht ik wat aanvullingen over die ‘Zwarte Dood’ uit de veertiende eeuw waarvan kennelijk een hardnekkige herinnering in de Italiaanse genen zit. Ik vond een relaas van de franciscaan Michele da Piazza over de eerste kennismaking van Europa met de pest. Ook toen ontstond de ziektekiem in Azië of China en infecteerde in Europa Italië als eerste.

In de maand oktober in het jaar 1347 deden twaalf Genuese schepen de Siciliaanse haven van Messina aan. De zeelieden aan boord waren al doodziek geworden en hadden zwellingen onder de oksels zo groot als een ei. De schepen met overlevenden werden uiteindelijk de haven uitgejaagd maar het was al te laat. Deze builenpest kostte in vier jaar het leven aan ongeveer 30 tot 50 procent van de Europese bevolking, wat neerkomt op 25 tot 50 miljoen mensen.

Daarmee vergeleken is dat nieuwe coronavirus, met wereldwijd nog geen drieduizend doden tot nu toe, inderdaad een peuleschil. Maar in het collectieve geheugen van de mensheid is de pest uit de veertiende eeuw (de grootste epidemie uit de geschiedenis), nog diep verankerd. Dan maar drastische maatregelen nemen uit voorzorg. 

Intussen heeft het virus de Italiaanse politiek besmet. Premier Conte neemt geen enkele politieke verantwoordelijkheid voor de virusexplosie en beschuldigt een ziekenhuis in Lombardije van nalatigheid. Door politici uit Noord-Italië wordt hij voor ‘infaam’ en ‘weerzinwekkend’ uitgemaakt. Gisteren vonniste het rechtse dagblad Il Giornale de premier met ­behulp van chocoladeletters: ‘Conte is het virus’.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit. Lees zijn columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden