Column

Veel mooier kan een marathon niet zijn

Marijn de Vries Beeld Maartje Geels

Hij ligt op zijn rug op de atletiekbaan van het Olympisch ­Stadion, zijn bovenlichaam in baan 2, zijn benen in baan 3. De ogen knijpt hij dicht. De handen slaat hij voor zijn gezicht. Pijn. Marathonloper Michel Butter is zojuist Nederlands kampioen geworden in Amsterdam. Maar zijn verkrampte hamstrings eisen even alle aandacht op.

Drie jaar geleden liep hij een veel betere tijd. Véél beter. Zes minuten en tien seconden sneller liep hij toen maar liefst. Na de finish hing hij in de armen van zijn vriendin. Niet uit blijdschap. Maar uit teleurstelling. Toen was de pijn veel groter. Nu zijn het zijn hamstrings maar.

Door zijn gesloten ogen ziet hij het kleine meisje niet. Ze staat op nog geen meter afstand. Een spijkerjasje en een rokje met stippen aan, in haar blonde haar een Elsa-vlecht. Zo gauw de handen voor het gezicht gaan, doet het meisje resoluut een stap naar voren en gaat op haar knietjes zitten naast zijn hoofd. Ze geeft hem een kus, tussen zijn handen door. De ogen gaan open, een lach breekt door en de handen strekken zich uit naar het meisje. Meer dan dat bewegen kan Michel Butter door de kramp nog niet.

Drie jaar geleden probeerde ik te raden wat zijn vriendin tegen hem zei. Dat hij het supergoed gedaan had, dacht ik, en dat hij best huilen mocht om de op acht seconden gemiste olympische limiet. Die dag had het moeten gebeuren. Michel Butter miste Rio – ook de laatst overgebleven kwalificatiepogingen mislukten. Maar de meest dramatische bleek zonder twijfel de finish in het Olympisch Stadion.

Acht seconden op een marathon. Acht seconden op een mensenleven. Ze kunnen allesomvattend zijn. Zo’n drama deel je samen als je een stel bent, filosofeerde ik verder, terwijl ik ze zachtjes spreken zag. Neus tegen neus. Eigenlijk te intiem voor op tv.

Maar wat wist ik, wat wist de kijker toen over wat er werkelijk besproken werd? Tijd heelt alle wonden, zeggen ze wel eens. Ik weet niet zeker of dat wel zo is. De wond groeit een beetje dicht, er komt een korstje op. Maar zo gauw iemand eraan gaat krabben, bloedt het opnieuw. Schrik je ’s nachts weer zwetend wakker van die acht seconden.

Mooie race

Ik weet zeker dat dat Michel Butter af en toe nog wel eens overkomt. In aanloop naar het evenement dat toen zo’n dramatische ontknoping had, bijvoorbeeld. Misschien niet geheel toevallig liet hij juist in deze marathon de wil om een snelle tijd te lopen los. Dit keer wilde hij er – naast winnen natuurlijk – vooral een móóie race van maken. Eentje met een tactisch spel. Dat lukte. Hij won. En zijn maatje Edwin de Vries werd door zijn slimme lopen tweede.

De dag na de fatale acht seconden, drie jaar geleden, zat ik nog steeds met Michel Butter in mijn hoofd. Grappig genoeg bleek ­Michel daar zelf stukken minder mee bezig. Want halverwege de maandagmiddag plaatste hij een bericht op de sociale media: “Trots en straks klaar voor de volgende stap op de marathon en een nog grotere in ons leven.” Dus dát was het wat zijn vriendin na de finish neus tegen neus met hem besprak. Acht seconden te langzaam. Maar we krijgen een kindje.

Het kindje dat nu op haar zwarte laarsjes haar vaders pijn weg kust. Michel Butter wilde een mooie marathon. Dat lukte. Veel mooier had een marathon niet kunnen zijn.

Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees meer van haar columns op trouw.nl/marijndevries.

Lees ook:

Voor loopgrootheid Defar was ‘Amsterdam’ een lange lijdensweg

Zoals zondag in Amsterdam zagen we Meseret Defar zelden. Liggend op de grond van de pijn. De voormalig olympisch kampioene slaakt een schreeuw. En nog een. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden