Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Veel immigranten in het Westen vallen terug op familie; we moeten snappen waarom

Opinie

Naema Tahir

© Maartje Geels
Column

De Noorse film ‘What will people say’ (2018), over een Noors-Pakistaanse immigrantentiener en haar verscheurde leven, zette me flink aan het denken. En mijn publiek ook. 

Met mijn publiek bedoel ik de bioscoopgangers in Cinema Middelburg, ruim een week geleden, waar ik was om de film te modereren, als Nederlands-Pakistaanse. De film is eerder in deze krant gerecenseerd. Volgens de recensent is de film ‘geen rijkgeschakeerd drama dat uitnodigt tot meeleven’. ‘Als toeschouwer kun je weinig anders dan er verbijsterd naar kijken’. Het is inderdaad een film die je verbijstert. Maar hij nodigt wel degelijk ook uit tot meeleven.

Lees verder na de advertentie

Het zou jammer zijn als u, door een recensie als de genoemde, de film niet zou gaan bekijken. Want de regisseuse levert met de film een knap stuk werk af, waarin ze haar persoonlijke lotgevallen en die van miljoenen andere vrouwen heeft verwerkt.

Waar gaat de film over?

Waar de staat zwak is, moet de familie wel sterk zijn

Nisha, een Noors-Pakistaanse tiener, wordt op een dag uit Noorwegen ontvoerd door haar eigen vader en naar Pakistan gebracht. Haar vader is boos op Nisha, die in zijn ogen te westers wordt. In Pakistan zal ze onder het strenge toezicht van de grootfamilie in het gareel worden gehouden. Tot zover is de film tamelijk standaard. Dit soort verhalen kennen we al langer.

Diepere lagen

Maar daarna boort de film hele diepe lagen aan, die wij, als wij de multiculturele samenleving willen begrijpen, moeten leren kennen. Het gaat om de verhouding tussen de staat en de familie. Dit soort kwesties worden niet vaak aangesneden in het debat over de multiculturele samenleving.

In Noorwegen leidt Nisha een vrij, blij leventje. Ze kan gaan en staan waar ze wil, ze sport, ze gaat naar school, naar de disco, kiest haar vrienden uit en is rebels. Een gewone, experimenterende tiener. Die als individu haar eigen keuzes maakt. Die haar familie steeds minder nodig heeft, voor die keuzes, voor haar groei en bloei. Hoe dit komt? Door de moderne verzorgingsstaat. Die heeft het individu losgewrikt van het gezin, geïndividualiseerd. Het individu wordt gesteund en zo nodig opgevangen door de verzorgingsstaat.

In Pakistan ligt het anders. Je ziet Nisha omringd door haar grootfamilie in een huis met tralies, afgesloten van de buitenwereld, de keiharde buitenwereld. Elke keer als Nisha buiten is, op de groentemarkt, op de vlucht, of dollend met haar neef, leert ze hoe gevaarlijk de buitenwereld is. Overal loert het kwaad, mannen die je willen onteren, misbruiken, afpersen, tot en met de politie aan toe.

Boze buitenwereld

Nisha valt terug op de enige bescherming die ze in Pakistan heeft: haar familie. Die familie houdt haar klein, sluit haar zelfs op, maar in ieder geval beschermt die haar tegen de ellende buiten. In Pakistan is Nisha geen individu met vrije keuzes. Ze is lid van een groep die voor haar beslist. Noodgedwongen, ja. Maar er is geen staat die je steunt en opvangt en die voor rechtsbescherming zorgt. Waar de staat zwak is, moet de familie wel sterk zijn.

Veel immigranten in het Westen hebben die mentaliteit van het terugvallen op familie, het je kinderen afschermen van de boze buitenwereld, het voor hen beslissen, meegenomen naar hier. Dat is er niet zomaar uit te krijgen.

Naema Tahir is jurist en schrijver. Voor Trouw schrijft ze om de week een column. Haar andere columns vindt u hier. 

Deel dit artikel

Waar de staat zwak is, moet de familie wel sterk zijn