Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Vanwaar toch dat enthousiasme over vliegen?

Opinie

Ger Groot

© Trouw
Column

Geradbraakt en gestrest, zo komt een vakantieganger het vliegtuig uit. Nee, dan de treinreiziger. Die begint zijn vakantie al zodra hij het station uitrijdt. 

Eén ding heb ik gemist in het themanummer over vliegen, zaterdag in de bijlage Tijd van deze krant: het genot van een vlucht zonder het luchtruim te kiezen. In Japan schijnt het een succesvol nieuwtje te zijn. Je meldt je aan bij een incheckbalie, gaat onderuit zitten in je vliegtuigstoel en verder komt alles tot je via een virtual-realitybril. Behalve de maaltijden die je 'onderweg' worden geserveerd en de attente stewardessen die daarvoor zorgen. 

Lees verder na de advertentie

Eenmaal 'aangekomen' in Parijs, Rome of San Francisco maak je, ook weer via die bril, een tocht langs de plaatselijke bezienswaardigheden. Alles bij elkaar ben je er zo'n 50 euro aan kwijt, meldde de NOS een tijdje geleden. Een uitkomst voor wie krap bij kas zit of kampt met lichamelijke gebreken. Want een echte vlucht, zo verzuchtte een van de virtuele reizigers, brengt een hoop ongemak met zich mee.

Dat beaam ik graag, maar wat mij betreft zit dat ongemak vooral in de dingen waar de droogvliegende luchtreizigers juist wél voor kiezen. De kwelling van de vliegtuigstoel, het gepruts met oneetbare maaltijden, de gevangenisplicht om urenlang op je plaats te blijven omdat je snurkende buurman niet op wekpogingen gesteld lijkt.

Al die vlieguren moet je niet optellen bij de rust die je zo node zoekt, je moet ze juist als aftrekpost dubbel in rekening brengen

Een goed diner

Weinig begrijp ik dan ook van het enthousiasme dat Stijn Fens en Wim Boevink over het vliegen ventileerden. 'Vlieg, mensen, vlieg', zo besloot die laatste zijn column met veel treinvertragingsleed. Ik leef met hem mee, maar zou hem graag voorhouden wat de vliegtuigreiziger moet doorstaan wanneer zijn vlucht uitvalt, onbepaald vertraagd is, of de aansluiting op de 'hub' gemist heeft. 

Anders dan stations lijken vliegvelden er speciaal op ontworpen de reiziger zo'n groot mogelijk gebrek aan comfort te bieden - onder bedrieglijke schijn van het tegendeel.

Jarenlang ben ik in de zomer per autoslaaptrein naar mijn vakantiebestemming gereisd. Ook daarbij waren vertragingen aan de orde van de dag. Maar dat gaf niet. Een internationale trein brengt - althans in de vrijetijdsmodus - een aangenaam soort tijdloosheid met zich mee. De reislectuur is geduldig, de restauratiewagon serveert een goed diner, terwijl de zon ondergaat serveer je je medereizigers een laatste glas port.

Ook dat gaat niet op een koopje. Maar bij de treinreis begint de vakantie al zodra je aankomt op het station, in het vliegtuig pas bij het uitstappen - en dat maakt zo'n reis meteen een stuk begrotelijker. Al die vlieguren moet je niet optellen bij de rust die je zo node zoekt, je moet ze juist als aftrekpost dubbel in rekening brengen. Bij aankomst ben je - gestrest en geradbraakt - pas echt aan vakantie toe.

Obsoleet rollend materieel

Helaas werd de autoslaaptrein ruim tien jaar geleden afgeschaft. De voornaamheid die zich niet om haast bekommert was kennelijk niet meer van deze tijd - zoals het licht obsolete rollend materieel dat eigenlijk ook al niet meer was. Het droeg alleen maar bij tot het plezier van een tocht die tegelijk een tijdreis was: naar een verleden waarin minuten nog niet geteld werden als verliespost en genot niet hoefde te worden nagejaagd, omdat het er al wás.

Daarom beklaag ik de virtuele Japanse reizigers die definitief lijken te zijn begoocheld door de verleiding van het 'hebben' boven het 'zijn' - om in de termen van Ed Hoornik te blijven. Hij was het ook die in een van zijn gedichten constateerde: "Het is maar tien uur sporen naar Berlijn". Dat duurt vandaag de dag net iets korter, geloof ik, maar Wim Boevink denkt er inmiddels het zijne van.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees hier zijn eerdere columns.

Deel dit artikel

Al die vlieguren moet je niet optellen bij de rust die je zo node zoekt, je moet ze juist als aftrekpost dubbel in rekening brengen