Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Van niemand mag geëist worden een held te zijn

Opinie

Audrey Hepburn in 1961 op de set van de film Breakfast at Tiffany's © afp
Column

Helaas, de half-Nederlandse filmster Audrey Hepburn was als meisje onder de bezetting geen verzetsheldin, zo meldde deze krant vorige week.

Geen koerierster geweest, geen geld ingezameld voor het verzet. In tegendeel bijna. De eerste stappen in haar artistieke carrière kon zij zetten dankzij de nauwe banden van haar moeder met de Duitse bezetter.

Een gevalletje 'moederliefde' dus - als we afgaan op de titel van de tentoonstelling die in januari geopend word in het Airborne Museum in Oosterbeek. Moederliefde van een vrouw die 'maximaal heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheden die tot haar beschikking stonden,' aldus Sarah Thurlings, directrice van het museum, in deze krant. 'Zij wil haar dochter kansen geven die zij zelf nooit heeft gekregen.'

Dat is een opmerkelijk mild oordeel over een vrouw die in de jaren dertig actief lid was van de Britse Union of Fascists. Over een vrouw ook die allerminst verkeerde in de behoeftige omstandigheden die haar 'gebrek aan kansen' lijkt te suggereren. Ella van Heemstra was van adellijke afkomst, niet bepaald van de straat. Je vraagt je af hoe er over deze collaboratie geoordeeld zou zijn wanneer ze niet met de mantel der moederliefde kon worden toegedekt.

Lees verder na de advertentie
Wij eisen moed die we zelf nooit hebben hoeven betonen

Comfortabele vergetelheid

Of dat oordeel dan veel billijker zou zijn is de vraag. Hepburns moeder deed, zoals Thurlings terecht opmerkt, wat het merendeel der Nederlanders deed - al ging ze daarin wel veel verder. Tallozen accomodeerden zich aan bij de situatie waarvan de uitkomst ongewis was. Het vonnis dat wij daar nu over vellen koestert zich in de wetenschap van de afloop- en in een comfortabele vergetelheid ten aanzien van het angstregime van toen. Daarom oordelen wij, vrijwel nooit écht op onze eigen standvastigheid getest, zo hard. Wij eisen moed die we zelf nooit hebben hoeven betonen.

Des te bewonderenswaardiger zijn de mensen die toen die moed wel opbrachten. En des te betreurenswaardiger is de ontluistering die hen soms ten deel valt sinds Nederland in die duistere jaren aan elkaar heet te hebben gehangen van labbekakkerigheid. Ingekankerd antisemitisme zou voor de volksaard toen al net zo kenmerkend zijn geweest als onverbeterlijk racisme nu.

Ten aanzien van het nationale oorlogsverleden heeft zelfverachting de plaats ingenomen van de (soms ook overdreven) naoorlogse trots van een kleine maar standvastige natie. De omslag moet in de tweede  helft van de jaren zestig hebben plaatsgevonden: het moment waarop een generatie aan het woord kwam die zelf de oorlog niet meer had meegemaakt en kritisch achterom begon te kijken.

Einde van ombarmhartigheid

Kritisch waren wij (ikzelf behoor er ook toe) op een verleden dat óns niet meer kon worden aangerekend. De ontmanteling van de nationale verzetsmythe kreeg zo iets dubbel onaangenaams. Terwijl de ouderen van hun morele troon werd gestoten, glansde het blazoen van de jongeren er des te verblindender door. Wíj noemden man en paard - al waren het per definitie nooit ónze namen die werden aangeklaagd. Zoals de Verlichting zichzelf extra ophemelde door de Middeleeuwen 'duister' te noemen, zo toonden wij na de oorlog heldenmoed door deze de oudere generatie onverschrokken te ontzeggen.

Het milde oordeel over Ella van Heemstra lijkt een einde te markeren van die onbarmhartigheid. Maar heel zeker ben ik daar niet van. Er moet iets teveel moederliefde aan te pas komen om van een werkelijke kentering te spreken. Rond het ontegenzeglijke gelijk van Chris van der Heijden, dat Nederlanders in overgrote mate niet wit of zwart maar grijs waren, hangt nog altijd het taboe van het morele scherprecht.

Terwijl de ouderen van hun morele troon werd gestoten, glansde het blazoen van de jongeren er des te verblindender door

Heldendom is schaars

Ik denk aan mijn eigen grootvader aan wie ooit gevraagd werd of zijn dochters voor het verzet als koeriersters dienst konden doen. Net als bij Audrey Hepburn is dat nooit gebeurd. Misschien omdat mijn grootvader zelf ternauwernood ontkomen was aan een inval in de drukkerij waar hij werkte en waar ondergrondse pamfletten werden gedrukt. Niet dat hij daarvan weet had. Ook hij was geen held. Maar hij wilde zijn dochters niet blootstellen aan de verschrikkingen die daarvan het risico waren en waarvan niemand zich een voorstelling durfde maken.

Halve collaborateurs als Ella van Heemstra, die meer dan alleen maar 'grijs' was, kwamen in onze familie niet voor. Maar heldendom ook niet. Dat is nu eenmaal een schaars en in alle opzichten riskant goed. Je kunt en mag het van niemand vergen -al heeft Nederland zijn eigen verleden in de afgelopen decennia juist op die eis afgerekend.

Deel dit artikel

Wij eisen moed die we zelf nooit hebben hoeven betonen

Terwijl de ouderen van hun morele troon werd gestoten, glansde het blazoen van de jongeren er des te verblindender door