null Beeld
Beeld

ColumnHans Goslinga

Van een nek-aan-race met Rutte is geen sprake

Bij deze verkiezingen zou dat oude idee van Hans van Mierlo nog niet zo gek zijn. De D66-voorman wilde de kiezers twee stemmen geven, één op de macht, een kandidaat-premier, en één op de tegenmacht, een kandidaat-Kamerlid. Het zou veel kiezers van een probleem in het stemhokje verlossen.

De kiezers die nu vanwege de coronapandemie hun waardering voor de liberaal Rutte als leider-in-crisistijd willen uitdrukken, maar niet de VVD er gratis bij wensen, staan voor een dilemma. Met een tweede stem zouden ze daar vanaf zijn: één stem op Rutte, de andere op het CDA-Kamerlid Omtzigt of het SP-Kamerlid Leijten, de verbeelders van de tegenmacht in de afgelopen regeerperiode.

De kiezers die het spitwerk van deze parlementariërs naar het fatale toeslagenbeleid willen waarderen, maar geen vertrouwen hebben in de lijsttrekker of het programma van hun partij, staan voor eenzelfde probleem. Een tweede stem zou hen ruimte geven tot nuancering.

Geen schijn van kans

Het idee is nog altijd deel van het D66-pleidooi voor de gekozen premier, zij het minder opgepoetst dan voorheen, maar dat maakt in Den Haag geen schijn van kans. De staatscommissie-Remkes bekeek het als mogelijkheid de bestuurskracht te vergroten, maar verwierp het als te ingrijpend. Het lost misschien een probleem in het stemhokje op, maar schept weer allerlei nieuwe problemen. In Israël is het rond de eeuwwisseling enige jaren beproefd, maar geen succes gebleken en snel weer afgeschaft.

Toch bepaalt het de gedachten bij een probleem in onze democratie, dat in het toeslagenbeleid tot een rampzalige ontsporing van de overheid heeft geleid: de te dichte verknoping van regering, parlement en (bestuurs)rechter. Het is begrijpelijk dat de coronapandemie deze crisis naar de achtergrond drukt, maar daarmee is ze niet weg. In dat licht is het zelfs een tikkeltje vreemd dat de Kamerverkiezingen, alsof er niets is gebeurd, opnieuw worden verengd tot een strijd om het Torentje, het symbool van de macht in Den Haag.

Premier Rutte lijkt te profiteren van de historische wetmatigheid dat in tijden van nood de kiezers hun toevlucht tot het zittend leiderschap nemen, ook al laat dat steken vallen. Hij schaart zich daarmee in de rij van Colijn (depressie), Drees (wederopbouw, politionele acties) en Lubbers (economische crisis). In zekere zin hoort in deze rij ook Den Uyl, die in 1977 als premier een recordzege boekte, terwijl er een trein- en schoolkaping in Drenthe gaande waren.

In de peilingen ligt Rutte nu zo ver op zijn rivalen voor dat van een nek-aan-race geen sprake is. Niettemin verklaren de concurrenten bijna plichtmatig dat zij ook voor het Torentje gaan. Daarmee laten zij de kaart van de tegenmacht onberoerd, juist nu het toeslagendebacle zo indringend de behoefte aan een sterke Tweede Kamer heeft aangetoond, die als ware volksvertegenwoordiging primair over de belangen van de burgers waakt.

Een typisch 'mierparlement’

Misschien is het te veel gevraagd. De Kamer zien als tegenmacht vereist een breuk met de ingesleten traditie van de staatsdragende partijen ‘mee te regeren’. Oud-Kamervoorzitter Dolman zei in de jaren tachtig, deels kritisch, deels liefkozend: ‘We zijn een typisch mierparlement’. De blik trekt hierdoor als vanzelf naar binnen. Het idee van twee stemmen opent in elk geval de ogen voor de rol van Kamer als tegenmacht van de regering en niet minder als wetgever die ervoor waakt dat wetten het beleid bepalen en niet, zoals bijna ongemerkt praktijk is geworden, het beleid de wetten.

In Nederland is er van een zuivere trias politica, een scherpe scheiding der machten geen sprake, met uitzondering alleen van de Hoge Raad, die ondanks zijn zetel nabij het Binnenhof, een soevereine afstandelijkheid en onafhankelijkheid in acht neemt. Daarom is er veel te zeggen voor overheveling van de hoogste bestuursrechter van de, door nogal wat oud-politici bevolkte, Raad van State naar dit college.

De pandemie maakt het begrijpelijk dat Rutte het premierschap wil prolongeren. Een terugtreden zou nu zelfs kunnen overkomen als vaandelvlucht. Daar komt bij dat hij nog altijd zowel een vrolijk fluitende fietser als een stille tovenaar is; net zoals zijn politieke overgrootvader Cort van der Linden, die de natie als neutraal land door de Eerste Wereldoorlog leidde. Maar er zit uit democratisch oogpunt toch iets onbevredigends in het verloop der dingen sinds de berekende val van het kabinet in januari. De omstandigheden zijn buitengewoon, de coronanood breekt wetten en rechtvaardigt dat het demissionaire kabinet toch half-missionair doorregeert. Het is begrijpelijk dat Rutte wat afstand houdt van het strijdgewoel van de campagne en gewoon ‘naar kantoor’ gaat. Maar in die schijnbare vanzelfsprekendheid begint, zonder tussenkomst van D66, een presidentieel trekje door te breken.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden