Van de boer die een vrouw zoekt

Het best bekeken tv-programma van de Nederlandse televisie is 'Boer zoekt vrouw'. Het hield filosofe Eva-Anne Le Coultre, samen met een slordige vijf miljoen andere kijkers, de afgelopen jaren vele zondagavonden aan de buis gekluisterd. Waarom? Omdat de mensen zo 'echt' zijn? Of is het juist het ideale drama?

'Boer zoekt vrouw' gaat over de liefde, althans, dat is wat presentatrice Yvon Jaspers steevast verkondigt. Maar nog veel meer dan over de liefde gaat het over authenticiteit. 'Jezelf zijn' is een voortdurend terugkerend thema. Als Sonja (seizoen vijf) naar huis wordt gestuurd zegt ze huilend: "Ik begrijp het niet, ik was toch gewoon mezelf al die tijd?"

Jaspers antwoordt: "Ja, jij bent heel eerlijk geweest." En raadt haar aan om uitleg te vragen bij boer Marcel. Alsof 'jezelf zijn' een garantie is voor succes.

Ook boer Frank is op zoek naar authenticiteit - in de stal vraagt hij Judith of hij hier wel te maken heeft met 'de echte Judith'. "Jij moet gewoon jouw waarheid laten zien. Lukt dat?"

Judith: "Nou, niet helemaal, omdat ik er wel bang voor ben."

Frank: "Maar dit is wel jij?"

Een ander slachtoffer van dit ideaal van 'echt jezelf zijn' is Yvonne, die op de boerderij van Gijsbert komt logeren. Al bij de eerste ontmoeting zegt ze: "Ik hoop dat ik gewoon lekker mezelf kan zijn. Maar ik heb wel mijn onzekere kanten. Ik denk toch de hele tijd: kijkt hij naar mij?"

Op de boerderij wordt haar verlegenheid steeds meer een probleem. Gijsbert: "Ik vind het nog steeds lastig om een compleet beeld van Yvonne te krijgen. Als je het haar vraagt blijft ze volhouden dat ze wel haar spontane kanten heeft en dat ze het heel moeilijk vindt om zichzelf te zijn. Iedereen krijgt een kans om te laten zien wie die is. Die moet ze wel pakken, de anderen doen dat ook. Ik kan pas een goede keuze maken op het moment dat ik daar een compleet beeld van heb."

De volgende dag gaat Gijsbert met Yvonne praten. Terwijl ze aan het werk zijn, zegt hij leunend tegen de tractor: "De een gaat er makkelijker mee om dan de ander en hoe kan ik daar dan doorheen prikken?"

Yvonne: "Ja, dat is ook zo, je krijgt er ook geen beeld van. Je krijgt zo niet te zien wie Yvonne is." Ze kijkt weg.

Gijsbert: "Ja, probeer er eens niet zo mee bezig te zijn. Flap er eens wat uit, weet ik veel."

Yvonne: "Ja, maar dan denk ik ook meteen weer: o jee."

Gijsbert: "Dat moet je niet doen."

Yvonne, nu met tranen in haar ogen en duidelijk gefrustreerd: "Ja ik wíl ook laten zien wie ik ben."

Maar het lukt niet. Gijsbert stuurt haar als eerste naar huis en zegt tegen de twee overgebleven dames: "Ze voelde zich er ongemakkelijk bij, en ik heb dat ook gewoon letterlijk tegen haar gezegd: als je een kans krijgt, moet je die wel pakken."

Eigen schuld, dikke bult. Maar wat als Yvonne nu gewoon verlegen ís? Dan is het toch haar eigen verlegen zelf dat je te zien krijgt? 'Lekker jezelf zijn' betekent blijkbaar iets heel anders. Het wordt alleen positief gebruikt, om aan te duiden dat iemand leuk, spontaan en gezellig is. Van een vrouw die verlegen, chagrijnig of boos is, wordt niet gezegd dat ze 'zo lekker zichzelf is'.

Het idee van authenticiteit komt voort uit het romantische idee dat er een oorspronkelijke, pure bron in onszelf verborgen zit en dat we gelukkig zullen worden als we die vinden. Volgens de Franse filosoof Jean Jacques Rousseau (1712-1778) moeten we luisteren naar onze innerlijke stem om te horen hoe we moeten leven. De natuur is fundamenteel goed, maar door de verdorven cultuur zijn wij het contact ermee verloren. We vertrouwen niet op onszelf, zijn te veel bezig met wat anderen van ons denken. We willen bewonderd en geliefd worden. Zo dwalen we af van onze oorspronkelijke goedheid en vrijheid en verspelen onze natuurlijke zelfliefde. Deze amour de soi slaat om in onnatuurlijke eigenliefde, de amour propre met haar egoïsme en hebzucht. Rechtspraak, onderwijs, wetenschap: het zijn allemaal instituties die de natuurlijke goedheid in onszelf ondermijnen en ons het moeras van de cultuur inzuigen. De rede maakt van ons slechtere mensen. Dat idee druist in tegen de heersende Verlichtingsgedachte. Zoals Rousseau schreef: "Een peinzend mens is een ontaard dier."

Het verhaal van 'Boer zoekt vrouw' sluit naadloos aan bij de romantische voorstelling van Rousseau: het simpele, pure leven, ver van de ijdele stad, met een man en een vrouw die samen hard werken en van elkaar houden.

Vooral boer Gijsbert neemt deze romantische rol met verve op zich, als hij, ondervraagd door Jaspers, steeds blijft benadrukken dat het gevoel het allerbelangrijkste is. Daarom kiest hij voor Femke, ook al woont zij ver weg en heeft zij al een kind. Als na de ontknoping Jaspers, Gijsbert en Femke met z'n drieën aan tafel gehaktballen zitten te eten zegt Jaspers: "Maar weet je nog dat die brieven hier allemaal op tafel lagen en dat er eentje was die je zo mooi vond? Die kwam meteen in volle vaart binnen. Dat was zíj. Maar je wilde niet een vrouw die ver weg woonde, en niet een vrouw die een kind had en niet een vrouw die geen boerenafkomst had."

Gijsbert: "Ik had mezelf voorgenomen toch mijn gevoel te volgen. Je gevoel volgen is een van de grootste avonturen die er is. En dat ga ik aan."

Hierbij zij aangetekend dat hij pas voor Femke koos nadat zij hem had toevertrouwd wel zijn kant op te willen komen. Alleen zijn hart volgen deed Gijsbert dus niet: hij was ook berekenend.

Boer Frank heeft het moeilijker dan Gijsbert met zijn keuze. Als hij zijn verstand volgt is hij bang een 'laffe keuze' te maken: ook bij hem leeft het idee dat het romantischer is om je gevoel te volgen dan je verstand. Kiezen voor Anita betekent nog vier jaar wachten tot ze samen kunnen wonen, omdat zij haar opleiding diergeneeskunde in Utrecht af wil maken, en Frank in Zuid-Limburg woont. Als Frank kiest voor Judith, die net als hij al werkt, is dat probleem er niet.

Frank: "Het is zo fijn als er 's avonds iemand is waarbij je je hart kunt luchten, dat kan gewoon niet over de telefoon. Ik wil gewoon niet nog vier jaar hier alleen wonen. Dat is geen beschuldiging, maar dit is mijn thuis en er mist nog een ding. Zou je het heel laf vinden als ik dit doorslaggevend vind?"

Anita: "Ik zou het wel heel pijnlijk vinden en ik zou het wel... nou ja, kortzichtig wil ik het niet noemen, maar het is wel iets waar ik niet zoveel aan kan veranderen."

Nu hebben ze allebei tranen in hun ogen, Frank slaat een arm om Anita heen en ze lopen gearmd de stal uit.

Het zou mij niet verbazen als hij uiteindelijk juist daarom voor haar kiest: zij is de moeilijke, maar daarmee ook de dappere en romantische keuze. Bij de keuze voor Judith zou hem het verwijt van lafheid blijven achtervolgen.

Het romantische beeld verdonkeremaant iets fundamenteels: mensen zijn geen pure natuurwezens. Volgens de Duitse filosoof Helmuth Plessner (1892-1985) had Rousseau het bij het verkeerde eind: een mens wordt niet misvormd door cultuur, maar wordt juist mens door cultuur. Een mens is net zoveel cultuur- als natuurwezen, hij is een 'dier dat losgebroken is uit het dierenrijk'. Daarmee is de mens een gebroken wezen: met het lichaam als van een dier, maar met de mogelijkheid om boven zichzelf uit te stijgen. Volgens Plessner ontkent Rousseau deze lastige dubbele positie van de mens.

Plessner was een van de grondleggers van de wijsgerige antropologie, de tak van de filosofie die zich bezighoudt met het bestuderen van de mens. Anders dan dieren, zegt Plessner, wéten mensen dat zij zelf het centrum van hun activiteiten zijn. Ze kunnen uit dit centrum stappen en als buitenstaander naar zichzelf kijken: de excentrische positie. De mens ís een lichaam, net als een dier, maar hééft tegelijkertijd ook een lichaam. Als een mens pijn heeft, heeft hij niet alleen last van het fysieke ongemak, maar vooral van het beséf dat hij pijn heeft: het lijden van pijn.

De prijs die we daarvoor betalen is dat we niet, zoals de dieren, kunnen samenvallen met de natuur. We staan er altijd buiten, zijn altijd zoekende naar onze plaats, die niet gegeven is, maar die we zelf moeten maken.

Plessner noemt het daarom een utopie om, zoals Rousseau doet, te denken dat we ons contact met de natuur zouden kunnen herstellen en terug zouden keren naar een pure, onbedorven bron in onszelf. Die is er volgens Plessner nooit geweest; "van nature zijn wij kunstmatig". Het ligt dus in de natuur van mensen om zich van de natuur los te maken, steden te bouwen, wegen aan te leggen, scholen te stichten, gedichten te schrijven, kortom: om een beschaving op te bouwen. Dat is geen vervreemding van een paradijselijke toestand waarin we ooit één waren met de natuur. Dat paradijs heeft voor de mens nooit bestaan.

Een koolmees zal zich altijd keurig houden aan zijn omschrijving uit de vogelgids: Legt elk jaar 5-12 eieren, maakt een nest van mos en gras en komt alleen voor in parken, tuinen en andere bomenrijke gebieden.

Mensen moeten zelf beslissen of ze kinderen willen, in wat voor huizen ze willen wonen en waar ze op vakantie gaan.

Volgens Plessner kunnen we onszelf pas verwerkelijken als we een rol hebben om te spelen. Ons 'zelf' is immers niet gegeven, maar moet via onze omgeving tot stand komen. Die vorm is een rol - van moeder, van zoon, van politieagent.

Deze filosofie biedt een hele andere kijk op het 'jezelf zijn'. Als we Plessner volgen, heeft het geen zin om dit na te streven. Wij vallen niet samen met onze rollen, maar kunnen door de rollen iets van onszelf laten zien.

Dat verklaart waarom we het zo interessant vinden om naar 'gewone mensen' te kijken. Als kind leren we door het na-apen hoe je een rol kunt spelen. Door goed te bestuderen hoe mensen praten, kijken, bewegen en reageren leren we hoe we zelf een mens moeten worden. Kinderen spelen 'vadertje en moedertje' en imiteren bij dit spel de gedragingen en de woorden van hun eigen ouders.

Die gerichtheid houdt niet op zodra we volwassen zijn. Het blijft interessant om te kijken naar mensen, of dat nu op een terras is, of op het schoolplein. We moeten voortdurend om ons heen blijven kijken om te weten wat voor gedrag als 'normaal' gezien wordt, en welk gedrag bij onze rol hoort. Als we massaal naar dezelfde mensen kijken, zoals bij 'Boer zoekt vrouw', heeft dat enorm veel invloed. Miljoenen mensen verwijzen naar het gedrag van boer Gijsbert of de woorden van boer Frank, of dit nu op het werk is bij de beruchte koffieautomaat, of op de televisie bij 'De Wereld Draait Door'.

Een mens speelt op een dag heel wat rollen. In het gezin ben je vader of moeder, zoon of dochter. Op het werk ben je docent, dokter of buschauffeur. In de kroeg ben je vriend of vriendin, in de trein ben je passagier, in het ziekenhuis patiënt. Voor al die rollen zijn scripts die voorschrijven hoe je je moet gedragen. Iedereen speelt dus altijd een beetje toneel. In de rol van 'moeder' ben je anders dan in je rol van 'docent' en weer anders als 'dochter' of als 'vriendin'. Dat heeft niets te maken met oprechtheid. Het is een illusie te denken dat je overal dezelfde zou kunnen zijn. Dat veronderstelt een vaste kern, en die is er niet. Als je voor de klas staat, ben je geen goede docent als je op dat moment niet je rol als docent speelt.

Daarom is het voor de deelnemers in 'Boer zoekt vrouw' zo moeilijk om alleen maar 'zichzelf' zijn. Zonder duidelijke rolomschrijving, zonder kostuum, zonder script en zonder tekst, maar wel met voortdurend de camera's op zich gericht. Het is niet verwonderlijk dat ze daar mee worstelen. Zo is Yvonne zich voortdurend zo bewust van zichzelf dat ze niet meer weet wat ze moet zeggen en helemaal verkrampt. "Ben je nu wel echt jezelf?" is een onmogelijke vraag, aangezien haar rol bepaalt wat ze kan laten zien.

In 'Boer zoekt vrouw' moeten de deelnemers daarom op zoek naar de rol die hen past. De personen die meedoen worden zo tot personages: ze gaan een bepaalde rol spelen. Niet om zichzelf te maskeren (persona is het Latijnse woord voor masker), maar omdat ze alleen dan iets van zichzelf kunnen laten zien.

Zet een paar mensen bij elkaar en er ontstaat vanzelf een toneelstuk. Op de Duitse megaboerderij van Richard zien we dat gebeuren. Hij zit van begin af aan in zijn rol van de nonchalante kerel, die het zich allemaal laat aanleunen. "Het zal wel loslopen", zegt hij tegen Jaspers, als zij hem naar de voorbereidingen voor de logeerweek vraagt. 'Geen stress' voor Richard. Maar ondertussen zie je hem behoorlijk in de rats zitten, de rol van nonchalante kerel gaat hem steeds moeilijker af als blijkt dat hij voor de logeerpartij en buiten de camera's om Annemieke heeft opgezocht en haar zijn liefde al heeft verklaard.

Heidy en Susan weten dat niet en doen nog vrolijk hun best om Richard beter te leren kennen. Zakenvrouw Heidy neemt de rol aan van de vrouw die het allemaal wel even regelt: zij kookt een uitgebreid avondmaal, stelt veel vragen over de bedrijfsvoering en geeft Richard hints in wat hij moet zeggen en doen. Je ziet Richard dan al snel afhaken: "Heidy doet dat een beetje te veel, dan denk ik: dat kan wel wat minder."

Ook de Amerikaanse Susan kan haar draai niet goed vinden, ze verstaat niet goed Nederlands en mist zo alle grapjes. Zij moet veel moeite doen om aandacht te krijgen van Richard. Hij vindt haar veel te serieus, maar zij vindt hém wel leuk: "Bij Richard krijg ik een groot gevoel van oprechtheid. Hij is heel relaxed, je wordt er rustig van."

Annemieke is bij voorbaat de winnaar, je ziet Richard verliefd naar haar kijken, zijn keuze is al gemaakt. Zij is de spontane, vrolijke vrouw waar hij op hoopte, als zij als laatste op de boerderij binnenkomt, slaat de stemming meteen om in uitgelaten gejuich en grappenmakerij.

In 'Boer zoekt vrouw' is het gegeven van drie vrouwen in de race voor dezelfde boer op voorhand genoeg om drama te veroorzaken. Want elke vrouw wil uiteindelijk die ene rol: de vrouw van de boer. Maar Yvon Jaspers ontkent dat 'Boer zoekt vrouw' een toneelspel is. Dat blijkt als ze boos is op Richard wanneer uitkomt dat hij op voorhand al voor Annemieke had gekozen.

Richard zegt dat hij zo verliefd op haar was, dat hij niet het risico wilde lopen dat het mis zou gaan. Als je de opdracht van het programma serieus neemt, kun je hem dat nauwelijks kwalijk nemen. Het doel is immers om een vrouw te vinden, en die heeft hij gevonden.

Maar Jaspers lijkt echt boos als ze uitroept: "Het is geen spelletje, Richard!"

Met Yvon Jaspers wordt de hele affaire rond boer Richard de dag na de uitzending in 'De wereld draait door' uitvoerig besproken. Vaste gast Jan Mulder: "Dat is toch juist het ultieme genot, hij kon zich niet inhouden."

Matthijs van Nieuwkerk: "Vinden jullie dat eigenlijk niet heel leuk, zo'n eigenwijze boer?"

Yvon Jaspers: "We maken geen vreugdesprongetje, nee."

Van Nieuwkerk: "Bij voetbal, als je obstructie pleegt, krijg je een gele kaart, of een rode kaart."

Jaspers: "Voetbal is een spel, 'Boer zoekt vrouw' niet."

Maar dat is 'Boer zoekt vrouw' natuurlijk wél. Een subtiel spel, met ongeschreven regels, een ingenieuze rolverdeling en een altijd spannend plot: een ideaal drama.

Eva-Anne Le Coultre is filosofe. Ze doceert aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dit is een voorpublicatie uit 'Echte boer zoekt dito vrouw. Liefde in tijden van media' (ISBN 9789490950033, €19,95, uitg. Babel & Voss), dat op 10/2 verschijnt. Dan is Le Coultre ook te horen in 'Brands met Boeken' (Radio 1, 19-20u). Het zesde seizoen 'Boer zoekt vrouw' start in mei met een voorstelronde.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden