null

OpinieKlimaat en Shell

Uitspraak tegen Shell kan ook ongunstig uitpakken voor klimaat

Beeld Trouw

Als na het vonnis ook andere oliemaatschappijen en landen in beweging komen, is dat winst voor het klimaat. Maar komt Shell alleen te staan, dan kan het bedrijf, dat veel investeert in energietransitie, kapot gaan, waarschuwt Johan Graafland, hoogleraar aan de Universiteit Tilburg.

De uitspraak van de rechter om Shell te verplichten tot een drastische vermindering van CO2-uitstoot is baanbrekend. Voor het eerst wordt een individueel bedrijf wettelijk verplicht verantwoordelijkheid te nemen voor een publiek goed (het milieu), zonder dat een dergelijke verplichting wordt (of kan worden) opgelegd aan vergelijkbare bedrijven of consumenten.

In de bedrijfsethiek geldt al langer een morele plicht voor ieder individueel bedrijf om zorg te dragen voor het milieu. Maar als bedrijven tezamen onvoldoende gehoor geven aan deze plicht, is het primair de verantwoordelijkheid van de overheid dat af te dwingen. Bijvoorbeeld door een internationaal gecoördineerde verhoging van de CO2-belasting. Daar worden alle bedrijven in gelijke mate door getroffen, waardoor de concurrentieverhoudingen niet verstoord worden.

Shell kan strategisch belangrijke posities innemen

De rechter heeft echter besloten een dergelijke overheidsmaatregel niet langer af te wachten en de morele plicht om te zetten in een juridische plicht, maar wel alleen voor Shell. Bij de weging van het morele dilemma tussen de vele belangen bij een snellere energietransitie enerzijds en het principe van gelijke ­behandeling anderzijds, hebben de eerste de doorslag gegeven. Of dat een wijs besluit is, hangt af van de gevolgen die deze uitspraak zal hebben.

In een gunstig scenario leidt de uitspraak van de Nederlandse rechter ook in andere landen tot succesvolle rechtszaken tegen grote oliemaatschappijen zoals BP (Verenigd Koninkrijk), Total (Frankrijk), ­ExxonMobil (VS) en ChevronTexaco (VS). (Voor Russische oliemaatschappijen lijkt dat uitgesloten.) Dan is het concurrentienadeel van Shell tijdelijk en kan het zelfs een concurrentievoordeel opleveren vanwege het zogenaamde first mover effect: Aangezien Shell als eerste gedwongen wordt, kan het al strategisch belangrijke posities innemen in duurzame energiemarkten, voordat andere oliebedrijven die omslag moeten maken. Shell is daardoor goedkoper uit. Het bezwaar van ­ongelijke behandeling wordt dan sterk afgezwakt, waardoor het ­morele dilemma nagenoeg wegvalt.

Wat als de echter te optimistisch is?

Maar als in andere landen de rechter anders beslist, is er gerede kans dat Shell een kopje kleiner wordt gemaakt of zelfs kopje-onder gaat. Het argument van de Nederlandse rechter dat Shell veel marktmacht en daardoor de vrijheid heeft om de opgelegde transitie te realiseren is wellicht te optimistisch.

Ook al is de oliemarkt in handen van een klein aantal grote bedrijven, de concurrentie is fel. Als Shell ­kapot gaat en ExxonMobil, ChevronTexaco en een handvol Russische bedrijven ruim baan krijgen, wordt de transitie naar duurzaamheid juist geschaad. Want in vergelijking met de meeste andere oliemaatschappijen investeert Shell meer in energietransitie. De zege van burgeractivist Donald Pols van Milieudefensie, die de zaak tegen Shell aanspande, zal dan een pyrrusoverwinning blijken te zijn.

Maar misschien treedt er in dit ongunstige scenario nog een effect op dat de schade in dat geval toch beperkt, namelijk dat de uitspraak van de rechter de regering wakker schudt. Veronderstel eens dat alleen de rechter in Frankrijk deze uitspraak overneemt, dan zullen de Nederlandse en Franse regering een groter belang hebben bij een forse verhoging van de CO2-belasting, bijvoorbeeld in Europees verband. Daarmee worden andere oliebedrijven zwaarder getroffen en eigen oliebedrijven gefaciliteerd in hun opgelegde energietransitie..

Als de Amerikaanse president ­Biden dan niet achterblijft, wordt toch, in tweede instantie, een gelijker speelveld gecreëerd en krijgt het huidige, te langzame, transitietempo een flinke impuls. De uitspraak van de Nederlandse rechter zal dan niet alleen als baanbrekend, maar ook als een wijs besluit de ­geschiedenis ingaan.

Lees ook:

Bernard Wientjes: Ik heb alle grote chemiebedrijven wel aan de lijn gehad over de Shell-zaak

Shell moet sneller vergroenen, oordeelde de Haagse rechtbank vorige week in een geruchtmakende rechtszaak. Wat betekent dat voor Shell en de Nederlandse chemie? Bernard Wientjes, voorzitter van de branchevereniging van chemiebedrijven schat in dat die gevolgen niet zo groot zijn.

De paradox van de zaak tegen Shell

Nu de rechter Shell heeft teruggefloten van zijn onzalige fossiele investeringspad moet het bedrijf flink aan de bak om aan de doelstelling van Parijs te voldoen. Dat betekent een streep door het zoeken naar nieuwe olie- en gasvelden en een veel sterkere omslag naar groene energiebronnen.

De staat heeft een klimaatplicht. Bedrijven als Shell hebben een klimaatplicht. En wij dan?

De rechtszaak tegen Shell wijst bedrijven op hun eigen verantwoordelijkheid in de klimaatcrisis. Eerder wees de Urgenda-zaak ook de staat op die verantwoordelijkheid. Maar hoe zit het met de taken van het individu? Drie (rechts)filosofen aan het woord.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden