Column Stevo Akkerman

Twee presidenten: Donald Trump en Jimmy Carter

Er deden de afgelopen dagen beelden de ronde van twee verschillende Amerikaanse presidenten, Trump en anti-Trump. Niet dat Jimmy Carter zichzelf ooit zo zou noemen, maar toen hij maandag als 95-jarige met een boor in zijn hand opdook bij een huisvestingsproject in Nashville, kon het contrast met ‘the Donald’ niemand ontgaan. Carter zag er gehavend uit, hij was een dag eerder gevallen en had veertien hechtingen in zijn voorhoofd, maar dat weerhield hem er niet van op pad te gaan voor Habitat for Humanity, de ngo die hij sinds jaar en dag steunt. In praktische termen zal zijn bijdrage beperkt zijn geweest, maar wat ertoe doet is dat hij zijn naam verbindt aan de goede zaak.

Hij maakt er een war game van

Dezelfde dag verspreidde Trump een presidentiële verklaring, oftewel tweet, waarin hij Turkije aldus toesprak: “Als Turkije iets doet wat ik in mijn grote en ongeëvenaarde wijsheid ontoelaatbaar vind, zal ik de economie van Turkije totaal vernietigen en van de kaart vegen.” Deze boutade volgde op Trumps mededeling dat hij de Amerikaanse troepen terugtrok uit Noord-Syrië; na de dolkstoot voor de Koerden volgde een kopstoot voor de Turken. Over de rampzalige consequenties van zijn besluit is al veel gezegd, maar allemachtig, de man die zichzelf een ‘stabiel genie’ noemde, is in zijn narcisme wel heel ver op drift geraakt. Was reality voor hem altijd al een show, nu maakt hij er een war game van.

Amerikaanse commentatoren, duizelig van de kanonschoten, lichtflitsen en rookwolken die het Witte Huis dagelijks uitstoot, weten nauwelijks meer met wie ze hun president moeten vergelijken. Eén wees op Muammar Kadafi, die ooit een top van de Arabische Liga uitstormde, roepend dat hij ‘de koning der koningen van Afrika’ was, tevens ‘de eerste onder de Arabische leiders’. Een ander dacht meer aan de Wizard of Oz, de Grote Tovenaar die veel spektakel veroorzaakte, maar uiteindelijk een oplichter bleek – de gelijkenis is frappant, dat moet gezegd.

Het zijn net vijandelijke troepenbewegingen

De top van het Amerikaanse leger, zo schrijft Mark Bowden in The Atlantic, kijkt naar de tweets van de president zoals veldofficieren naar vijandelijke troepenbewegingen. Elk moment kan hij hen verrassen met orders die hun missie de vernieling in helpen, zoals in december 2018 toen hij zijn militairen ook al via twitter terugriep uit Noord-Syrië. “Wij hebben Isis verslagen,” meldde hij. “Onze jongens, onze jonge vrouwen, onze mannen, ze komen allemaal terug, en ze dat doen ze nu.” Dat bleek voorbarig, en de generaals trotseerden Trump, hun opperbevelhebber. Maar dat lijkt er ditmaal niet in te zitten; de stier is los en de wereld is zijn porseleinkast.

Toen Jimmy Carter na één termijn het veld moest ruimen, verslagen door Ronald Reagan, vestigde hij zich weer in zijn geboortedorp Plains, Georgia. Ik heb daar hem daar eens zondagsschool horen geven – voor volwassenen – in de plaatselijke Maranatha Baptist Church. Hij sprak over Jezus als vluchteling. Applaudisseren was verboden. Handtekeningen gaf hij niet. Hij was het andere gezicht van Amerika, de anti-Trump, al wisten we dat toen nog niet.

Lees ook:

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden