column

Twee kleine handjes juichen met me mee

Beeld Maartje Geels

Wakker blijven, zeg ik tegen haar. Kijk. Kijk daar. Ik wijs naar de tv. Niki Terpstra heeft er de sokken in gezet, over de top van de Hotond. Hij jaagt op Vincenzo Nibali. Vangt Nibali. Lost Nibali. De Italiaan wordt kleiner, verdwijnt in verte. De lange benen malen rond, de mond hangt een tikje open en de ogen zijn gaten vol met stof.

Kijk dan, zeg ik nog een keer. Daar. Daar wordt geschiedenis geschreven. Maar ze kan niet meer. Ze gaapt. Wrijft in de ogen. En begint dan zachtjes te huilen. Och kleintje kom maar, zeg ik, en breng haar snel naar boven. Ze slaapt meteen. De koers voor deze koers, die heeft haar uitgeput. En het moet gezegd: daar werd nog méér geschiedenis geschreven.

We zaten er samen klaar voor, voor het historische moment dat de Ronde van Vlaanderen voor mannen én voor vrouwen allebei, tegelijk, live uitgezonden ging worden. Hoera voor de Belgen, die beide publieke zenders hiervoor inruimden. Op de tv had ik de vrouwenwedstrijd aangezet, op mijn computer fietsten de mannen.

De koers is in vliegende vaart als er ingeschakeld wordt. Het gaat meteen al naar de Muur, met direct een lel van een valpartij. Ik kijk naar beneden, maar op mijn schoot wordt niet verblikt of verbloosd. Ze zit geconcentreerd te kijken. Enkel de fopspeen in haar mond beweegt lichtjes op en neer.

Het peloton scheurt zoals altijd op deze plek helemaal aan flarden. Bovenop de Kapelmuur is er nog maar een klein groepje over, maar tijd voor koersen is het nog niet helemaal. Uit de achtergrond komen steeds kleine plukjes rensters terug. Even rust. Even reorganiseren.

Ga jij maar eens een beetje spelen, zeg ik tegen mijn meisje op mijn schoot, en ik leg haar op een kleed. Ze protesteert meteen. Ik zet haar in de wipstoel, maar dat vindt ze ook niet leuk. Oké, toch op schoot dan maar. Direct is daar de volle aandacht weer. Koers kijken wil ze, wat had ik dan gedacht.

De Kanarieberg doemt op, dus alle hens aan dek. We zien hoe het peloton steeds kleiner wordt. En dan, dan gaat Anna van der Breggen ervandoor, zo'n beetje op dezelfde plek als Niki Terpstra twee uur later. We kijken toe hoe Ellen van Dijk erachteraan gaat. Vrouw tegen vrouw. Even lijkt de wedstrijd te vertragen, zelfs helemaal stil te staan. De een loopt niet in, de ander loopt niet uit. Dan is het moment voorbij - en breekt Van Dijk.

Het is nog ver. Vijfentwintig kilometer solo. Van der Breggen kan dat, maar kan zij het ook vandaag? Aan haar gezicht is, zoals altijd, helemaal niets te zien. Voor mijn part is ze op weg naar de melkboer voor een onsje kaas. Maar ze is onderweg naar de Oude Kwartemont, voor een zware lunch met kasseien. De Paterberg komt er als toetje achteraan. Anna plooit niet. Een fenomeen, fluister ik tegen mijn meisje. Kijk, daar gaat ze, onthoud haar naam.

We doen mee met het juichen van Van der Breggen. Twee kleine handjes in de mijne in de lucht. Zijn we op een kruispunt aangekomen, vraag ik me af. Voor mij is het zo bijzonder dit live op televisie te kunnen zien. Maar wellicht weet mijn dochter straks niet beter. Wat zou dat mooi zijn.

Niki mompelt weer een lied als hij over de finish komt. Anna niet. Doe haar maar een patatje, zegt ze. Die heeft ze wel verdiend nu. Een patatje met.

Lees hier meer columns van Marijn de Vries

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden