column

Tuuttuut jongeman, denkt u dat het er in mijn tijd niet wreder aan toe ging?

Het gebeurde gisteren op lijn 21, tramhalte Rotterdam CS. Willem van Oranje stapte plots mijn tram binnen. Ik kon mijn ogen niet geloven. 

Van Oranje was elegant in het zwart gekleed en op zijn hoofd stond een kalot van zachte textiel, eveneens zwart. Het meest opvallend was zijn witte plooikraag, in de zestiende eeuw ook wel ‘molensteenkraag’ genoemd. Hij schuifelde in mijn richting, keek me vriendelijk aan en wees naar de lege stoel naast mij, aan de raamzijde. 

Met een trage dictie vroeg hij: “Als het u belieft en zonder u welke hinderlijke causerieën ook te willen opdringen, zou ik graag mijn derrière hier willen laten rusten.” Ik was ontstemd maar kreeg toch wat woorden over mijn lippen: “Sire, vader des vaderlands, het is me een ware eer.” 

Ik zag hoe Willem van Oranje bloosde, iets mompelde over bescheiden blijven en door het raam naar de stad begon te turen. Hij leek volstrekt betoverd door de moderne architectuur van de Maasstad. Ook de mensen vond hij hier zo divers en vriendelijk, vertrouwde hij me toe. Ik probeerde hem te vertellen dat diversiteit ook spanning met zich mee kon brengen en dat nieuwkomers stelselmatig klaagden over de ruwe ontvangst van bekrompen autochtonen. 

Tuuttuut

Van Oranje keek me glimlachend aan: “Ruw? Tuuttuut jongeman. Denkt u dat het er in mijn tijd niet wreder en rauwer aan toe ging? Ik was net door Balthasar Gerards vermoord toen mijn beste vriend Johan van Oldenbarnevelt, toch een bejaarde man, door scherprechter Hans Pruijm een kopje kleiner werd gemaakt. En wat denkt u van Johan en Cornelis de Witt, enkele decennia later? Het canaille in Den Haag lynchte de koene gebroeders niet alleen, maar sneden hun tenen, vingers, duimen, oren, neuzen, lippen, tongen en handen af terwijl anderen hun ingewanden opaten. En die twee waren niet eens buitenlanders maar in Dordrecht geboren! 

In Rotterdam komt u niet verder dan Gerard Cox met zijn gezemel over Rotjeknor als nieuw Ankara.” Ik keek gegeneerd naar het puntje van mijn schoenen maar Willem van Oranje was niet meer te stuiten: “Kijk eens hoe tolerant deze stad niet is! De helft van de bevolking is vreedzaam van kleur verschoten, de burgemeester is een Moor met veel bestuurskwaliteit en als een uitheems lid een aanslag zou plegen, geen Rotterdammer die erover zou peinzen zijn oren af te snijden of zijn ingewanden op te eten!” 

Rammstein

Ik probeer hem nog te kalmeren maar hij ging met verheffende stem voort: “En houden jullie ook eens op om onze namen van jullie tunnels en musea te wissen, met jullie vervloekte kennis van nu. De slavernij is twee eeuw geleden afgeschaft! Heeft u onlangs de video van de Duitse popgroep Rammstein gezien? Dat is pas worstelen met je verleden.” 

Inmiddels was de tram op Blaak aangekomen. Willem sprong als een veertje op, gaf me een hand, hief zijn blik ten hemel en zuchtte: ‘Dieu ayez pitié de ce pauvre peuple’ (‘Mijn God, heb medelijden [met mij en] met dit arme volk’). Hij liep de tram uit richting de Markthal, maar om zijn witte molensteenkraag vormde zich onmiddellijk een haag bewonderaars en velen gingen direct een selfie met hem maken.

Drie keer per week werpt columnist Sylvain Ephimenco zijn blik op de actualiteit.

Lees ook:

In het vliegtuig naast Willem van Oranje voel ik me klein

Afgelopen maand zat ik in een KLM-vliegtuig vanuit Sierra Leone, mijn moederland, naar Nederland, mijn vaderland. Ik zat naast een lange witte man met de uiterlijke kenmerken van Willem van Oranje.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden