ColumnJames Kennedy

Trump en de meeste Amerikanen leven in hun eigen nieuwsbubbel, daarom is kwaliteitsjournalistiek meer dan ooit nodig

Onze republiek en haar pers zullen samen opkomen of vallen”, zei de journalist Joseph Pulitzer. Zijn naam werd na zijn dood verbonden aan een van de grootste journalistieke prijzen ter wereld.

De vraag die opkomt tijdens de verkiezingen van 2020 is of de Amerikaanse media een democratische republiek ondersteunen. Worden Amerikaanse burgers in staat gesteld om waarheid van leugen te onderscheiden? We hebben de neiging om mediaveranderingen in Amerika (en elders) te zien als gevaarlijke afwijking van de ‘normale’ Amerikaanse journalistiek. Maar in de geschiedenis zijn zowel knappe staaltjes journalistiek zichtbaar als schaduwkanten.

Het streven naar steeds meer abonnees en reclame-inkomsten hoort bij kranten (en andere media), dat is niet specifiek Amerikaans. Maar in de dynamische en onstuimige samenleving van de Amerikaanse republiek viel snel geld te verdienen als je kansen greep. De komst van de massapers in de laatste helft van de negentiende eeuw was een sterke impuls voor het publiceren van sensationele verhalen om meer kranten te verkopen.

Citizen Kane

Rond 1896 ontstond een intense concurrentiestrijd tussen de kranten van Pulitzer en die van de bekende mediamagnaat William Randolph Hearst, de man die als inspiratie diende voor de meest bejubelde Amerikaanse speelfilm aller tijden, ‘Citizen Kane’ (1941). Deze strijd kwam tot uiting in de verslaggeving over Cuba, waar de Spaanse regering bezig was om een Cubaanse opstand te smoren.

Dit ging er niet bepaald zachtzinnig aan toe, maar de kranten van Pulitzer en Hearst deden er nog een schepje bovenop om de lezers ervan te overtuigen dat Amerikaanse interventie nodig was. Hierbij werden niet alleen verhalen dik aangezet, maar ook ‘feiten’ verzonnen. Dit soort berichtgeving werd rond 1900 ‘yellow journalism’ genoemd – vermoedelijke naar de kleur van het goedkope papier waarop de kranten werden gedrukt.

Oorlog met Spanje was het doel van deze berichtgeving, maar dat lukte pas na februari 1898, toen het Amerikaanse marineschip de USS Maine in de haven van Havana ontplofte, waardoor 260 matrozen het leven lieten. Veel later zou bekend worden dat dit het gevolg was van een ongeluk, maar de ‘gele’ pers riep het land op tot wraak op Spanje. Zo verklaarden de VS de oorlog aan Spanje, namen de Filippijnen in en veroverden Cuba, dat tot de komst van Castro een satellietstaat van Amerika zou blijven. De dubieuze rol van een deel van de Amerikaanse pers was daarbij van grote betekenis.

Het is dus geen wonder dat de journalist Walter Lippmann al in 1922 – net na de oprichting van de eerste radiostations, lang voor de televisie en al helemaal voor internet – zich cynisch uitliet over de rol van de media. Hij geloofde niet in een rationele publieke opinie; er waren alleen maar lezers die emotioneel reageerden op prikkels gepubliceerd door kranten uit winstbejag.

Oppervlakkig

Heel herkenbaar anno 2020. Is CNN echt veel beter dan Fox in het evenwichtig brengen van het nieuws? Is de nieuwsvoorziening van de meeste Amerikanen niet oppervlakkig en op de emotie gericht? Maar de Amerikaanse pers kent ook grootse momenten. Journalisten en kranten hebben corruptie en misstanden aan de kaak gesteld. Journalisten van Pulitzer ontmaskerden misbruik van overheidsgelden ten bate van een Frans bedrijf dat aan het Panamakanaal werkte. President Theodore Roosevelt sleepte de krant voor het gerechtshof, maar verloor de zaak.

Juist daarom is de pers zo belangrijk, juist tegenover een president die – meer nog dan Roose­velt – onwelgevallige feiten wegzet als ‘fake news’. Maar het probleem is niet in eerste instantie de president. De meeste Amerikanen leven in hun eigen nieuwsbubbel. Republikeinen lijken het ergst; ze koesteren het meeste wantrouwen tegen de media, maar zijn het minst kritisch over hun eigen nieuwsbronnen.

Daarom zijn kwaliteitsnieuwssites meer dan ooit nodig. Met de grote rol van sociale media en de opkomst van ‘deepfakes’, waarin echt nauwelijks van vals is te onderscheiden – is dit essentieel. Want de Amerikaanse democratie zal met haar pers vallen als we geen betere nieuwsvoorziening voor onszelf eisen.   

James Kennedy is een Amerikaanse historicus en decaan van het University College Utrecht. In Trouw geeft hij  om de week zijn visie op de Nederlandse  en Amerikaanse samenleving.  Lees hier meer columns van James Kennedy.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden