Opinie Ombudsman

Trouw sluit niemand uit, ook niet de ‘IS-vrouwen’

In de internetnieuwsbrief wil de redactie op een pakkende manier de lezer aanspreken. Past daarin de vraag of de ‘broedmachines’ die uitreisden naar IS ‘ons’ medelijden verdienen?

De kwestie

‘Moeten we medelijden hebben met IS-vrouwen?’ Dat is de vraag die abonnees op de dagelijkse Trouw-nieuwsbrief op vrijdag 1 november krijgen voorgelegd in het onderwerpveld van deze mail. Daarin verwijst de redactie met de kop ‘Ze zijn niet alleen broedmachines van het kalifaat’ naar een artikel dat rond diezelfde tijd op de website verschijnt. In dit verhaal legt Trouw uit hoe Nederlandse vrouwen die naar IS-gebied afreizen, soms worden verplicht kinderen te krijgen met een andere man nadat hun eigen echtgenoot sneuvelt. Maar ze zijn niet alleen ‘broedmachines’, vervolgt het stuk, want er zijn ook verhalen van IS-vrouwen die actief meededen, van ronselen tot het organiseren van slavenhandel. Of dat deze Nederlandse uitreizigsters betreft, is niet duidelijk. De volgende dag verschijnt hetzelfde stuk in de krant onder een andere kop: Wie zit er achter de sluier van de IS-vrouw?

De dinsdag daarna opent de krant met de kop ‘Kamer eist uitleg over Irak-doden’ (cursivering Ombudsman). Minister Bijleveld (defensie) heeft de dag daarvoor toegegeven dat de bommen die in 2015 in het Iraakse Hawija naast een IS-explosievenfabriek ook tientallen burgerslachtoffers fataal troffen, uit Nederlandse F16-vliegtuigen kwamen. De dagen daarna schrijft Trouw vooral over de politieke discussie, met de vraag of de minister mag aanblijven. Daartussen komt de vraag aan bod of Nederland moet betalen aan nabestaanden.

De standpunten

De aanhef ‘moeten we medelijden hebben met IS-vrouwen’ roept de vraag op: wie zijn die ‘we’ dan eigenlijk? Behoort tot die groep bijvoorbeeld ook de familie van deze vrouwen, die Nederlands staatsburger kunnen zijn? Hij dacht aan de Nederlanders die de nieuwsbrief lezen, zegt de internetredacteur die als dienstdoend dagelijks chef de nieuwsbrief maakte. Verder wijst hij erop dat de aanhef een pakkende kop moet zijn, die in de middag onder stevige tijdsdruk moet worden gemaakt en die bovendien niet dubbelt met de kop die al boven het artikel staat. De internetredacteur kan zich achteraf voorstellen dat de ‘we’-vorm bij dit onderwerp minder geschikt is en inderdaad sommigen uitsluit. Tegelijkertijd acht hij het onvermijdelijk dat deze aanhef soms wat kort door de bocht is. Dat is nodig om op internet belangstelling te trekken.

De typering ‘broedmachines’ in de kop in dezelfde nieuwsbrief is niet flatteus en de internetredacteur overlegde daarom met de collega die de kop had bedacht. Omdat die hem erop wees dat deze term in het stuk wordt gebruikt, liet hij de kop staan.

Net als de ‘broedmachines’ kan ook de kop ‘Irak-doden’ van enkele dagen daarna de indruk wekken dat het de krant niet om de mensen zelf gaat. Een lezeres klaagt over de kop, omdat die niet aangeeft dat het om onschuldige burgers gaat. De chef van de avondploeg die de kop met ‘Irak-doden’ maakte, zegt dat ‘burgerslachtoffers’ beslist een betere aanduiding was geweest, maar ondoenlijk in de twee kolommen van de voorpagina van die dag.

Oordeel

De kop ‘Irak-doden’ is onvermijdelijk in de beperkte ruimte op de voorpagina. In het artikel zelf wordt benadrukt dat het om burgerslachtoffers gaat.

Lezers aanspreken met de vraag ‘moeten we medelijden hebben met de IS-vrouwen’ doet geen recht aan de diversiteit die de krant wil bereiken. Hoewel volstrekt niet zo bedoeld, kan gebruik van het woord ‘wij’ suggereren dat ‘de’ Nederlander een uniform standpunt moet innemen over deze kwestie, en dat bijvoorbeeld de familie van de uitreizigsters niet tot deze groep behoort. Dat het op een andere manier wel pakkend kan, laat de kop zien die in de krant verscheen.

De kop in de nieuwsbrief waarin over de IS-vrouwen wordt gesproken als ‘broedmachine’ is te rechtvaardigen omdat dit precies in het stuk wordt beschreven. Maar in combinatie met de aanhef worden deze vrouwen, van wie behalve het uitreizen verdere wandaden niet vaststaan, wel erg sterk als ‘zij’ betiteld. De krant moet waken voor een gefingeerd groepsgevoel en de vrouwen die naar deze groep afreisden beschrijven als mensen en niet als objecten. ‘We’ gaan weer 100 rijden, zoals de nieuwsbrief deze week meldde, maar we bepalen zelf wel hoe we over deze vrouwen denken.

En de slachtoffers dan?

Zijn naast de politieke discussie de slachtoffers van het Nederlandse bombardement wel genoeg in beeld gekomen? De chef buitenland wijst erop dat de correspondente in de regio vorig jaar het gebied bezocht, en na de eerste berichten over de Nederlandse rol telefonisch contact zocht met Hawija. In het ideale geval was dit dorp opnieuw bezocht, maar de krant heeft op dit moment niemand in de buurt.

De politieke discussie in Nederland krijgt inderdaad terecht veel aandacht. Het is waar dat de gevolgen van de bombardementen al eerder aandacht kregen in de krant. De redactie moet roeien met de riemen die zij heeft en het is nu eenmaal een omstandigheid dat Trouw niemand in de buurt heeft. Toch had, zeker nu de krant ruim aandacht aan de politieke kant besteedde, een nieuw artikel over de onschuldige burgerslachtoffers en de nabestaanden niet misstaan. Dat had wellicht in een andere vorm kunnen zijn dan in bezoek aan de regio. Voor de redactie voelt het als herhaling, de lezer kan daar anders tegenaan kijken.

Heeft u zelf een vraag of kwestie? Mail naar ombudsman@trouw.nl

Lees ook:

Defensie bevestigt doden F-16-aanval Irak, Kamer onjuist ingelicht

Het artikel dat in de krant verscheen en kopte over de ‘Irak-doden’ verscheen met een uitgebreidere kop op de website. Daar is uiteraard meer ruimte voor de kop. Minister Bijleveld van defensie moest zich vorige week opmaken voor een zwaar debat over burgerdoden in Irak en onjuist informatie aan de Kamer. Ze overleefde het ternauwernood.

Advocaat Zegveld: Kul! Nederland moet wél schade vergoeden aan slachtoffers Hawija

Anders dan minister Bijleveld van defensie beweert, is Nederland wel degelijk verplicht schadevergoeding te betalen aan de burgerslachtoffers van de F-16-aanval op het Irakese Hawija, zegt advocaat en hoogleraar oorlogsherstelbetalingen Liesbeth Zegveld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden