ColumnFrits van Exter

Trouw's magazine Letter & Geest: Veel plezier en veel gedonder

Frits van Exter was negen jaar hoofdredacteur van Trouw.Beeld Mark Kohn

Als het aan mij had gelegen wordt Letter&Geest niet opgeheven. Als het aan mij had gelegen was Letter&Geest er nooit geweest. Ik was namelijk tegen. Op een redactievergadering ergens aan het einde van 1988 heb ik tegen het voorstel voor de bijlage gestemd. Ik vond het gezwam in de ruimte.

Daar moet ik wel bij zeggen dat ik, zeker in die tijd, geen weet had van levensbeschouwing, religie, ethiek, cultuur-­filosofie, spiritualiteit of wat ook maar de bedoeling van Letter&Geest was.

Ik was met enkele collega’s alleen geïnteresseerd in Nieuws: rampen, schandalen, verkiezingen, oorlogen, sta­kingen, opstootjes. En dan bij voorkeur het Nieuws dat geheel zelf­standig met blote handen van onder een tegel moest worden uitgegraven en het ge­zag in grote verlegenheid zou brengen. Bob Woodward en Carl Bernstein waren wij misschien nog niet, maar je moet je ergens aan willen optrekken. Je hoopte tenminste het een wethouder ergens in een middelgrote gemeen­te een keer goed lastig te maken.

Wij zagen Nieuws als iets onaandoenlijks dat de lezers vrijelijk moest bereiken, niet gehinderd door iets als een politieke of religieuze overtuiging en zeker niet die van Trouw. Wij werkten bij Trouw, maar wilden de Volkskrant maken.

Ik was er min of meer per ongeluk beland. Ik behoorde tot een kleine school van jongere redacteuren die op een mo­ment van onoplettendheid in dienst was gekomen. Ik beschikte niet over de geloofsbrieven die de arbeidsovereenkomst bij een protestants dagblad zouden moeten rechtvaardigen. Maar ja, ze konden nergens nette christenjournalisten vinden en het kwam op mijn pad.

De identiteit van de krant moest destijds zoveel mogelijk binnen de perken blijven van de kerkpagina, de opiniepagina met de ingezonden brieven en (met alle respect) de overlijdensberichten. Daarbuiten was het allemaal van ons, dienaren van het Nieuws: binnenland, buitenland, economie, sport, kunst.

Het was hard werken. De redactie was bescheiden in omvang. Wij waren jaloers op onze grotere concurrenten met hun batterijen verslaggevers, correspondenten, fotografen. Allemaal lui die geen last leken te hebben van zo­iets als ­levensbeschouwing, laat staan dat ze erover zouden willen schrijven.

Dus, toen bekend werd dat voor het eerst sinds de aanschaf van een nieuwe koffiemachine de hoofdredactie over wat geld zou mogen beschikken om te investeren in de krant, leek een levensbeschouwelijk katern zowat de slechtst denkbare bestemming. Het was de antithese van Nieuws, zoals grondlegger Jaffe Vink de antithese van de journalist was (en hij was daar nog trots op ook).

De lezer vraagt zich misschien af of de mening van een eenvoudig redacteur van enig belang was. Zeker wel. Ik was immers net als mijn collega’s lid van de redactievergadering. Haar positie is verankerd in het redactiestatuut dat de journalistieke onafhankelijkheid moet waarborgen. Het is een verworvenheid van de jaren zestig. Later zou dit orgaan bij mij gemengde gevoelens (plus lichte maagklachten) oproepen, maar toen zag ik het als een even vanzelfsprekend als noodzakelijk mechanisme om de leiding te corrigeren.

De toenmalige hoofdredactie liet ons in die waan. Zij wist de tegenstand tegen Letter&Geest te smoren in eindeloos pruttelende overlegrondes, werkgroepen, nulnummers, personele aanpassingen, commissies, massagesessies, toverformules en -bezweringen. Met het grootste geduld effende zij de weg voor de toevoeging van deze vreemde entiteit, een krant in de krant gemaakt door geheel andere wezens dan wij.

De toenmalige hoofdredactie wist het beter. Wat wij van het Nieuws niet hadden begrepen, was dat de Volkskrant al bestond en dat onze krant meer moest zijn dan het Nieuws, wilde hij een toekomst hebben. Het antwoord op de oude kleur kon niet kleurloosheid zijn. Het was stoutmoedig, maar Letter&Geest moest Trouw helpen te verbreden van het wat vale kerkelijke naar het bonte levensbeschouwelijke. Vriend en vijand kunnen nog steeds vermoeiend van mening verschillen over de vraag of dat dankzij of ondanks het katern is gelukt.

Ik weet alleen dat ik, toen ik eenmaal zelf in de hoofdredactie zat, met Letter&Geest nog veel plezier en een hoop gedonder heb gehad.

Frits van Exter is journalist. Hij werkte van 1978 tot 2007 bij Trouw, de laatste negen jaar als hoofdredacteur. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden