null

OpinieSlavernij

Transatlantische slavernij was bepaald geen luilekkerland

Beeld

Nee, het Rijksmuseum schetst geen vertekend beeld van de slavernij, zoals Piet Emmer in Trouw suggereerde. De trans-Atlantische slavernij werd gekenmerkt door ontmenselijking, dwang, geweld en verzet, schrijft historicus Karwan Fatah-Black, verbonden aan de Universiteit Leiden.

Emeritus hoogleraar Piet Emmer doet stevige uitspraken over het educatieve magazine, uitgebracht door het Rijksmuseum (Opinie, 21 april). Dat zou scholieren opzadelen met een racistisch, achterhaald beeld van de slaaf in Suriname. Maar juist Emmer schetst een verkeerd beeld van slavernij en het leven in slavernij.

Volgens Emmer leefden slaafgemaakten in Suriname in een situatie van overvloed en verbouwden zij zelfs zoveel groenten dat sommigen zich met de opbrengst vrij konden kopen. Het goede leven in slavernij zou zelfs terug te zien zijn in de botten van de slaafgemaakten: ze waren langer en minder ziek dan tijdgenoten.

In de wereldgeschiedenis zijn veel voorbeelden aan te wijzen van momenten waarop mensen die in slavernij werden gehouden niet tot de armste en meest ondervoede mensen in de samenleving behoorden. Maar Suriname is dan geen goed voorbeeld. Dankzij het onderzoek van Alex van Stipriaan weten we dat het sterfteoverschot daar in het midden van de achttiende eeuw vijf procent was. Er stierven veel meer mensen dan er werden geboren. Let wel, een dergelijk overschot wordt doorgaans alleen in promille uitgedrukt.

Extreme stress en ondervoeding

Ook aan de botten van de slaafgemaakten is iets anders te zien dan Emmer schetst. Onderzoek van Felicia Fricke naar botten op Nederlands-Caribische eilanden laat de impact zien van de trans-Atlantische overtocht: een onderbreking in de groei door een periode van extreme stress en ondervoeding. Het is in de botten bovendien zichtbaar dat zij daarna zwaar fysiek werk hebben verricht.

Slaafgemaakte Afrikanen zorgden op plantages voor hun eigen voedselvoorziening. De eigenaren parasiteerden op de slaven, al wensten ze zelf graag te geloven dat zij vaderlijk voor hen zorgden. Dat men zich vaak vrij kon kopen op basis van de opbrengst klopt niet. Het gebeurde een enkele keer, maar in Suriname was het jaarlijkse aantal vrijlatingen 0,1 procent van de slavenbevolking, tienmaal lager dan in Brazilië. Alleen het zuiden van de Verenigde Staten scoorde nog slechter. Pas in de negentiende eeuw veranderde dit, vooral omdat de mensen die al vrij waren hard werkten om hun lotgenoten vrij te krijgen.

Emmer stelt ten onrechte dat het Rijksmuseum zich niet bij de wetenschappelijke feiten houdt. De trans-Atlantische slavernij was geen luilekkerland van weldoorvoede mannen en vrouwen op weg naar vrijheid. Dat is het beeld dat slaveneigenaren door de geschiedenis heen hebben geschetst. In werkelijkheid was de trans-Atlantische slavernij een geschiedenis van ontmenselijking, dwang, geweld en verzet. Het Rijksmuseum brengt dit op een onderbouwde, gevoelige en genuanceerde manier in beeld.

Lees ook:

Waarom zadelt het Rijksmuseum scholieren op met het racistische beeld van de slaaf als sullige Sambo?

Het educatieve magazine over slavernij dat het Rijksmuseum uitbrengt, schetst een vertekend beeld van de positie van slaven in Suriname, vindt Piet Emmer, auteur van De Nederlandse slavenhandel (2019).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden