Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Toen was geloof heel gewoon? Ik geloof er niks van

Home

Nico de Fijter

© Maartje Geels
Column

Geinig gevonden titel, maar ik raakte er ook een beetje van in verwarring. 'Toen was geloof heel gewoon', heet het EO-programma.

Ik heb geloof nog nooit gewoon gevonden. En dat terwijl ik toch al m'n hele leven gelovig ben en ik me maar zeer slecht kan voorstellen dat ik dat geloof ooit van me af zal werpen. Al zou ik het willen, het zal me gewoon niet lukken, denk ik.

Lees verder na de advertentie

'Toen was geloof heel gewoon' (vanavond wordt aflevering drie uitgezonden) schetst, onder aanvoering van Andries Knevel, hoe Nederland in een halve eeuw tijd hevig is ontkerkelijkt en ontkerstend. Het programma is ingestopt onder een licht weemoedig dekentje van das war einmal.

Mooi gemaakte televisie. Maar ook een beetje bevreemdend.

Jaren zeventig

Dat zal met m'n leeftijd te maken hebben. Ik ben van eind jaren zeventig en de ontkerkelijking had bij mijn geboorte haar aanvang al een tijdje achter de rug. In het Groningse dorpje waar ik een groot deel van mijn kindertijd doorbracht stonden twee kerken, een hervormde en een gereformeerde. Wij gingen altijd naar de hervormde kerk, waar dan meestal mijn eigen vader op de preekstoel stond. Soms moest mijn vader voorgaan in een kerkdienst elders in de regio, en dan nam hij mij - een jaar of acht, negen oud - weleens mee. Autotochtjes langs koolzaadvelden, en waar je ook keek altijd wel een kerktoren in de verte, brachten ons dan in Groningse, Friese of Drentse dorpjes met namen als Surhuizum, Wiersum, Eén, Saaksum, Ten Boer of Ulrum. Vaak waren het prachtige, eeuwenoude tufstenen kerkjes, omgord door begraafplaatsjes vol langzaam scheefgezakte zerken. Met herenbanken, formidabel houtsnijwerk, glimmend koperen kroonluchters en naar het schijnt onder organisten zeer vermaarde orgels.

Twintig, dertig mensen zaten er in die Groningse kerkjes - predikant, ouderling, diaken, koster, organist en mijzelf incluis

Meestal zat er een handjevol gelovigen in die kerkjes. Twintig, dertig mensen - predikant, ouderling, diaken, koster, organist en mijzelf incluis. Volhardende gelovigen, die in de loop van de decennia de kerk steeds leger hadden zien worden, maar voor wie dat geen reden was om zelf dan ook maar af te haken. Ze peinsden er niet over. Ze geloofden.

Krimpende minderheid

Dat gelovigen in Nederland een kleine minderheid vormen, was toen in die Noord-Nederlandse kerkjes al een zeer zichtbaar gegeven en in de loop van de jaren zag ik dat keer op keer en op allerlei plaatsen bevestigd worden. Altijd ben ik me ervan bewust geweest dat ik als gelovige bij een krimpende minderheid hoor. Ik heb er nooit om getreurd. Ik heb nooit anders meegemaakt.

En hoe goed ik me ook kan voorstellen dat het je met groot verdriet kan vervullen als de kerk die je al je hele leven lang bezoekt moet sluiten, terwijl die ooit misschien wel tot de laatste plek bezet was - bij het kijken naar 'Toen was geloof heel gewoon' vroeg ik me toch af: was geloof echt zo gewoon, vijf, zes, zeven decennia geleden?

Of was het vooral heel gewoon dat je buren, je vrienden, je collega's net als jij 's zondags naar de kerk gingen?

Had de EO die programmareeks niet beter 'Toen was de kerk heel gewoon' kunnen noemen?

Geloven ligt niet voor de hand. Geloven gaat om woorden en namen en verhalen die verre van gewoon zijn. Geloven gaat, geloof ik, om God, om Christus, om aanvaard worden en de ander aanvaarden, om gerechtigheid en vrede en naastenliefde, om verzoening, om licht, om vrijheid.

Ik geloof er niks van dat daar ooit ook maar iets gewoon aan is geweest.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Twintig, dertig mensen zaten er in die Groningse kerkjes - predikant, ouderling, diaken, koster, organist en mijzelf incluis