Opinie Jeugdzorg

Tijd voor prioriteiten in de jeugdzorg

Is onze jeugd echt zo ziek of zijn er andere dingen aan de hand? De sector moet op de schop, vinden Lian Smits, bestuurder van Sterk Huis en Rene Peters, woordvoerder jeugdzorg voor het CDA in de Tweede Kamer

Op 2 september stond het Malieveld vol met stakende jeugdzorgwerkers. Er is dan ook wel wat aan de hand. Veel instellingen kampen met geld- en personeelsgebrek. De CAO-lonen stijgen en kunnen niet worden betaald. De werkdruk in de jeugdzorg blijft toenemen. En hetzelfde kan worden gezegd van de verantwoordingsdrift en de regeldruk. Reden genoeg dus om je stem te laten horen. Het kan en moet beter. We moeten allemaal de hand in eigen boezem steken. We moeten nadenken, prioriteiten stellen en idiote regels stoppen. Ja, er is geld nodig om de problemen en tekorten die zijn ontstaan op te lossen. Maar meer geld alleen is niet de oplossing. De kern is dat gemeenten en jeugdzorg gestructureerd moeten gaan samenwerken aan een betere en betaalbare zorg; met de juiste focus.

Neem de recente ramp met een Indonesische veerboot. De hulp kwam snel op gang. Toch was het aantal brandweermannen en duikers dat drenkelingen kon redden niet oneindig. Het moet een hel geweest zijn. Honderden mensen schreeuwden om hulp. “Het was niet gemakkelijk”, zei een brandweerman. “Maar ik help eerst de mensen die dreigen te verdrinken. Schaafwonden behandel ik wel als de echte problemen zijn verholpen.”

De vraag naar zorg is in theorie en in de praktijk bijna oneindig. Dat geldt ook voor de jeugdzorg. Nu regelt en/of betaalt de gemeente vaak individuele lichte zorg en ondersteuning. De vraag of dit wenselijk of zinvol is, ligt zelden op tafel. De vraag of jeugdzorg betaalbaar is, des te meer.

Onbetaalbaar

Het antwoord is: niet op deze manier. Uit onderzoek van het ministerie, jeugdzorg en gemeenten blijkt dat gemeenten geld te kort komen. Instellingen die kinderen met zware (multi)problemen helpen, hebben het financieel heel zwaar. Steeds meer kinderen krijgen hulp die we jeugdzorg noemen, maar we weten niet aan welke problematiek we het geld echt uitgeven. Gemeenten waar één op de zes kinderen professionele hulp nodig heeft; het is geen uitzondering. Dat zijn bizar hoge percentages. Als een vraag oneindig lijkt, moeten we ons de ongemakkelijke vraag stellen welke hulp wel en welke niet moet worden vergoed. En ook hoe we de zorg moeten organiseren. De Jeugdwet stelt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor zorg, maar is onduidelijk over de grenzen aan die verantwoordelijkheid. Wie de wet ruim interpreteert, vergoedt alles. Regio’s publiceren lijsten van gecontracteerde aanbieders van ‘specialistische jeugdhulp’. Naast instellingen die een leek verwacht, kennen de lijsten paardencoaching, kindercoaching, BSO+, Kinderopvang+ en allerlei oplossingen voor problemen die tot voor kort niet als jeugdzorg werden gezien. Hun nut, inzet en kwaliteit stellen wij niet ter discussie. Maar is enorme groei van individuele lichte hulp een antwoord op meer ontwikkelkansen voor alle kinderen?

Ligt het antwoord op veel individuele vragen niet in een betere samenwerking tussen onderwijs, zorg, welzijn en ouders? Gewoon op school, in de wijk. En vaak niet voor één kind, maar voor een sterke basis voor de hele school. Een ‘thuiszitter’, is dat een zorgvraag? Het is tenminste een gezamenlijke verantwoordelijkheid van (passend en speciaal) onderwijs, zorg en welzijn en ouders. Bovendien moeten we ons de vraag stellen of de grote groei van lichte zorg kinderen met echt grote problemen niet te kort doet.

In de jeugdzorg moeten we bijsturen. Een sterke basis ontwikkelen, met stevige scholen en wijken met zorg dichtbij. Maar ook gewoon nuchter kijken naar verantwoordelijkheid van ouders zelf. En voor grote problemen snel de juiste hulp. Dán heb je maatwerk en werken we vanuit de bedoeling. Als we (te) veel geld uitgeven, moeten we met gezond verstand prioriteiten stellen.

Lees ook: 

Kwetsbare jongeren verdienen de beste hulp die er is

Jeugdzorg blijft dweilen met de kraan open als het beleid niet verandert, schrijven Eric van der Burg en Naima Azough.

Ieder kind zijn/haar eigen coach

Jongenscoaches gaan met jongens houthakken of mountainbiken, terwijl meisjescoaches met meisjes knutselen en wandelen. Een stereotiepe aanpak van uw faalangstige zoon of dochter? ‘Die patronen zijn er nu eenmaal.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden