Opinie Zorg

Tijd om het grijze gebied tussen euthanasie en palliatieve sedatie op te heffen

Palliatieve sedatie komt in Nederland steeds vaker voor, maar binnen de richtlijnen zijn er internationaal grote verschillen. Wim Graafland, niet praktiserend huisarts, pleit voor een gemeenschappelijke regeling, waarin ook euthanasie voor terminale patiënten wordt meegenomen: “Zo u wilt ‘euthanasie-light’.”   

Nederland mag zich internationaal gelukkig prijzen met het hoge niveau van zijn gezondheidszorg, inclusief de levenseindezorg. Die levenseindezorg heeft zich zowel in de eerste als tweede lijn ontwikkeld tot een hoogwaardig instrument gericht op mensen in hun laatste levensfase. Desondanks bestaat er nog steeds een grote barrière om te besluiten te stoppen met (zoeken naar) behandelingen en de stap te zetten naar goede levenseindezorg.

Hierin spelen patiënten een rol, die begrijpelijkerwijze het onderste uit de kan willen halen, maar ook artsen, ziekenhuizen en ziektekostenverzekeringen. Alle partijen vinden het moeilijk om een grens te trekken. Ik denk dat dit behandelactivisme ertoe leidt dat ook aan het einde van het leven in toenemende mate voor actie wordt gekozen, in de vorm van euthanasie en palliatieve sedatie.

Morele acceptatie

Euthanasie is inmiddels niet meer uitzonderlijk, de ontwikkelingen en stijgende cijfers zitten nu vooral in palliatieve sedatie. Door middel van euthanasie en palliatieve sedatie samen sterven jaarlijks ruim 40.000 mensen, goed voor bijna 30 procent van alle overlijdens in Nederland per jaar.

Het gaat er mij niet om of dit (te) veel is. Maar opvallend is hoe hoog de morele acceptatie van palliatieve sedatie is. In een recent onderzoek naar de ervaringen van protestantse predikanten van de PKN bleek ongeveer 90 procent van alle predikanten achter palliatieve sedatie te staan, versus een veel lagere positieve waardering van euthanasie. Dit terwijl er veel internationale literatuur bestaat waarin ethische en ook praktische vraagtekens worden gezet achter de uitvoering van palliatieve sedatie. Het is van belang dit internationale kader te benadrukken. Bij veel regelgeving streven we naar internationale afspraken. Met betrekking tot de levenseindezorg is dit zeker nog niet het geval.

Grote verschillen

Er bestaat maar een handjevol landen met euthanasiewetgeving, die onderling sterk verschillen wat betreft de criteria, de uitvoering van de euthanasie en de rol van de arts. Ook binnen de richtlijnen die gelden voor de uitvoering van palliatieve sedatie bestaan internationaal grote verschillen. De Nederlandse artsenfederatie KNMG stelt een levensverwachting van maximaal twee weken voor palliatieve sedatie, terwijl dat in de richtlijnen van andere landen korter is.

Binnen de palliatieve sedatie zijn er meerdere vormen. In Nederland (en België) wordt meestal gekozen voor de continue diepe sedatie (tot aan de dood), gecombineerd met het niet meer toedienen van vocht. Uit onderzoek blijkt dat de dood in veel gevallen binnen enkele dagen intreedt. Ook als dit langer dan vier dagen duurt, heeft het onthouden van vocht een levensverkortend effect. In Nederland vinden we dit geen direct probleem, internationale commentatoren zullen dit als slow euthanasia betitelen en dit nota bene soms buiten de toestemming van de betrokkene om.

Euthanasie-light

Ik wil er voor pleiten om binnen de regelgeving van zowel palliatieve sedatie als euthanasie meer internationale consensus te zoeken. Binnen de richtlijnen voor palliatieve sedatie is dit een kleine moeite. Voor euthanasie is dit gezien onze grote voorsprong op andere landen lastiger. Deze werkt eerder remmend: in dit dossier wordt met argwaan naar Nederland gekeken.

Wellicht is het een idee om het grijze gebied tussen euthanasie en palliatieve sedatie op te heffen met gemeenschappelijke regelgeving voor terminale patiënten, zo u wilt ‘euthanasie-light’. En dit dan wettelijk los te maken van euthanasie bij andere groepen met een langere levensverwachting (psychiatrische patiënten, dementie, gestapelde ouderdomsziekten, voltooid leven).

Lees ook:

De dood vraagt om duidelijkheid

Het sterfbed van zieke mensen, zoals de oudere kankerpatiënt, kan lang duren en het kan naar zijn. De pijnbestrijding is tegenwoordig sterk verbeterd en zeker voor wie geen euthanasie wil, is er de mogelijkheid om behandeling van klachten als pijn aan te vullen met palliatieve sedatie. 

Slapend sterven als alternatief voor euthanasie

Steeds vaker brengen we onze laatste dagen slapend door: vorig jaar zeker 35.000 keer. Wordt palliatieve sedatie gebruikt als minder heftige ‘sluiproute’ voor euthanasie?

Er komt een onderzoek met artsen en nabestaanden naar de stijging van palliatieve sedatie

Minister Hugo de Jonge van volks­gezondheid laat komende tijd diepte-interviews afnemen met artsen, nabestaanden, patiënten en andere betrokkenen bij palliatieve sedatie. Hij wil weten waarom dit in een diepe slaap brengen in de stervensfase vaker voorkomt

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden