column

Tien doden, en dat allemaal voor een selfie op een top in de Himalaya

Marijn de Vries Beeld Maartje Geels

Eerst dacht ik dat het fotoshop was. Daarna probeerde ik de poppe­tjes te tellen. De gekleurde winterjassen en rugzakken regen zich aaneen tot een vrolijk lint. Je zou de aanblik gezellig kunnen noemen als het niet zo huiveringwekkend absurdistisch was. Een file van bergbeklimmers op de Mount Everest, dringend voor een momentje op de top.

Waarom staat de file op de Mount Everest niet op de sportpagina’s, vroeg ik me af. Bergbeklimmen is immers een sport. Maar toen ik begon te lezen begreep ik al snel hoe dat kwam. De hoogste berg ter wereld bedwingen is volgens critici allang geen sport meer. Vroeger moest je jaren voorbereiden, maanden trainen. Hardlopen, zwemmen, fietsen, met zware rugzakken duizend trappen op en af rennen. Marathons lopen, de Elfstedentocht schaatsen en met een masker met zuurstofarme lucht uren op een hometrainer zitten om te leren afzien.

Vandaag de dag kan iedereen met veel geld naar boven, vooral vanuit Nepal waar ze niet zo nauw kijken op een vergunninkje meer of minder. Voor tienduizend euro koop je zo’n ding. Dit jaar is de Nepalese staatskas met al bijna vier miljoen gespekt door klimmers, en geef de Nepalezen eens ongelijk – het zijn makkelijke inkomsten voor een arm land. Vervolgens huur je alle luxe die je wilt, en hopla, daar ga je. De touwen waarlangs je moet klimmen liggen er inmiddels permanent. Als je geen zin hebt in het echte afzien neem je een zuurstoftankje mee. En glamping is de nieuwe trend in het basiskamp op 5150 meter hoogte: luxe tenten met verwarming en echte bedden en een restaurant met wifi om selfies naar huis te sturen.

De klim naar 8848 meter is heus pittig, maar nauwelijks nog de heroïsche tocht die het ooit was. Beeld AFP / @NIMSDAI PROJECT POSSIBLE

Hoogteziekte

Sherpa’s dragen alle spullen, je hoeft zelf alleen nog maar te lopen. Onaangename aanblikken moet je wel kunnen verdragen, want door de klimaatverandering verdwijnt er tegenwoordig meer sneeuw van de berg dan er valt, en komen lijken die jarenlang ondergesneeuwd lagen vrij. Doden worden doorgaans niet van het bovenste deel van de Mount Everest gehaald. Net als vuilnis. Tot voor kort althans. In april haalden vrijwilligers in twee weken alleen al drieduizend kilo blikjes, flesjes, plastic, tentjes, kapotte klimuitrusting én vier lijken van de berg.

De klim naar 8848 meter is heus pittig, maar nauwelijks nog de heroïsche tocht die het ooit was. Volgens de critici dan hè. Ik geloof ze wel. Waarom ontstond er afgelopen week anders een file van tweehonderd klimmers die naar de top wilden? Waarom stierven er anders tien mensen die een selfie op het hoogste punt belangrijker vonden dan hun leven? Iedereen die zich een beetje verdiept weet dat je de tocht van het laatste kamp naar de top en terug in maximaal 48 uur moet voltooien. Anders is de kans dat hoogteziekte en de vrieskou je te pakken krijgen immens.

Rest de vraag waarom de klimmers zich niet iets meer verspreiden. Nou, heel simpel. Er zijn hooguit vijf à zes dagen per jaar echt geschikt om de top te bedwingen. Die dagen vallen alleen in april en mei. De basiskampen zitten in die maanden boordevol, en alle wachtenden willen natuurlijk op die ene zonnige windluwe dag naar boven. Dan heb je het mooiste uitzicht. De top is klein. Iedereen wilde er tegelijk op. Er werd geduwd en getrokken. Geschopt en gescholden. Er vielen tien doden. En dat allemaal voor een selfie op een top in de Himalaya.

Ik ben niet voor het inperken van individuele vrijheden, maar bij dit soort uitwassen denk ik steeds vaker: kon de mensheid maar tegen zichzelf in bescherming worden genomen.

Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees meer van haar columns op trouw.nl/marijndevries.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden