Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Theater Babel laat zien wat de participatiemaatschappij werkelijk is

Opinie

Stevo Akkerman

Stevo Akkerman. © Trouw
Column

Als er mensen bestaan in de categorie ‘met beperking’, dan moeten er ook mensen bestaan in de categorie ‘zonder beperking’. De onbeperkten. En de kunst is natuurlijk om die twee soorten uit elkaar te houden. 

Ik onderging daarvoor een oefening bij Theater Babel te Rotterdam, dat zaterdag de première speelde van de voorstelling ‘Piazza della vita’. Een stuk dat de bezoeker achterlaat met twee vragen: Wat heb ik gezien? En: wie heb ik gezien?

Lees verder na de advertentie

Regisseur Paul Röttger brengt 33 spelers op het toneel, de helft van hen met een beperking, de andere helft zonder. Dat is zijn handelsmerk en zijn missie, en het betekent dat je als toeschouwer naar de acteurs kijkt met een onderzoekende, misschien zelfs keurende blik. Wie is beperkt, wie niet? En om welke beperking gaat het dan? We zaten in een voormalige gymzaal, op blokken die aansloten bij het decor, zodat de afstand tussen ons en de spelers minimaal was. Ze keken net zo goed naar ons als wij naar hen. Als wij onbeperkt waren, hoe dan? Ik voelde heel duidelijk dat zij zich dat afvroegen.

Grote momenten van het leven

Er was een acteur (met beperking, denk ik) die mensen uitnodigde tegenover hem te komen zitten. Hij liet zijn blik even op hen rusten en stuurde ze dan met een simpel handgebaar weer weg. Een andere acteur, een zware jongen die een zekere dreiging uitstraalde, ging de zaal rond met een kunstgebit in zijn geopende hand. Of je wilde of niet, je vroeg je toch af of jíj het was die dat ding uit zijn mond had laten vallen.

Buiten de kunst heet dit de par­ti­ci­pa­tie­maat­schap­pij. Een verhullende term voor precies het omgekeerde.

Mocht dit de indruk wekken dat de voorstelling iets kolderieks had, dan is dat geheel ten onrechte. ‘Piazza della vita’ is een overrompelend verhaal zonder woorden, een choreografie die je langs alle grote momenten van het leven voert: geboorte, dood, liefde, haat, bevestiging, afwijzing, vasthouden, loslaten. En dat onder begeleiding van liederen die door de acteurs zelf worden gezongen, mysterieuze en meditatieve liederen in niet-bestaande talen, speciaal geschreven voor dit stuk. Breekbaarder kan haast niet: een zanger met Down die onvast en zoekend een volle zaal aanraakt met zijn stem.

Maar het is niet vanwege dat Down-syndroom dat het zo ontroerend is, het is de kwetsbaarheid van de performer en de schoonheid van de muziek. Het laatste wat Paul Röttger wil maken, is ‘ach-gossie-theater’, hij wil dat zijn stukken gewaardeerd worden om hun artistieke kwaliteit. Voor de acteurs met beperking gaat daar een krachtige boodschap vanuit: ze dragen bij aan een kunstproductie die niet onderdoet voor welke andere dan ook. Ze krijgen, net als hun ‘niet-beperkte’ collega’s, gedurende dertig weken een training van drie dagen per week, en treden niet alleen op in het theater, maar ook veel op scholen: in totaal 235 optredens per jaar. “We doorbreken de onzichtbaarheid”, zegt Röttger daarover.

Buiten de kunst heet dit de participatiemaatschappij. Geen mooi woord, en vaak ook een verhullende term voor precies het omgekeerde. Maar bij Theater Babel is het werkelijkheid.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de 'keiharde nuance' en het 'onverbiddelijke enerzijds-anderzijds' preekt.

Deel dit artikel

Buiten de kunst heet dit de par­ti­ci­pa­tie­maat­schap­pij. Een verhullende term voor precies het omgekeerde.