opinie

Textielarbeiders Bangladesh krijgen niet waar ze recht op hebben

Textielfabriek Rana Plaza in Savar, zo'n dertig kilometer van de hoofdstad Dhaka, een dag na de instorting op 24 april 2013. Meer dan 1100 textielarbeiders kwamen daarbij om het leven, 2500 mensen raakten gewond. Beeld REUTERS
Textielfabriek Rana Plaza in Savar, zo'n dertig kilometer van de hoofdstad Dhaka, een dag na de instorting op 24 april 2013. Meer dan 1100 textielarbeiders kwamen daarbij om het leven, 2500 mensen raakten gewond.Beeld REUTERS

Vijf jaar na de ramp met de Rana Plazafabriek in Bangladesh worden werknemers nog steeds slecht betaald en hebben ze weinig rechten. De Europese Commissie moet afdwingen dat Bangladesh de arbeidsomstandigheden verbetert, stellen Agnes Jongerius, Europarlementariër PvdA en Tara Scally van de Schone Kleren Campagne.

Agnes Jongerius en Tara Scally

De wereld keek vijf jaar geleden met verbijstering naar de beelden van de ingestorte Rana Plaza kledingfabriek in Bangladesh. De ramp maakte zichtbaar waar de race naar de bodem in de kledingindustrie toe leidt, als het gaat om de veiligheid voor werknemers en slechte arbeidsvoorwaarden.

Nog altijd worden Europese winkelstraten overspoeld met goedkope kleding. Goed voor de liefhebber die de kledingkast wil aanvullen met nieuwe items. Maar slecht voor de textielarbeiders in Bangladesh. De Europese Commissie moet de overheid van Bangladesh en de fashionketens samen verantwoordelijk houden voor goede arbeidsomstandigheden. Gebeurt dit niet, dan moeten de handelsvoordelen van het land worden ingetrokken.

In de nasleep van de Rana Plazaramp beloofden de Bengalese overheid en de kledingindustrie één ding: dit nooit meer. De veiligheid en de rechten van werknemers zouden in de toekomst gegarandeerd worden. Het Bangladesh Veiligheidsakkoord kwam tot stand en in fabrieken die onder dit akkoord vallen zijn verbeteringen doorgevoerd. 84 procent van de doelstellingen op het gebied van veiligheid zijn gehaald. De lonen zijn echter nog absurd laag, er is geen vakbondsvrijheid en lonen worden vaak niet uitbetaald.

Het minimumloon in Bangladesh is namelijk geen leefbaar loon. Werknemers maken lange dagen. Mensen die knokken voor een beter salaris, krijgen te maken met repressie. Intimidatie, discriminatie, geweld, ontslag en het plaatsen van arbeiders op een zwarte lijst door werkgevers zijn eerder regel dan uitzondering. Ook de Bengalese overheid onthoudt zich niet van onderdrukking. Werknemers durven zich nog nauwelijks te organiseren. Sterker nog: werknemersorganisaties bij fabrieken in gebieden die naar Europa exporteren, zijn verboden en buiten deze zones worden ze vaak hardhandig aangepakt. Het is niet voor niets dat de Internationale Arbeidsorganisatie al jaren concludeert dat werknemersrechten in Bangladesh nauwelijks verbeterd zijn.

Ondanks de flagrante schendingen krijgt Bangladesh gunstige handelsvoordelen van de Europese Unie. Bijna de helft van de totale export van Bangladesh gaat richting de EU. Kleding is daarbij veruit het best verkochte product. Wij hebben dan ook een belangrijke troef in handen om fatsoenlijke werknemersrechten af te dwingen en de lonen omhoog te krijgen. De Europese Commissie gaf de Bengalese overheid eerder een deadline om de arbeidsomstandigheden te verbeteren. Maar de overheid negeerde deze 'rode lijn' botweg.

Vanuit de Europese Commissie bleef het vervolgens oorverdovend stil. Onbegrijpelijk, want fatsoenlijke arbeidsomstandigheden zijn vastgelegd in internationale conventies. De vrijheid van vereniging en collectief onderhandelen zijn zelfs mensenrechten. Vindt de Europese Commissie soms dat fatsoenlijke arbeidsomstandigheden ophouden te bestaan bij onze grenzen?

Wat ons betreft niet. Daarom stellen wij het volgende voor: de Europese Commissie moet een tijdpad aankondigen waarop de overheid van Bangladesh tastbare verbeteringen in de arbeidsomstandigheden moet hebben aangebracht. Daarbij is een speciale rol weggelegd voor inkopende Europese fast fashionwinkels. Zij moeten af van de cultuur waarbij kledingfabrikanten moeten produceren tegen zo laag mogelijke kosten. De winsten kunnen eerlijker verdeeld worden over de gehele keten.

Is er geen verbetering, dan worden de handelsvoordelen ingetrokken. De Europese Commissie kan hier laten zien dat mensenrechten geen lippendienst zijn. Het afdwingen van fatsoenlijke arbeidsomstandigheden is gewoon een kwestie van goed fatsoen.

Lees ook: Vijf jaar na de ramp in Bangladesh: Ik kan mijn moeder niet beloven dat ik veilig thuiskom

Vijf jaar nadat in Bangladesh de Rana Plaza-textielfabriek instortte, is de veiligheid verbeterd. Vijftig rampen zijn sindsdien voorkomen. Desondanks is er nog veel te doen, zegt ook vakbondsactiviste Kalpona Akter (41). Zij zat in de gevangenis, haar collega werd vermoord.

Een Bengalese vrouw houdt tijdens de herdenking van de ramp een foto van haar omgekomen dochter omhoog, een van de 1134 dodelijke slachtoffers. Vandaag is het vijf jaar geleden dat de textielfabriek Rana Plaza instortte. Beeld AP
Een Bengalese vrouw houdt tijdens de herdenking van de ramp een foto van haar omgekomen dochter omhoog, een van de 1134 dodelijke slachtoffers. Vandaag is het vijf jaar geleden dat de textielfabriek Rana Plaza instortte.Beeld AP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden