OpinieKunst en cultuur

Subsidies zorgen voor een breder geschakeerd aanbod in ons cultuurlandschap

Particuliere steun aan ziekenhuizen of concertzalen klinkt wel sympathiek, maar de ervaring leert dat die tot een eenzijdiger aanbod leiden, betoogt Quirijn van den Hoogen, docent kunstsociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Theo Schuyt, hoogleraar filantropie (VU), schrijft dat de coronacrisis ons zeer waarschijnlijk zal terugbrengen naar een situatie waarin burgers zelf collectieve voorzieningen als een ziekenhuis en schouwburg moeten ondersteunen (Opinie, 14 september). Hij wijst op de aanstaande noodzaak om (fors) te bezuinigen. Op lokaal niveau betekent dat vaak het sluiten van bibliotheken, sportzalen en andere collectieve voorzieningen. Willen we de samenleving ‘leuk’ houden, zo redeneert Schuyt, dan is het logisch dat we teruggaan naar private ondersteuning van collectieve voorzieningen.

Met de Geefwet die door het ministerie van cultuur in 2013 is ingevoerd, wordt vanuit de cultuursector een mooi voorbeeld gegeven.

Als we naar de geschiedenis van het Nederlandse cultuurstelsel kijken dan is dat inderdaad vaak particulier tot stand gekomen: het waren burgers die initiatieven namen tot de openbare leeszaal, een concertzaal of schouwburg. Veel van de belangrijke cultuurvoorzieningen in ons land, zoals het Concertgebouw in Amsterdam, kennen zo’n particuliere start. De geschiedenis van deze instellingen leert echter ook dat zij in het begin sterk tot vormen van uitsluiting leidden en vooral hun eigen achterban bedienden, dan wel vrij dictatoriale technieken hanteerden. Het was de (economische) elite die via deze instellingen definieerde tot welke cultuur de burger opgevoed diende worden, alle sociale en egalitaire retoriek ten spijt.

Een bastion van goede smaak

Dat deze instellingen zich nu in het hart van de gesubsidieerde culturele infrastructuur bevinden en dit stelsel tot een bastion van goede smaak maken, kan ik niet helemaal ontkennen. Maar de opbouw van het gesubsidieerde cultuurstelsel maakte ook iets anders mogelijk: de ruimhartiger ondersteuning door de overheid maakte ruimte voor een breder cultuurbegrip.

Naast die gevestigde orde biedt het stelsel ruimte aan een brede baaierd aan nieuwe initiatieven en alternatieve geluiden. Zo maken film en popmuziek inmiddels onderdeel uit van die basisinfrastructuur en wordt zo een alternatief geboden voor film en muziek náást de mainstream die vooral in de Verenigde Staten wordt geproduceerd.

En het stelsel biedt nóg een voordeel: vergelijkt u de prijs van de kaartjes voor het Concertgebouw maar eens met die van de Boston Philharmonic. En dan heb ik het nog niet eens over de uiterst dunne infrastructuur op het Amerikaanse platteland.

Steeds grotere tweedeling in de cultuur

Als Schuyt verwijst naar de cultuur en zijn Geefwet als voorbeeld voor maatschappelijke participatie door burgers, zou hij ook moeten verwijzen naar het onderzoek dat naar de effecten van die wet is gedaan. De WRR wijst op het ontstaan van een steeds grotere tweedeling tussen haves en have nots, ook in de cultuur. De grote, gekende instellingen als het Amsterdamse Concertgebouw en de bekende musea zijn in staat gebleken om substantiële private ondersteuning te verwerven. Dat waren zij echter voor de Geefwet ook al.

Juist het rijkgeschakeerde palet aan kleinere voorzieningen, ook in kleinere steden, dat ons cultuurlandschap zo interessant maakt, heeft moeite private middelen te verwerven. Waarom zou dat met de maatschappelijke aandelen die Schuyt wil anders gaan?

De ervaringen met de Geefwet stellen ons dus weinig gerust als het om het voortbestaan van het provincie-ziekenhuis gaat. Kortom, het zal best zo zijn dat meer private ondersteuning van publieke voorzieningen in de toekomst nodig zal blijken. Maar ons collectieve stelsel zal daar niet inclusiever of toegankelijker door worden.

Het zal er eerder toe leiden dat wie heeft, nog meer zal krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zelfs wat hij heeft nog zal worden ontnomen.

Lees ook:

Help de publieke sector: neem een aandeel in je eigen theater en ziekenhuis

Als de overheid na de coronabezuinigingen een deel van de publieke sector niet meer kan betalen, kan de burger gaan meehelpen aan de zoektocht naar andere inkomstenbronnen. Dat zegt Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Kunstenaars geven het op door de coronacrisis en zoeken ander werk: van het orkest naar de GGD-teststraat voor corona

Een groot deel van de acteurs, musici en dansers kan nu niet rondkomen. Als er geen steun van de overheid komt, dan zullen ze ander werk moeten zoeken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden