Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Studiefinanciering kan veel eerlijker, en dat was-ie vroeger ook

Opinie

Gerben Wierda

© ANP
Opinie

Wie een manier zoekt om studiekosten goed te verdelen tussen de overheid, studenten en hun ouders, kan teruggrijpen op het systeem van voor de invoering van de basisbeurs in 1986, schrijft Gerben Wierda, lezer te Heerlen.

Met de discussie over het leenstelsel en de roep hier en daar dat de basisbeurs niet afgeschaft had mogen worden, komt bij mij weer boven hoe ik zelf ooit betrokken was, als mede-organisator vanuit de Groninger Studentenbond, bij het verzet tegen de invoering van de basisbeurs.

Lees verder na de advertentie

Een belangrijke reden om tegen die basisbeurs te zijn, lag in het denivellerende karakter ervan: het zorgde ervoor dat rijke ouders veel geld in eigen zak konden houden. Geld dat ze voor die tijd moesten investeren in hun kinderen. De filosofie achter de basisbeurs was namelijk niet ingegeven door overwegingen van toegankelijkheid of economische rechtvaardigheid: het ging erom dat studenten zo zelfstandig mogelijk konden zijn. Een fijne liberale wens inzake het vrije zelfstandige individu, zeg maar.

De hele kos­ten­dis­cus­sie is een vest­zak-broek­zak­dis­cus­sie

Met de invoering van het leenstelsel is die onafhankelijkheid als doel de facto vervallen (ouders dokken weer zoveel mogelijk) en is de toegankelijkheid verder afgenomen. Nu kunnen kinderen van rijke ouders schuldenvrij studeren, de rest komt met een stevige studieschuld van de opleiding. De toegankelijkheid is daarmee aangetast, want zij uit de armste milieus moeten de hoogste schulden maken.

Fatsoenlijk 

Het beste systeem is er een dat wel wat lijkt op het systeem dat bestond vóór de invoering van de basisbeurs in 1986. Een fatsoenlijk hoge beurs (ongeveer de helft van wat nodig is) die afhankelijk is van het inkomen van de ouders (en hoeveel kinderen er gelijktijdig studeren). Er moet wel een bepaald maximum zijn van een totaal te ontvangen beurs door de jaren heen.

Hoe rijker de ouders, des te lager de beurs (en het maximum). De ouders maken dat verschil goed. Daarbij komt een renteloze lening voor de rest. Daarmee dragen alle ouders naar draagkracht bij en is de toegankelijkheid zo gelijk mogelijk. Degenen met de armste achtergrond worden zo niet op de hoogste kosten gejaagd. De kinderen van de allerrijksten komen natuurlijk nog wel schuldenvrij door de studie, maar dat is altijd zo.

De hele kostendiscussie is een vestzak-broekzakdiscussie. De overheid beperkte met het leenstelsel de publieke schulden op korte termijn (want dat bezuinigde geld is natuurlijk helemaal niet naar beter onderwijs gegaan), maar de private schulden nemen daarna snel toe. Over het geheel genomen is de Nederlandse economie dan structureel niet veel beter af.

Lees ook:

Studenten hebben het nakijken: alle beloftes van het leenstelsel zijn gebroken

Studenten moesten in 2015 hun basisbeurs inleveren en zouden daar ander moois voor terugkrijgen. Maar geen enkele van de verbeteringen die het kabinet aan studenten beloofde, is waargemaakt.

Deel dit artikel

De hele kos­ten­dis­cus­sie is een vest­zak-broek­zak­dis­cus­sie