null Beeld

ColumnMarijn de Vries

Stress is misschien wel de beste warming-up

In het duister van sommige nachten wring ik mezelf door verstikkende gangen die kronkelen en kruisen in mijn hoofd. Ik tast en ik zoek. Ik ben dingen kwijt. Moet ergens naartoe maar word telkens opgehouden. Ik wil gaan, laat me nu gaan. Ik kom te laat. Zonder dat ding, dat ene ding, dat per se mee moet om aan de start van deze wedstrijd te staan. Heb ik wel getraind? Ik heb niets gegeten. Mijn mond vol met stof, mijn benen vol blubber. Mijn oren vol razen van keiharde wind.

Dan wordt het stil. Ik drijf langzaam naar boven, en open mijn ogen in de vredige nacht. Warm in mijn bed. Een paar tellen lig ik nog bij te komen. Het was maar een droom. Maar wel zo eentje die geregeld eens terugkeert. Zo eentje die schaatser Nils van der Poel dit weekend beschreef.

Hij is geen Nederlander, en geen schaatsende broer van Mathieu zoals je misschien zou denken. Hij is een Zweed met achternaam van zijn Hollandse grootouders ergens uit het zuiden van het land. Wie weet is hij wel verre familie, gezien zijn talent, van Adrie, Mathieu en David van der Poel. Het zou zomaar kunnen.

Doodsbang in de bochten

Nils is een langeafstandsknaller. En hij leeft mijn nare dromen – dit weekend dan toch. Het begon zaterdagochtend al vroeg, toen de wekker hem wekte. Nils drukte op ‘snooze’ en dommelde weer in. Te laat werd hij wakker en rende daardoor de hele dag zichzelf achterna. Alles ging mis. Zijn ene ijzer kwam los bij de warming-up voor de vijfhonderd meter, verschoof, en Nils viel op zijn heup. Doodsbang in de bochten reed hij op een scheve schaats zo goed en zo kwaad als het ging zijn race.

Met een recht gezet ijzer en een pijnlijke heup ging hij na de vijfhonderd meter op zoek naar een fysiotherapeut. De Zweden hebben zelf geen geld om er een mee te nemen naar de toernooien. Ik zag Nils voor me, diep in de catacomben van Thialf, dolend en zoekend. Kloppend op deuren met niemand erachter, tot de fysio van de Oostenrijkers hem hielp.

Na de lunch ging Nils toch maar eventjes liggen voor het tijd voor de vijfduizend meter zou zijn. Hij viel in slaap op de bank, een powertukje, tenminste dat dacht hij. Tot zijn collega Sverre Lunne Pedersen hem wekte. “Hee man. Moet jij niet racen over een kwartier?” “Nee gek”, zei Nils nog halfslapend, “pas over een uur. Ik blijf nog even liggen.” Precies zoals in mijn dromen moest hij graaiend en grijpend naar zijn spullen rennen naar de ijshal om nog op tijd aan de start te staan.

Pap in de benen

Schaatsen aan. In mijn dromen zouden de veters nu knappen. De ijzers loslaten. Pap in de benen. En ineens had ik dan zelfs helemaal geen schaatspak meer aan. Bloot zou ik naar de startlijn glijden, bang dat iemand zou zien dat ik mijn kleren niet aan had, wat gek was, want mijn naaktheid was niet te verbergen. Iedereen zag het gewoon.

Met het hart in de keel stond Nils aan de start. Stress is misschien wel de beste warming-up. De eerste rondjes vond hij geen ritme, hij reed te snel, te gejaagd. Toch ging het niet slecht. De laatste vier rondjes gaf hij toen maar gewoon alles wat hij had. Tweede tijd.

Het was echt niet mijn dag, zei Nils naderhand. Niet meer zo naar dromen voortaan, dacht ik. Maar Nils zag het anders: Just don’t hit the snooze button, man.

Journalist en voormalig profwielrenner Marijn de Vries fietst u elke maandag door het sportweekend. Lees hier eerdere columns terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden