Beeld Reyer Boxem

Column Rodaan Al Galidi

‘Straks krijgt schaap Herman een burn-out’

Een weekendje naar een boerderij met veertien Hollanders, van wie er een nogal spiritueel was aangelegd: Noëlle. Zij had ons uitgenodigd op de boerderij van Kees en Stefanie, omdat ze daar op de dieren paste terwijl zij op vakantie gingen.

Noëlle was erg begaan met dieren, en vooral met een schaap dat Herman heette, het enige schaap dat ik in Nederland tegenkwam dat naast ‘schaap’ een naam had. Kees en Stefanie hadden gezegd dat de schapen in de schuur moesten blijven, maar volgens Noëlle moesten ze nieuwe energie opdoen van het universum, en dat kon beter buiten de schuur, want daar was beter bereik. Alsof de schapen mobiele telefoons waren.

Die dag graasden de schapen rond de boerderij en om vijf uur ’s middags bracht Noëlle ze weer naar de schuur, nadat ze ze een voor een had omhelsd. Schaap Herman liet zich door Noëlle omhelzen, maar hij ging niet terug naar binnen. Noëlle begon Herman blaadjes sla te geven, en wortels en broccoli en een paar soorten brood. Herman at wat ze in haar hand had, maar volgde haar niet.

Noëlle riep de veertien Hollanders naar buiten om het schaap ervan te overtuigen naar de schuur te gaan. In plaats van dat ze het schaap overtuigden de schuur in te gaan, haalde dat hen over om meer dan een uur om de boerderij te draaien. Zwetend kwamen ze terug naar het huis voor een vergadering. Het schaap en ik keken naar de Hollanders.

Burn-out

Na de lange vergadering kwamen ze weer naar buiten. Dit keer gebruikten ze niet de maag van het schaap om hem te overtuigen de schuur in te gaan, maar zijn hart. “Schatje, Herman, kom toch”, zei de een. “Herman, alsjeblieft, kom, we moeten nog koken”, zei een ander. Een jongen deed zijn best om te mekkeren als een ooi. Het schaap mekkerde terug. Mocht iemand in de geschiedenis van de mensheid ooit mekkeren begrepen hebben, dan weet hij dat het schaap niet mekkerde, maar ze hard uitlachte. Na een uur was er weer een korte vergadering waarin werd besloten Herman met rust te laten, want hij was nu overspannen en dat leidde wellicht tot een burn-out.

Er werd gegeten en toen ze weer buiten het schaap nergens zagen, schrokken ze. Ze dachten dat Herman ontsnapt was. Ik vertelde dat hij in de schuur zat. Ik werd niet beschouwd als held omdat ik iets had gedaan wat veertien Nederlanders niet was gelukt, maar ze maakten zich zorgen. Had ik Herman soms pijn gedaan of hem laten schrikken?

“Ik heb het schaap geen pijn gedaan, maar zijn oor wel”, zei ik.

“Wat?” zei Noëlle verschrikt. Ze rende naar de schuur en omhelsde Herman en gaf hem kusjes op zijn twee oren. “Welk oortje?” riep ze naar mij.

“De linker”, riep ik terug. Geen van de veertien Hollanders was nieuwsgierig hoe ik Herman in de schuur had gekregen. Hoe ik het heb gedaan, blijft geheim, dat is iets tussen Herman en mij. Als Herman nooit is veranderd in koteletjes, dan is hij vast nog steeds geschrokken van veertien Hollanders die hem achtervolgden. Misschien is hij nu psychisch ziek en denkt hij dat hij Herman is, en niet een schaap.

De Iraaks-Nederlandse schrijver en dichter Rodaan Al Galidi is onze Zomertijd-columnist. Volgend jaar toert de voorstelling ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’ door het land, gebaseerd op zijn gelijknamige boek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden