null Beeld

ColumnIlyaz Nasrullah

Stof zijt gij en tot data zult gij wederkeren

Ilyaz Nasrullah

Praat u wel eens over de dood? Volgens een recente Sire-campagne doen wij dat te weinig, en ik ben het daar mee eens. Ik juich deze campagne zelfs toe, omdat de dood ons – meer dan welk ander onderwerp – dwingt om na te denken over wat wij écht belangrijk vinden in dit leven. Die overdenking is nodig, omdat wij als samenleving vorm moeten geven aan de grote transities van deze tijd (zoals de energietransitie, de transitie naar een circulaire economie en de digitalisering); transities die gedoemd zijn om te mislukken als economische groei het doel van onze samenleving blijft.

In plaats daarvan moeten deze transities ervoor zorgen dat de samenleving veel meer tijd kan besteden aan de zaken die het leven echt de moeite waard maken. Maar wat zijn die zaken eigenlijk? Deze zingevingsvraag wordt tegenwoordig nauwelijks gesteld. Het gesprek over de dood helpt ons om antwoorden op die vraag te vinden.

Grotere digitale voetafdruk dan die van mijn ouders

Dat gezegd hebbende, de insteek van de Sire-campagne is niet zo hoogdravend als die van mij. De campagne richt zich vooral op het rouwproces, en deels op de praktische zaken die bij de dood komen kijken. Volgens Sire heeft zeventig procent van de Nederlanders ‘het eigen sterven nog niet besproken of vastgelegd’, en onderzoek in opdracht van het ministerie van binnenlandse zaken laat zien dat nóg minder mensen hun digitale nalatenschap geregeld hebben.

Her en der leidt dat niet op orde hebben van de digitale nalatenschap al tot problemen. Als de situatie zo blijft zullen die problemen in de toekomst groter worden, want mijn generatie heeft nou eenmaal een grotere digitale voetafdruk dan die van mijn ouders.

Terwijl ik deze column schreef bijvoorbeeld, ontving ik een LinkedIn-notificatie die mij de optie geeft om Melanie Peters te feliciteren met haar zevenjarig jubileum als directeur van het Rathenau Instituut. Pijnlijk, want Peters is vorig jaar augustus overleden.

Het lijkt voor de hand liggend om dit soort situaties te voorkomen door de nabestaanden volledig toegang te geven tot de social media-accounts van de overledene, maar zo simpel is het helaas niet. Zo is het op LinkedIn mogelijk om privégesprekken te voeren met andere gebruikers. In het artikel Data na de dood dat eerder deze maand in het Nederlands Juristenblad verscheen, wordt terecht in twijfel getrokken of het gerechtvaardigd is om nabestaanden zonder beperkingen toegang te geven tot die afgeschermde en persoonlijke communicatie van de overledene met derden.

Ik accepteer mijn vergankelijkheid

Behalve deze en andere praktische en juridische kwesties, gaat de digitale nalatenschap natuurlijk ook over hoe wij herinnerd willen worden. Welk beeld van onszelf laten wij met onze digitale voetafdruk achter, en vangt dat beeld ons wel goed? En een stapje daarvoor nog, moeten we het eigenlijk wel willen dat onze data ons overleven?

Die vraag zal iedereen voor zichzelf moeten beantwoorden, maar wat mijzelf betreft: ik accepteer mijn vergankelijkheid, en heb geen verlangen om iets ‘voor de eeuwigheid’ achter te laten. Tot een hoopje data wil ik ook niet gereduceerd worden. Ik zal mijn naasten dan ook vragen om mijn social media-accounts en dergelijke te verwijderen na mijn uiteindelijke dood. Goede kans dat dat verzoek leidt tot een mooi gesprek over de dood, het leven, en datgene wat er voor ons echt toe doet.

Digitaal strateeg Ilyaz Nasrullah schrijft om de week op de opiniepagina een column over digitalisering. Lees ze hier terug.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden