Opinie Asiel

Staatssecretaris, bescherm slachtoffers van mensenhandel

Op basis van vermoedens van oneigenlijk gebruik wil het kabinet de verblijfsvergunningen aan slachtoffers van mensenhandel aan banden leggen. Maar zo drastisch dat juist slachtoffers in de knel komen, meent Luuk Esser, docent strafrecht aan de Universiteit Leiden.

Bij de aanpak van mensenhandel gaat het flink mis volgens staatssecretaris Broekers-Knol (Justitie en Veiligheid). De politie in Nederland wordt overspoeld met zogeheten ‘Dublinclaimanten’ die stellen slachtoffer van mensenhandel te zijn geworden. Zij komen in Europa vaak aan in Italië, dat daarmee verantwoordelijk is voor hun asielaanvraag. Weten zij Nederland tóch te bereiken, dan is de regel dat zij aan het Europese ‘land van aankomst’ worden overgedragen.

Wordt aangifte van mensenhandel gedaan en bestaan er indicaties dat die heeft plaatsgevonden, dan krijgt de vluchteling echter een (tijdelijke) verblijfsstatus met als gevolg dat Nederland de asielaanvraag van het land van aankomst overneemt. In een brief van 28 juni meldt de staatssecretaris dat bij verschillende organisaties het ‘vermoeden’ bestaat dat de verblijfsregeling door sommige vluchtelingen ‘oneigenlijk’ wordt gebruikt om ervoor te zorgen dat niet Italië, maar Nederland hun asielaanvraag behandelt.

In de knel

De verwerking van het aantal aangiften van mensenhandel is inmiddels zodanig opgelopen dat de opsporing van mensenhandel in de knel komt. Ook bericht de staatssecretaris dat 90 tot 95 procent van de door vreemdelingen gedane aangiften geen indicaties bevat van mensenhandel die zich in Nederland heeft voorgedaan.

Op basis van het ‘vermoeden’ van het oneigenlijk gebruik van de regeling, stelt zij een verstrekkende beleidswijziging voor. Die houdt in dat Dublinclaimanten alleen nog voor een verblijfsvergunning voor mensenhandelslachtoffers in aanmerking komen als voldoende opsporingsindicaties in Nederland bestaan. De bescherming van deze slachtoffers hangt dus af van de vraag of de politie een zaak rond kan krijgen. Voor niet-Dublinclaimanten blijft het beleid hetzelfde; ook als geen opsporingsindicaties bestaan, kunnen zij een vergunning krijgen.

Het is de vraag of dit meten met twee maten in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en het internationaal en Europees recht. Dat schrijft onder meer voor dat bij een ‘geloofwaardig vermoeden’ van mensenhandel een slachtoffer bescherming moet krijgen, ongeacht de vraag of de mensenhandel zich voordeed in het binnen- of buitenland. Vanuit de Europese gedachte bezien is het ook opmerkelijk dat ‘binnen of buiten Nederland’ hier zo’n groot verschil maakt.

Parlementair mandaat

Tegelijkertijd rijst de vraag of alleen een ‘vermoeden’ de drastische beleidswijziging rechtvaardigt, temeer daar uit onderzoek blijkt dat naar vermoedens van mensenhandel vanuit de asielketen te weinig aandacht uitgaat. Volgens de Nationaal Rapporteur Mensenhandel blijkt zelfs dat zich onder migranten die Europa binnenkomen grote groepen slachtoffers bevinden. Het voorstel behelst bovendien de wijziging van een circulaire, die kan worden doorgevoerd zonder instemming van Tweede en Eerste Kamer. Is het passend dat een ingrijpende aanpassing van het beleid plaatsvindt zonder parlementair mandaat?

Het kan ook anders. Al jarenlang wordt er, ook vanuit de hulpverlening, voor gepleit de beslissingen omtrent het verlenen van een tijdelijke verblijfsvergunning uit handen van de politie te nemen. De nadruk komt daarmee veel meer te liggen op de belanrijkste vraag: is iemand slachtoffer van mensenhandel en zo ja, hoe kunnen we diegene zo goed mogelijk beschermen? De politie wordt ontlast zodat die zich kan toeleggen op opsporingstaken.

De zorgen van de staatssecretaris zijn terecht en reëel. Een eenvoudige oplossing is niet voorhanden. Maar het huidige voorstel kent grote bezwaren en laat de mogelijkheid liggen om betere oplossingen nader te onderzoeken. Zo komt niet alleen de opsporing van mensenhandel, maar ook de bescherming van het slachtoffer in de knel.

Lees ook:

Ruim 1600 asielkinderen zijn in 4,5 jaar tijd weggelopen uit opvanglocaties

Ruim 1600 asielkinderen zijn de afgelopen 4,5 jaar weggelopen uit opvanglocaties, schrijft NRC. De kinderen zijn ‘met onbekende bestemming’ vertrokken en het is niet duidelijk waar ze nu verblijven, blijkt uit cijfers die de krant opvroeg bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en Nidos, die de voogdij heeft over alle alleenstaande minderjarige vreemdelingen in Nederland.

Mensenhandel vindt plaats onder de neus van miljoenen Nederlanders

Burgers moeten meer verantwoordelijkheid nemen om mensenhandel tegen te gaan, vindt voormalig Rapporteur Mensenhandel Corinne Dettmeijer.

De mensenmassa’s op de Wallen maken entreeheffing nodig

In een grijs verleden heb ik korte tijd aan de rand van de Wallen gewoond. Het was een kleurrijke buurt. Druk maar gezellig. Boeren, burgers en buitenlui gingen er ‘recht naar de kroegen en de wijven’ zoals Adèle Bloemendaal zong.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden