null Beeld

CommentaarTopsport

Sport draait niet om prestige, maar om plezier

Deze zomer haalden Nederlandse sporters een recordaantal van 36 medailles op de Olympische Spelen in Tokio. In Nederland smulden we voor de tv van de prestaties van Sifan Hassan, Femke Bol, Niek Kimmann, Harrie Lavreysen en de hockeydames.

Inmiddels kijken we iets minder enthousiast naar die medailles. Want langzamerhand komt steeds meer boven tafel welke misstanden er – ook in Nederland – gepaard gaan met topsport. We zijn net bekomen van de verhalen over geestelijke en lichamelijke mishandeling van jonge turnsters of het gaat alweer over grensoverschrijdingen bij triatleten. Het kabinet wil inmiddels de hele topsport doorlichten.

De oorzaak is inmiddels bekend: nadat Nederland bij de Olympische Spelen in Sydney in 2000 opvallend veel medailles behaald had (goud voor onder meer Pieter van den Hoogenband, Inge de Bruijn, Anky van Grunsven en ­Leontien van Moorsel), sloeg het topsportvirus toe: ­Nederland moest een topsportklimaat krijgen en het aantal medailles moest verder omhoog. Sindsdien is er meer geld voor sportfaciliteiten en coaching van de grootste talenten.

Meer medailles, meer geld

Met dat geld kwamen inderdaad ook de medailles, maar andersom zorgden meer medailles ook voor meer geld. Want bonden krijgen meer of minder geld naargelang hun succes.

Zo kwam er een ongezonde druk te liggen op trainers, maar vooral op jonge sporters. Succes vraagt om opofferingen, dat is logisch. Maar langzaamaan komt naar boven dat de grens van wat nog verantwoord is vaak ver wordt overschreden. Ongezonde trainingsschema’s, het negeren van blessures, geestelijke verwaarlozing en het uitputten van jonge lichamen: de jonge sporters – veelal nog kinderen – betaalden een hoge prijs voor de successen. Van plezier in sport was vaak geen sprake meer.

Het is goed dat staatssecretaris Blokhuis van sport nu de hele topsport wil doorlichten. Maar de vraag is ook of Nederland niet te ver is doorgeschoten met de grote nadruk op topsport.

Aandacht voor breedtesport

Het succes straalt af op de sportbond, maar niet of nauwelijks op de rest van Nederland. Veel belangrijker is aandacht voor de breedtesport, voor het laten bewegen van jong en oud, ieder op zijn eigen niveau. De Nederlander kan beter op het voetbal-, hockey- of tennisveld staan dan voor de buis naar andere sporters kijken. Want sporten is gezond, maakt vrolijk en brengt mensen met elkaar in contact.

Lokale clubs hebben het financieel vaak moeilijk, sportcomplexen moeten regelmatig wijken voor woningbouwlocaties. Laten de bonden sport op het lokale niveau ondersteunen. Dan krijgen meer kinderen de kans om te sporten en kan talent zich op een gezonde manier ontplooien.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden