Brief van de hoofdredactie

Sommige boeken beginnen als artikel in de krant en daar zijn we best trots op

Cees van der Laan Beeld -

Het cliché wil dat iedere journalist wel een boek zou willen schrijven. Spiegelbeeldig wordt aan vrijwel iedere journalist gevraagd of er een diep gekoesterde wens is een boek te publiceren. 

Beide zijn waar, denk ik. Zelf moet ik er niet aan denken om ooit een boek te schrijven. Het idee om honderden pagina’s te tikken over wat dan ook, hoe belangwekkend het onderwerp ook mag zijn, jaagt mij angst aan. Bij het idee alleen al word ik badend in het zweet wakker. De gedachte dat er jaarlijks zo’n 30.000 boeken in Nederland worden uitgegeven, ontneemt mij daarbij alle moed.

Maar bij Trouw lopen redacteuren rond die wel de moed, energie, geestdrift, kennis en passie hebben om een roman te schrijven of een bepaalde gebeurtenis of historisch feit uit te diepen. Ik heb er grote bewondering voor.

De jongste schrijfster op de redactie is Rianne Oosterom, 26 jaar oud en nog geen twee jaar in vaste dienst. Ze publiceerde recent het meeslepende ‘Moffenmeiden’, een boek over meiden en vrouwen die omgingen met de Duitse bezetter en na de bevrijding een moeilijke tijd tegemoet gingen. Dit begon als een verhaal in ons zaterdagmagazine Letter&Geest en mondde dus een paar jaar later uit in een boek. 

Zo begon ook ooit een roman van Stevo Akkerman, ‘Donderdagmiddagdochter’. Eerst als een persoonlijk essay in Letter&Geest, vervolgens uitgegroeid tot een veelgeprezen roman over het verlies van een kind.

Onderzoek

Redacteur Joop Bouma, eerder dit jaar uitgeroepen tot journalist van het jaar, publiceert binnenkort zijn boek over de tabaksindustrie onder de titel ‘De sjoemelsigaret’. Een vervolg op zijn uit 2001 daterende boek ‘Het rookgordijn’. In 2006 publiceerde hij ‘Slikken’, een diepgravend onderzoek naar de medicijnenindustrie. Gevraagd naar zijn plannen voor zijn naderende pensioen, zegt Bouma ‘drie boeken op de plank te hebben liggen’. Uitgewerkt en al.

Na de zomer publiceert redacteur Sybilla Claus haar boek over onbekende doden in Nederland, ‘Onbekend maar niet vergeten’. Ze schreef in de aanloop naar dit boek twee aangrijpende artikelen over het identificeren van de lichamen en het vinden van familie. Haar vierde boek inmiddels. 

En afgelopen woensdag zat politiek commentator Hans Goslinga met een uitgever aan tafel. Die wil een verzameling van zijn wekelijkse columns in de Verdieping uitgeven.

En zo hebben al aardig wat collega’s een boek geschreven, ik noem er maar een paar: Emiel Hakkenes, Iris Pronk, Martijn Roessingh, Rob Schouten, Tom van Hulsen, Wim Boevink, Wendelmoet Boersema, Monic Slingerland, Christoph Schmidt (samen met Stevo Akkerman) en Willem Schoonen. Ongetwijfeld ben ik er een flink aantal vergeten te noemen.

Voorpublicatie

Wij schromen niet om bekendheid te geven aan deze boeken. Een interview, een voorpublicatie, een recensie of een advertentie zijn daarvoor de aangewezen mogelijkheden. In dit perspectief zal het u niet zijn ontgaan dat Lodewijk Dros, chef van Letter&Geest, een boek heeft geschreven over de romantische omzwervingen van Pieter Kikkert op Texel in de achttiende eeuw. In drie katernen (VerdiepingLetter&Geest en in Tijd) werd aandacht besteed aan dit boek, naast twee advertenties.

Dat is in mijn beleving iets teveel van het goede. Als redactie hadden we dit beter moeten coördineren. Publiciteit mag, maar moet niet worden overdreven. Het mag niet doorslaan, maar we zijn wel trots op onze redacteuren die boeken schrijven.

Cees van der Laan schrijft wekelijks over de discussies op de redactie en de keuzes van de krant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden