ColumnJames Kennedy

Sociale cohesie is niet hetzelfde als verbinding aan Nederlandse cultuur

Het bevorderen van sociale cohesie als een van de doelen van het burgerschapsonderwijs lijkt mooi. Maar de definitie die gehanteerd wordt door minister Arie Slob in zijn wetsvoorstel ligt mij zwaar op de maag, omdat ik vrees dat het de samenleving de verkeerde kant opduwt.

Het ligt niet aan de intenties van de minister. Het is al lastig genoeg om vast te leggen wat goed burgerschapsonderwijs is. Van oudsher was er discussie over de vraag of het moest gaan over kennis, vaardigheden of deugden. En welke dan? Moet burgerschap hoofdzakelijk gericht zijn op de politiek (je rechten of de Grondwet kennen en daarnaar handelen) of op de maatschappij (respect hebben voor je medeburgers, inzet tonen)?

Bovendien is burgerschapsonderwijs in Nederland een lappendeken. Omdat scholen vrijheid van onderwijs genieten, mogen ze dit onderwijs naar eigen inzicht invullen. Daarom is het onmogelijk om nationale leerdoelen vast te leggen, waardoor het ‘waartoe’ van het burgerschapsonderwijs verzandt. Deze situatie heeft de onderwijsinspectie gefrustreerd en het is begrijpelijk dat die de minister ook niet kan bekoren, hoewel hij vanuit zijn ChristenUnie-achtergrond deze vrijheid voor scholen ook zal willen beschermen.

Kennis van en respect voor de waarden van de democratische rechtsstaat

Met het wetsvoorstel wil Slob ervoor zorgen dat de overheid meer eenduidig richting geeft aan het burgerschapsonderwijs op Nederlandse scholen. Met het wetsvoorstel wil Slob ervoor zorgen dat de overheid meer eenduidig richting geeft aan het burgerschapsonderwijs op Nederlandse scholen. Dat moet leiden tot kennis van en respect voor de waarden van de democratische rechtsstaat, net als van competenties die bijdragen aan een pluriform democratisch Nederland. En er moet een ‘schoolcultuur’ zijn waar deze waarden kunnen worden geoefend.

Ik beken dat ik ambivalent sta tegenover deze interventie. Aan de ene kant is het positief. Nederland heeft in het recente verleden internationaal niet geweldig gescoord op burgerschapseducatie. De kwaliteit van het onderwijs zal kunnen profiteren van meer samenhang en concrete doelen. Slob is bovendien niet heel tiranniek in zijn richtlijnen; scholen kunnen nog steeds ruimte vinden om er een eigen invulling aan te geven. Toch kan het wetsvoorstel ook worden gezien als onderdeel van een langere en in mijn ogen onzalige trend, waarin de overheid steeds meer sturende voorwaarden stelt aan maatschappelijke organisaties.

Burgerschapsonderwijs moet volgens dit wetsvoorstel ‘actief burgerschap’ en ‘sociale cohesie’ bevorderen. Sociale cohesie is volgens de regering “deelname van alle burgers aan de samenleving in de vorm van sociale participatie, deelname aan de maatschappij en haar instituties en bekendheid met en betrokkenheid bij uitingen van de Nederlandse cultuur in haar verscheidenheid. Het leren samenleven met elkaar staat hierbij centraal”. Zo komt de aap uit de mouw: ‘sociale cohesie’ is gericht op participatie in de maatschappij en op de Nederlandse cultuur.

Verborgen agenda

Het is niet toevallig dat sommige commentatoren vermoeden dat er een verborgen agenda in het wetsvoorstel zit; dat de visie op burgerschapsonderwijs gedreven wordt door zorg over ‘(islamitische) migranten en hun nakomelingen’, zoals de Vereniging voor Gereformeerd Schoolonderwijs het verwoordde. Er zou vooral ‘angst voor extremisme’ doorklinken in de plannen, meende Berend Kamphuis van de vereniging van christelijke scholen Verus in Trouw van maandag.

Het lijkt me een hachelijke onderneming om ‘sociale cohesie’ vooral te zien als verbinding aan een cultuur. Gezelligheid in een Turks koffiehuis of een praatje maken op straat is toch ook sociale cohesie? Wanneer is een gezelschap of activiteit Nederlands genoeg om te tellen als sociale cohesie? Het doet de vraag rijzen of scholen op termijn zullen worden beoordeeld op hun binding aan de Nederlandse cultuur.

Zo’n invulling van ‘sociale cohesie’ is voor burgerschapsonderwijs niet nodig. Misschien moet je het begrip laten varen en je louter richten op investeren in de democratie, zoals de Onderwijsraad bepleit. Als je dan toch verder wilt met ‘sociale cohesie’, geef het dan een andere definitie: werken aan onderlinge vertrouwen. Dan hoeft het begrip geen splijtzwam tussen mensen te worden.

James Kennedy is een Amerikaanse historicus en decaan van het University College Utrecht. In Trouw geeft hij  om de week zijn visie op de Nederlandse samenleving.  Lees hier meer columns van James Kennedy.  

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden