null

OpinieBombardement

Slachtoffers van Hawija hebben recht op grotere betrokkenheid en excuses van Nederland

Burgers in Hawija voelen nog altijd de nasleep van de Nederlandse luchtaanval op hun stad. Maar ze lijden ook onder het gebrek aan interesse van de kant van Nederland en het uitblijven van excuses. Nederland moet met excuses en financiële compensatie over de brug komen, vinden Roos Boer en Erin Bijl, beiden werkzaam voor vredesorganisatie PAX.

Roos Boer en Erin Bijl

Journaliste Judit Neurink verwoordde in Trouw van 9 november treffend hoe moeilijk de situatie blijft in Hawija. De Iraakse stad werd in de nacht van 2 op 3 juni 2015 gedeeltelijk in de as gelegd door een Nederlandse luchtaanval op een ISIS-bommenfabriek. Een van de vragen die Neurink ter plaatse kreeg, was of de Nederlanders dan niets willen weten van de slachtoffers.

De Universiteit van Utrecht, de Irakese organisatie Al Ghad en PAX publiceren komende januari een rapport, waarvoor meer dan honderd slachtoffers werden geïnterviewd. Doel van het rapport is om Nederland te laten zien hoe groot de impact van die aanval nog altijd is op de levens van de slachtoffers.

Ruim zes jaar later worstelen ­velen nog met trauma’s, verwon­dingen, het gemis van vrienden en familieleden en vaak met een gebrek aan inkomsten. Hun werkplaatsen werden vernietigd door de aanval of hun verwondingen maken werken niet langer mogelijk.

Teleurstelling

Behalve het diepgevoelde leed over het gebrek aan individuele financiële compensatie is er een zo mogelijk nog dieper gevoelde verontwaardiging én teleurstelling over hoe Nederland is omgegaan met de nasleep van haar handelen. Het kostte Nederland immers jaren om haar rol in de aanval publiekelijk te erkennen.

Zoals Neurink liet zien in haar artikel, kan de ervaring van gebrek aan financiële compensatie op verschillende manieren worden begrepen. Het is echter vooral het gebrek aan interesse, het niet nemen van verantwoordelijkheid en het niet publiekelijk aanbieden van excuses voor het veroorzaakte leed dat dit leed en het gebrek aan vertrouwen nóg groter maakt.

Zonder hier de vraag te willen of kunnen beantwoorden of slachtoffers juridisch recht hebben op compensatie, zou Nederland zich meer algemeen moeten afvragen hoe het wil omgaan met het burgerleed dat zij veroorzaakt met militaire acties.

In Hawija bleek ISIS immers opeens niet het enige gevaar voor burgers te zijn. Daar én in andere steden voelden burgers zich zeker ook bedreigd door de luchtaanvallen door de coalitie op dorpen en steden. Daaraan nam ook Nederland deel en daarbij vielen meermaals burgerslachtoffers.

PAX vraagt het ministerie van ­defensie het tot vast beleid te maken om burgerslachtoffers van Nederlands militair handelen of hun nabestaanden te compenseren voor het leed dat hun is aangedaan. En het vraagt het ministerie om hiervoor publiekelijk excuses aan te bieden. Dat is het minste wat Nederland de slachtoffers kan bieden.

Mensenrechten

De aanval en de nasleep creëerden in Hawija een gebrek aan vertrouwen in Nederland en in het respect voor mensen en mensenrechten dat wij in ons land promoten. “Denken jullie in Nederland dat we minder mens zijn dan jullie?”, was een van de vragen die ons werden gesteld. Zolang we niet beter omgaan met de ge­volgen voor burgers van onze wa­peninzet, is het een vraag die maar moeilijk te beantwoorden is.

Op de door Neurink kenbaar gemaakte klachten over de besteding van de bijdrage van de Nederlandse regering aan de reconstructie van Irak, stelt het ministerie van ­defensie het volgende: ‘Indien de ­betrokkenen zouden wensen deze problemen ook direct met ons te ­bespreken, dan zijn we hiertoe zeker bereid’.

Dat is de omgekeerde wereld. ­Nederland zou juist zelf bij de ge­troffen burgers moeten aankloppen. PAX deed dat en beluisterde de roep om publieke excuses en financiële compensatie, zodat mensen hun ­leven weer kunnen opbouwen. ­Nederland is nu aan zet.

Lees ook:

Zes jaar na het bombardement op Hawija wachten de slachtoffers nog altijd op Nederlands geld

Waar is het geld dat Den Haag beschikbaar stelde voor de Iraakse stad Hawija? Zes jaar geleden richtte een Nederlands bombardement daar grote schade aan. In Hawija vertrouwen de slachtoffers niemand meer.

In Hawija heersen haat en woede jegens Nederland

Burgerslachtoffers in Hawija stellen de Nederlandse staat verantwoordelijk voor het inferno dat volgde op het bombardement van een explosievenfabriek van IS. Ze zitten klem: eerst werden ze onderdrukt door IS, nu verwijt de regering ze dat ze de radicale groep destijds met open armen ontvingen.

Slachtoffers Nederlandse bom op Hawija melden zich massaal voor schadevergoeding

Een Nederlandse luchtaanval in 2015 op een bommenfabriek van IS in Irak vernietigde ook een woonwijk. Advocaat Zegveld werkt namens de slachtoffers aan een rechtszaak tegen de staat.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden