null Beeld
Beeld

ColumnHans Goslinga

Sinds 9/11 heeft de tijger ongehoord huisgehouden

Redactie Trouw

Van Benjamin Franklin, een van de stichters van de Verenigde Staten, is de uitspraak: ‘Iets inbrengen tegen religie is het losmaken van een tijger’. Hij wilde zich daarom niet mengen in een conflict over een omstreden prediker. Dat lag in lijn met zijn diplomatieke aard en misschien ook wel met zijn onderzoekende geest die de mensheid de bliksemafleider opleverde.

Sinds de terroristische aanslagen in Amerika op 11 september 2001 heeft de tijger ongehoord huisgehouden. ‘De wereld zal na vandaag niet meer hetzelfde zijn’, zei CDA-fractieleider Jaap de Hoop Scheffer in een eerste reactie, waarmee hij een breed gevoel verwoordde en trefzeker een dramatisch omslagpunt in de geschiedenis markeerde. Over de precieze aard en betekenis van de aanslagen brak echter al direct verdeeldheid uit. Was het radicaal terrorisme of een godsdienstoorlog?

Nu weten we dat de aanslagen niet het begin waren van de ‘botsing der beschavingen’ die de Amerikaanse historicus Samuel Huntington begin jaren negentig voorzag. De wrange ironie is dat, zoals zijn leerling Francis Fuku­yama later concludeerde, het politieke conflict zich niet manifesteerde tussen het christendom en de islam, maar in beide gevallen binnen deze werelden. De gevolgen in het Midden-Oosten: dood en verderf door interne oorlogen. De gevolgen hier: politieke ravage en verwarring door polarisatie.

Twee oude polen

Fukuyama schreef het bondig: ‘Het Westen is in oorlog met zichzelf’. Daarbij vroeg hij zich af of je, bij de scheiding der geesten die zich voltrok, nog wel van hét Westen kon spreken. De cultuuroorlog die zich hier afspeelt, gaat in wezen tussen twee oude polen in de westerse wereld na de Franse Revolutie: de rechten en vrijheden van de individuele burgers en het verlangen naar collectieve veiligheid en identiteit dat latent nationalisme meedraagt.

Dit conflict heeft de partijen die in de twintigste eeuw in het conflict tussen kapitaal en arbeid de staat droegen, gedecimeerd en is door de repeterende breuk van fragmentatie uiteindelijk de oorzaak van de huidige crisis in de kabinetsformatie. De liberaal Bolkestein rommelde in 1991 al aan de ketting waarmee de tijger vastzat, toen hij de westerse cultuur superieur verklaarde aan de islamitische. Tien jaar later, in de zomer van 2001, deed Pim Fortuyn dat opnieuw met de oproep tot ‘een koude oorlog tegen de islam’. Een paar weken later veranderde koud in een oogwenk in heet.

Het CDA legde op 9/11 direct het accent op de collectieve veiligheid, desnoods ten koste van individuele vrijheden, terwijl premier Kok (PvdA) de nadruk legde op de rechtsstaat en de VS opriep proportioneel te reageren. Bolkestein (VVD) noemde dat ‘gemekker aan de zijlijn’. Uiteindelijk raakte de polarisatie alle drie de partijen en baarde zij het populisme met een sterk nationalistisch en anti-islamkarakter, dat de moslimgemeenschap in het nauw drijft.

De beste illustratie van de knoop waarin de volkspartijen verstrikt raakten, is nog altijd het verkiezingsprogramma van het CDA uit 2010. Daarin werd, in de geest van Benjamin Franklin, de lof gezongen van de godsdienst- en gewetensvrijheid, maar tegelijk aanpassing van immigranten aan de leitkultur geëist.

Populistische sirenen

Door de heftige polarisatie viel het ook niet mee beide polen in hun gematigde vorm te verenigen, hoewel Angela Merkel in Duitsland heeft laten zien hoe dat wel mogelijk bleek. Zij verklaarde het overschrijden van de rode lijnen van de democratische rechtsstaat domweg tot no-go-area. Het leiderschap van CDA, VVD en PvdA hier was niet ferm genoeg om de populistische sirenen te weerstaan en leende daaraan telkens meer of minder het oor. Het CDA verkocht in 2010 zijn ziel door met de PVV samenwerking in een coalitie aan te gaan en daarmee de vrijheid van godsdienst op de tocht te zetten.

De Brits-Amerikaanse historicus Tony Judt schreef kort voor zijn dood in datzelfde jaar bedroefd dat het sociaal-democratische moment ‘niet langer heeft geduurd dan de generatie die er de aanzet toe heeft gegeven’. Geldt hetzelfde voor het christen-democratische moment? In Duitsland leek deze stroming tot nu toe bestand tegen alle stormen. Maar nu Merkel vertrekt, zet ook daar volgens de peilingen een verrassend electoraal verval van CDU en CSU in en komt een sociaal-democraat sterk op.

De voorzichtige conclusie kan zijn dat in de westerse democratieën de persoon van de regeringsleider belangrijker wordt, maar niet los valt te zien van de waarden waar hij of zij voor staat. In dat perspectief hoeven CDA en PvdA, die bij de Europese verkiezingen in Frans Timmermans een winnaar had, niet te wanhopen. Bij het CDA is het leiderschap van Wopke Hoekstra vooralsnog vaag en onbestemd. Wellicht durft hij vandaag op het congres van de partij uit de schaduw van Rutte te stappen.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden