Column Rob Schouten

Sic transit, de neergang van het edele boksen

Sommige dingen hebben een omloopsnelheid van niks, zoals de eendagsvlinder, de flashmob en de elastiektwist, andere zaken doen er wat langer over, zoals de aarde en de mensheid. Maar dat alles ten slotte ten ondergaat, daarover zijn de geleerden het eens. Ik probeer me wel eens voor te stellen hoe het zou zijn als alles bleef zoals het was, maar zo’n constructie gaat mijn denkvermogen te ­boven, ik zie alleen een immense stilstand voor me.

Onlangs verdwaalde ik rond het middernachtelijk uur op een achterafzender op tv waar werd gebokst. Twee mannen stonden ­tegenover elkaar in de ring, de een had een blauwe helm op en de ander een rode, ze deelden elkaar weliswaar rake klappen uit, maar het ging als je het mij vraagt nergens om en spoedig zapte ik dan ook weer weg om naar bed te gaan. Intussen bepeinsde ik de bokssport. Er was een tijd, jaren zestig, ­zeventig, schat ik, dat we ervoor op bleven. Cassius Clay, later Muhammad Ali, was ­natuurlijk de motor achter deze populariteit, maar ook andere namen zweefden me nog voor de geest, zoals Sonny Liston, Floyd Patterson, George Foreman. Boksen was groot en verschrikkelijk, niet alleen vanwege de gehavende koppen en knock-outs, maar ook om wat de tegenstanders elkaar verbaal toevoegden.

Welk populair tijdverdrijf zal het het eerst afleggen tegen de geest des tijds?

Het was een zondige sport, en wij keken er naar, desnoods midden in de nacht als ze ­elkaar daar te midden van andere zondaars, zoals maffiabazen en gillende vrouwen, in een groezelige tent in Las Vegas stonden af te tuigen. Ook mijn vader, dominee Schouten, stond er midden in de nacht voor op om naar deze immense val der mensheid te kijken en te huiveren. Dat moet het hoogtepunt van het boksen zijn geweest. Ooit begonnen als edel tijdverdrijf voor Engelse jongelui van goede komaf was het inmiddels afgezakt tot betaald volksvermaak, met bijbehorende entourage: zweten, geschreeuw, poen. En de nette mensheid, bezig zich van haar opgeprikte beschaving te ontdoen, stond erbij en keek ernaar.

Alles emancipeerde, de burgerij, de zwarten van Amerika, het geweld, lichaamsvocht. We wilden zien hoe dat in z’n werk ging, ­elkaar in elkaar slaan. Maar het was de weg naar de ondergang, het zinkende cultuurgoed bokste zich langzaam het pad der vergetelheid op. Net zoals het roken, ooit iets voor rijke ­zakenlui en vrouwen met verfijnde sigarettenpijpjes, daarna afgezakt tot verslaving van jan met de pet en inmiddels al lang en breed een vieze gewoonte geworden waar men op neerkijkt en die her en der verboden wordt.

Ik kijk graag om me heen, met deze neergang in mijn achterhoofd: welk populair tijdverdrijf zal het het eerst afleggen tegen de geest des tijds? Zal het gebruik van mobieltjes ooit gecriminaliseerd raken? Raakt de #MeToo-­gedachte na haar glorietijd ook weer uitgeput? Gaat ook het online shoppen de weg van de benzineauto? En hoe zal het de immense ­populariteit van de tattoo in onze dagen vergaan?

De Zweedse dichter Lars Gustafsson schreef ooit een gedicht met de titel ‘De stilte van de wereld voor Bach’. Zal die stilte ooit weerkeren en Bach van de aarde verdwijnen?

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden