Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Screening op longkanker is geen abc'tje

Opinie

André Knottnerus

Screening op afwijkingen door een arts bij het bevolkingsonderzoek borstkanker. © Hollandse Hoogte / Flip Franssen

Nu longkanker vroeger ontdekt en behandeld kan worden, ligt onderzoek van risicogroepen voor de hand. Toch zijn we er nog niet, betoogt hoogleraar huisartsgeneeskunde André Knottnerus.

Het nieuws dat longkanker vroeger ontdekt kan worden en dat vroeger ontdekte longkanker succesvoller behandeld kan worden, is zeer welkom. Want alle mogelijkheden om deze zo vaak dodelijke ziekte terug te dringen moeten we aangrijpen.

Lees verder na de advertentie

Het pleidooi om naast het bevolkingsonderzoek dat we in Nederland op dit moment hebben - zoals de hielprik bij pasgeborenen en de screeningsprogramma's op baarmoederhalskanker, borstkanker en darmkanker bij volwassenen - een nieuw programma te starten is begrijpelijk. Maar voordat zo'n bevolkingsonderzoek voor risicogroepen kan worden ingevoerd moeten de nodige stappen worden genomen.

In de eerste plaats moet de gehanteerde testmethode scherp onderscheidend zijn. Dat wil zeggen dat de kans op foutpositieve bevindingen - het aantal mensen op het totaal onderzochten dat een positieve (afwijkende) testuitslag heeft maar uiteindelijk geen kanker blijkt te hebben - zeer gering dient te zijn. Anders vindt er nader onderzoek plaats bij een grote groep mensen zonder kanker, en als dat belastend of niet risicoloos onderzoek is (wat bijvoorbeeld bij een biopsie het geval kan zijn), kan dat nadelig uitpakken.

Ongerust

Bovendien wil je zoveel mogelijk voorkomen dat mensen onnodig ongerust worden gemaakt, net zoals je wilt voorkomen dat mensen ten onrechte gerust worden gesteld. En het is al helemaal niet wenselijk dat mensen opgespoord en behandeld zouden worden voor wie behandeling niet zinvol of nodig is. De kans op fout-positieve bevindingen is vaak groter in zeer vroege fasen, omdat juist dan het afwijkende moeilijker te onderscheiden is van het normale.

Dit alles neemt niet weg dat als er bij deze zeer ernstige ziekte voor risicogroepen doorbraken mogelijk zijn die voorheen ondenkbaar waren

In de tweede plaats dient goed onderbouwd te zijn dat het hele traject, van actieve opsporing tot en met alle behandelingen en nabehandelingen, daadwerkelijk een betere overleving en gezondheidstoestand oplevert. Dat vereist gedegen wetenschappelijk onderzoek, dat in de regel jaren duurt. Zulk onderzoek is essentieel, want veelbelovende verwachtingen komen niet altijd uit. De zojuist besproken kans op fout-positieve bevindingen speelt daarbij een rol. Maar ook de eventuele complicaties van nader klinische onderzoek en vooral ook van ingrijpende kankerbehandelingen moeten meegewogen worden.

Rokers

In dit geval moet nog een derde aspect worden meegewogen: rookgedrag. Want rokers behoren tot de risicogroepen die voor de beoogde vroege opsporing in aanmerking zouden komen. We weten allemaal dat het van groot belang is dat rokers stoppen met roken. Dat geldt uiteraard ook voor de in bevolkingsonderzoek te onderzoeken rokers, inclusief degenen bij wie geen longkanker wordt vastgesteld. 

Als dat niet gebeurt, blijft bij succesvol behandelde rokers het risico gewoon voortduren; en degenen bij wie de testuitslag negatief en dus geruststellend uitpakt, zouden zich gesterkt kunnen voelen in het voortzetten van hun ongezonde gedrag. Dan schieten zij, en uiteindelijk de samenleving, te weinig op met actieve opsporing. Stoppen met roken is echter moeilijk en het is dus raadzaam om een eventueel screeningsprogramma te koppelen aan extra hulp aan rokers om dit met succes te kunnen volbrengen.

Dit alles neemt niet weg dat als er bij deze zeer ernstige ziekte voor risicogroepen doorbraken mogelijk zijn die voorheen ondenkbaar waren, daar goed naar gekeken moet worden. Dat betekent dat er, de bovenstaande lijnen volgend, voldoende overtuigend bewijs op tafel moet komen. Dat is nooit simpel en het vraagt ook meer dan tellen en rekenen, want allerlei aspecten - inclusief de sociaalwetenschappelijke en gezondheidseconomische - moeten worden meegewogen. Het is daarom belangrijk dat de Gezondheidsraad, die bijzondere verantwoordelijkheden en brede deskundigheid heeft ten aanzien van het beoordelen van bevolkingsonderzoek, hierover gaat adviseren.

Deel dit artikel

Dit alles neemt niet weg dat als er bij deze zeer ernstige ziekte voor risicogroepen doorbraken mogelijk zijn die voorheen ondenkbaar waren