null

OpinieLeesbevordering

Schrijvers van jeugdboeken horen vergoeding te krijgen van scholen die hun boeken gebruiken

Beeld Trouw

Heel goed dat lezen op scholen bevorderd wordt. Maar dan moeten de auteurs en illustratoren er wel fatsoenlijk voor worden betaald, vinden jeugdboekenschrijvers Aby Hartog en Tanja de Jonge.

Aby Hartog en Tanja de Jonge

Het gaat slecht met de leescultuur in Nederland. In 2018 bleek uit onderzoek dat een op de vier 15-jarigen een leesniveau heeft dat dreigt te resulteren in laaggeletterdheid op volwassen leeftijd. Lezen is van levensbelang in deze maatschappij! Wie niet voldoende geletterd is, ontbeert de mogelijkheden om een zelfredzaam burger te worden.

Basisscholen verwaarlozen hun schoolbibliotheken al jaren. Op veel vmbo-scholen is de mediatheek zelfs helemaal wegbezuinigd. Docenten zijn geconditioneerd om te roepen dat er ‘geen boekenbudget’ is. Op sociale media bevragen ze elkaar hoe ze aan ‘goedkope klassensets’ kunnen komen. Ze hebben boeken nodig voor hun leerlingen, maar scholen vinden boeken ‘duur’ en dus is er altijd schaarste.

Het ministerie van OCW doet al een jaar of tien moeite om het lezen te bevorderen via het programma Tel mee met taal. Er is veel geld en energie gestoken in een systeem dat scholen en instellingen moet ondersteunen bij een doorgaande leeslijn van nul tot twintig jaar. Een van de onderdelen is ‘De Bibliotheek op school’ (d’Bos). Het idee van d’Bos is eenvoudig; scholen krijgen, in samenwerking met de openbare bibliotheek, actuele boekencollecties onder hun dak met daarbij een enthousiaste leesconsulent die het docententeam ondersteunt met leesbevordering. De bedoeling is dat kinderen de boeken ook mee naar huis mogen nemen om te lezen. Een mooi concept.

Geen billijke vergoeding

Wat in het opgetuigde systeem echter vergeten is, is dat boeken gemaakt worden door schrijvers, illustratoren en uitgevers die van de opbrengst van hun werk moeten leven. In de openbare bibliotheek krijgen deze makers een ‘billijke vergoeding’ voor het gebruik van hun werk, in d’Bos is dat vaak niet het geval. En omdat d’Bos wordt ingevoerd in heel Nederland, valt er zoveel leenrechtvergoeding (en dus: inkomen van makers) weg, dat het beroep van jeugdboekenschrijver in het Nederlandse taalgebied steeds meer verdwijnt.

Jeugdboekenschrijvers moeten er vaak een baan bij zoeken, dat geldt ook voor auteurs die al veertig jaar succesvol als zelfstandig jeugdboekenschrijver meedraaiden in het vak. Voor jong talent is er geen beginnen meer aan. Zo vreet het leenrechtprobleem in d’Bos de Nederlandse jeugdliteratuur aan.

De minister weet dit en erkent dit al vier jaar. Ze heeft uitgesproken dat ze wil dat de bibliotheeksector het leenrechtprobleem oplost en de vergoeding biedt waar de makers volgens de Auteurswet recht op hebben.

De makers zijn de dupe

Maar de sector lijkt niet in staat het probleem zelf op te lossen. De verantwoordelijkheid wordt keer op keer afgewimpeld van de bibliotheken naar het ministerie van OCW en omgekeerd. Ondertussen gebeurt er niets en zijn de makers de dupe.

Op 1 juli overhandigde een delegatie jeugdboekenmakers minister van Engelshoven een brandbrief, waarin ze haar vragen de regie te nemen in de leenrechtkwestie rond d’Bos. De minister heeft toegezegd de sector opnieuw aan tafel te roepen. Die moet de makers de vergoeding bieden waar ze volgens de Auteurswet recht op hebben. Maar extra geld stelt ze niet beschikbaar. En dat is problematisch.

Eigenlijk is hier geen sprake van een geldprobleem, het is een mentaliteitsprobleem. Wie niet voldoende investeert, erkent het belang van lezen niet voldoende. De makers van jeugdboeken ondersteunen van harte het Leesoffensief om het lezen in Nederland te bevorderen, zoals door het uitlenen van jeugdboeken via d’Bos. Maar de makers hebben daarbij wel recht op een billijke vergoeding voor de uitgeleende boeken. Zodat zij ook in de toekomst jeugdboeken kunnen blijven maken. Zodat kinderen en jongeren in Nederland een goede leesontwikkeling kunnen doormaken met het rijke, gevarieerde aanbod dat nodig is om een krachtige leescultuur tot stand te brengen.

Lees ook:

De aandacht voor jeugdliteratuur is weggekwijnd, en dat is erg

Dat nu ook de Woutertje Pieterse Prijs verdwijnt, is volgens Bas Maliepaard een teken aan de wand. De jeugdliteratuur verdient meer serieuze aandacht.

Kinderen én leraren moeten weer plezier in lezen krijgen

Om het oprukkende analfabetisme te smoren, moeten kinderen weer plezier in lezen krijgen, aldus Johan Copier.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden