Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Schrijver Özcan Akyol: Ik vertel hoe het híer is

Opinie

Joost van Velzen

Özcan Akyol: 'Ik weet dat ik ergens van binnen niet deug.' © Koen Verheijden
Opinie

Özcan Akyol (Deventer, 1984) is schrijver en columnist. In zijn tweede boek 'Turis' krijgt de onderklasse in Nederland bij uitzondering een stem. 'Nee, ik vind dat geen migrantenliteratuur.'

Het leven van schrijver Özcan Akyol staat op zijn kop op het moment. Zijn literaire opmars lijkt niet meer te stuiten sinds het verschijnen van zijn tweede roman 'Turis', maar - en dat is nog veel belangrijker, natuurlijk: zijn vriendin kan ieder moment bevallen van een dochter. "We zaten net op de bank en toen zagen we het meisje bewegen. Ik ben gespannen, maar ik ben er klaar voor. Zij bepaalt wanneer ze komt."

Dat kan dus ieder moment zijn. Dus ook nu, terwijl hij hier loopt, op straat in Deventer. Terwijl hij zichzelf ziet, op een grote foto in de etalage van boekhandel Praamstra. "Hier word ik wel een beetje ongemakkelijk van", zegt hij als we de etalage passeren. Maar hij heeft het toch maar voor elkaar. En dat voor een jongen uit de arbeidersklasse. Nee, niet per se een Turkse jongen uit de arbeidersklasse. "Dit verhaal is niet zozeer 'allochtoon', maar eigenlijk heel universeel", zegt Akyol.

'Turis' gaat over een gezinsstrijd in een arbeiderswijk van Deventer, waar vader (Turis) voortdurend een negatieve hoofdrol voor zich opeist. De jongste zoon besluit zijn moeder te hulp te schieten door in Turkije op zoek te gaan naar de gangen van zijn vader in het verleden. Ondertussen worstelt hij met zijn relatie met zijn vriendin Tess, die - afkomstig uit een heel ander milieu - misschien toch niet helemaal de ware is. Met zijn verhalende literatuur over de onderklasse vertegenwoordigt Özcan Akyol een tamelijk uitzonderlijke stem in de Nederlandse letteren.

Lees verder na de advertentie

De hamvraag zal voor veel lezers toch zijn: Wat is er waar?
"Veel, maar niet alles. Er zitten ook fictieve elementen in. Het boek begint bijvoorbeeld met een tafeltennistoernooi, terwijl dat is gebaseerd op een damtoernooi. Ik lieg waarheden bij elkaar zodat het romantechnisch klopt, maar ik wil me ook weer niet verschuilen achter fictieve personages; het blijft ook mijn verhaal."

Het lijkt erop dat fictie en non-fctie in toenemende mate door elkaar heen lopen in de moderne literatuur. Herkent u dat?
"Daar zit wat in. Toch vind ik dat dit boek als fictie gepresenteerd moest worden, al was het alleen maar om te voorkomen dat mensen kunnen zeggen: ja, maar wacht eens, dat was geen tafeltennistoernooi, het was een damtoernooi. Bovendien zou het geen roman maar een dagboekvertelling zijn geworden als ik geen literaire ingrepen had gedaan."

Het is wel aantrekkelijk voor de media als de auteur 'een op ware gebeurtenissen' gebaseerd boek publiceert.
"Ik merk nu wel - maar niet vooraf - dat het interessant blijkt te zijn, ja. Maar als schrijver ben ik daar niet mee bezig. Het verhaal neemt vanzelf een loopje met me. Pas schrijvenderwijs zag ik dat de ik-figuur steeds meer op zijn vader gaat lijken. Ik kon tijdens het schrijven ook niet meer aan mezelf verkopen dat ik - in tegenstelling tot mijn vader - wél deugde. Zo kwam ik gedurende de rit op een heel ander spoor terecht. Aanvankelijk moest de ik-figuur echt zijn moeder bevrijden, maar later dacht ik: valt er wel iets te bevrijden?"

"Ik kon tijdens het schrijven niet meer aan mezelf verkopen dat ik - in tegenstelling tot mijn vader - wel deugde."

Zelf bent u wel bevrijd. U heeft zich uit dat milieu getild. Of ziet u dat niet zo?
"Ik ben er met één been uitgestapt, maar met mijn andere been zit ik er nog middenin. Het komt immers door mijn vader - die ik al tien jaar niet meer zie - dat ik dit boek moest schrijven en als mijn moeder een of ander formulier niet kan invullen, dan weet ze mij echt wel te vinden. Ik ga ook nog met dezelfde vrienden om. Ik heb wel dertien maanden in Amsterdam gewoond, maar dat was geen succes. Ik bedoel dit niet negatief of denigrerend of zo, maar op een of andere manier speelt mijn geweten op als ik tussen mensen verkeer die niet 'mijn mensen' zijn.

Je kunt wel zeggen dat ik mij een beetje uit mijn milieu heb geschreven. Schrijven helpt mij ook om te duiden. Ik snap nu bijvoorbeeld ook heel goed waarom mensen uit mijn buurt zo'n haat hebben tegenover de elite. Ben jij schrijver, zei laatst een jongen tegen mij. Met afkeer zei hij dat. Daar zit een welgemeende frustratie in, namelijk dat niemand zijn verhaal vertelt."

"Ben jij schrijver, zei laatst een jongen tegen mij. Met afkeer zei hij dat. Daar zit een welgemeende frustratie in, namelijk dat niemand zijn verhaal vertelt."

Barlaeus Gymnasium, Amsterdam. © anp

Behalve u.
"Ik weet dat dit een universeel verhaal is. Ik vind het ook geen migrantenliteratuur. Die ging over wat zich dáár afspeelt, in het land van herkomst. Ik vertel hoe het hiér is. Je ziet het nu vaker, literatuur die het volk beschrijft. Walter van den Berg doet het, Alex Boogers ook. Misschien zeggen over een hele tijd de literaire wetenschappers wel: toen, in 2016, kregen ook arbeiders een stem in de literatuur."

Zitten de verhalen ook niet meer bij het volk? De intellectuele eenling uit Amsterdam-Zuid die worstelt met zijn 'coming of age', dat weten we nu wel.
"Het is in ieder geval een andere wereld, ik denk dat die jongens uit Amsterdam minder meemaken. Die gaan na het Barlaeus Gymnasium nog een keer naar het buitenland en dat was het dan. Wij werden naar buiten gestuurd en pas bij het donker worden weer naar binnen geroepen. Onze ouders ontfermden zich niet over ons. Dat niet kunnen praten met je ouders, dat leven op straat, daar zitten veel verhalen achter."

Vreest u niet dat uw literaire bron is opgedroogd nu u in twee romans min of meer uw eigen verhaal heeft verteld?
"Ik denk dat die bron bijna onuitputtelijk is. Toch zal mijn volgende boek anders zijn. Drie semi-autobiografische romans kort na elkaar, dat wil ik niet. Ik voel een sterke drang om nu eens even te laten zien dat ik ook wel iets anders kan. Ik zou bijvoorbeeld heel graag een absurdistisch boek schrijven. Ik moet laten zien dat het verhaal niet per se belangrijker is dan de stijl."

Tekst loopt door onder foto.

"Onze ouders ontfermden zich niet over ons. Dat niet kunnen praten met je ouders, dat leven op straat, daar zitten veel verhalen achter."

özcan Akyol © anp

Heeft u als schrijver vorderingen gemaakt ten opzichte van uw debuutroman 'Eus'?
"Dit boek moest beter worden dan het vorige boek. Dat werd best goed ontvangen maar er was ook kritiek. Het zou bijvoorbeeld te weinig zelfreflectie bevatten. En oudere lezers stoorden zich aan het taalgebruik. Als ik 'wijf' schreef, in plaats van vrouw, bijvoorbeeld. Maar ik was toen 27, daar hoorde een bepaalde stijl bij. Het hoorde ook bij het milieu dat ik beschreef en bij het personage, dat roekeloze van die jongen. Dit boek is meer bedachtzaam en het bevat meer reflectie, maar ik sta nog steeds achter elke zin in 'Eus'."

Terug naar dit boek. Heeft u dat ergens ook geschreven uit zelfbescherming? Zo van: zoals mijn vader was, zo word ik niet. Een roman om op het rechte pad te blijven?
"Dat klopt wel, denk ik. Een medicijn is niet het goede woord, maar dit boek komt wel voort uit een soort angst, uit een soort zelfbescherming. Het is ook overcompenseren. Iets rechtzetten wat in het verleden niet goed is gegaan.

"Ik heb door het schrijven veel zelfinzicht opgedaan. Ik mag dan genetisch veel overeenkomsten met mijn vader hebben, ik mag toch hopen - en ik geloof ook - dat ik anders in elkaar steek. Dat ik mijn kind bijvoorbeeld niet zal slaan.

"Tegelijkertijd ben ik nog wel bang, hoor. Je weet nooit wat er op je pad komt, hoe je leven zich zal ontwikkelen. Ik weet dat ik ergens van binnen niet deug."

Özcan Akyol: Turis. Uitgeverij Prometheus, Amsterdam. 317 bladzijden.

"Ik weet dat ik ergens van binnen niet deug."

Deel dit artikel

"Ik kon tijdens het schrijven niet meer aan mezelf verkopen dat ik - in tegenstelling tot mijn vader - wel deugde."

"Ben jij schrijver, zei laatst een jongen tegen mij. Met afkeer zei hij dat. Daar zit een welgemeende frustratie in, namelijk dat niemand zijn verhaal vertelt."

"Onze ouders ontfermden zich niet over ons. Dat niet kunnen praten met je ouders, dat leven op straat, daar zitten veel verhalen achter."

"Ik weet dat ik ergens van binnen niet deug."