column Alzheimer

Schrijfster Clairy Polak heeft de ongewone moed om ook de vervelendste uithoeken van dementie te verkennen

Beeld Trouw

In haar boek ‘Voorbij, voorbij’ schrijft Clairy Polak over hoe Alzheimer haar man even geleidelijk als meedogenloos te gronde richtte. Ze schrijft in de derde persoon en noemt haar man Leo en zichzelf Judith. Voor haar is deze ziekte ‘… een van de meest ongrijpbare en onbegrijpelijke verschijnselen in het leven van een mens, die ze ooit heeft meegemaakt’.

Bij wéér een boek over dementie, dacht ik, laat maar, nou weet ik het wel. Ik kan de bekende taferelen in de bekende volgorde zo opnoemen: we hadden het niet in de gaten – hij heeft het nooit beseft – vrienden trekken zich terug – ik ging kapot aan de zorg – hij werd agressief – ik ook – kon hem niet meer alleen laten – herkende me niet meer – uitputting – verpleeghuis – viel mee voor hem – niet dat dat me opluchtte – voelde als verraad, want ik had beloofd etc. – hij is weg, maar niet dood.

De titel Voorbij, voorbij, (o en voorgoed voorbij, schreef Bloem) heeft ze niet voor niks gekozen, want gaandeweg wordt het boek tot een indrukwekkende allegorie over het ondraaglijk voorbijgaande in een mensenleven. Om dat besef eerst nog wat tegen te houden, zet ze haar man aan het schrijven over zijn jonge jaren. Het levert een aantal uitstekend verwoorde jeugdherinneringen op, die prachtig aansluiten bij het verdere verhaal dat de schrijfster over zijn leven vertelt. Maar dit is slechts een bedrieglijk huiselijke eerste halte. De ziekte graaft verder en hij verliest al gauw de toegang tot deze herinneringen, voor zover zij weet. Ze benadrukt keer op keer haar onzekerheid over wat er in hem omgaat.

Als zo’n beetje alles wat voorafging aan vandaag voor jou wegvalt, wat blijft er dan over? De schrijfster ziet niets komisch, aandoenlijks of vertederends in de gevolgen van de almaar voortschrijdende hersenschade. Integendeel, de omvang van wat er wegvalt beangstigt haar. Ze zoekt foto’s voor aan de muur in zijn verpleeghuiskamer, foto’s van ouders, broers, zusjes, hun vakanties samen, van dinertjes met vrienden. ‘Maar Judith kan zich niet losmaken van de gedachte dat alles vergeefs is geweest, nu ze hun betekenis voor Leo hebben verloren.’

Ontzenuwen

Onder deze vraag loert de veel akeligere vraag wat te denken van ons eigen leven als niemand meer met enig begrip naar de foto’s kijkt, waarop wij zo gezellig dineren?

Ze is niet negatief over het verpleeghuis waar haar man verblijft, al kan ze het niet laten wat vraagtekens te zetten bij het project: ‘Onvergetelijk Stedelijk’, waarbij dementen langs schilderijen worden gevoerd. Het idee is dat kunst misschien door de dementie heen weet te breken om langs die weg een deel van het geestelijk leven, al was het maar voor even, weer te doen oplichten. Clairy Polak is te beleefd om er echt over te smalen, maar ze plaatst wel een vraagteken. Natuurlijk steelt ze mijn hart als ze de negatieve publiciteit rond het verpleeghuis enigszins tracht te ontzenuwen door te zeggen: ‘Verval, want dat is het waaraan de mensen hier ten prooi zijn, wordt zo makkelijk verward met verwaarlozing.’

Omdat hij steeds verder van haar afdwaalt, haar vaak niet meer herkent, stuit ze op de martelende vraag of het zin heeft hem te blijven zien. Maar die schudt ze van zich af, want ‘zijn gezicht klaart nog steeds op als hij haar ziet, soms tien keer tijdens een bezoek, omdat hij iedere keer vergeet dat zij er is.’

Dood

Maar dat gaat voorbij en de vraag komt terug in een andere vorm: zou het niet beter zijn dat hij dood is in plaats van zo weg te kwijnen? Voor hem een genade, want hij is zo ver heen dat zijn leven geen zin meer heeft. Dan volgt de absurde redenering ‘… dat zij de zin van haar leven uitsluitend nog ontleent aan de instandhouding van die zinloosheid.’

Zo heeft Clairy Polak de ongewone moed om ook de vervelendste en meest onthutsende uithoeken van dementie te verkennen. Dit verslag van een jaren durende begrafenis, is niet wéér zo’n boek over dementie. Al lezende word je meegenomen naar wat uiteindelijk een verbijsterende verkenning is van het smartelijk voorbijgaande dat ons leven kenmerkt.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden