null Beeld
Beeld

CommentaarOnderwijs

Scholen, durf die deuren open te gooien voor overleg

Het is niet voor het eerst dat er signalen komen dat de resultaten in het onderwijs hard achteruitgaan. Voerden de Nederlandse kinderen twintig jaar geleden de Europese ranglijsten aan wat betreft wiskunde en taal, de afgelopen jaren duikelde Nederland naar beneden. Vijftienjarigen lezen sinds 2015 afgezet tegen andere Europese landen bedroevend slecht, terwijl we tot 2012 ruim boven het gemiddelde scoorden. Op het gebied van wiskunde is Nederland zijn ruime voorsprong aan het verliezen.

Vorige week klonken er wel heel alarmerende berichten. Volgens de Onderwijsinspectie kan een kwart van de basisschoolleerlingen niet op het afgesproken minimale basisniveau schrijven. Een kwart van de vijftienjarigen leest niet op basisniveau. Bij rekenen halen 50.000 basisschoolleerlingen niet het streefniveau. Dat betekent dat zij met een ernstige maatschappelijke handicap door het leven moeten. Laaggeletterdheid en laaggecijferdheid leveren overal problemen op.

Ook de kansenongelijkheid is groter geworden: leerlingen van hoogopgeleide, goed verdienende ouders komen wel mee – mede door de bijlessen en huiswerkbegeleiding die ouders tegenwoordig massaal inhuren – maar kinderen uit een lager milieu zakken verder af.

Belangrijk hierbij is dat inspecteur-generaal Alida Oppers niet corona als enige oorzaak van de tegenvallende onderwijsresultaten aanwijst, al heeft de pandemie de problemen wel verdiept.

Er zijn ook scholen die goed presteren

Over de oorzaken van slechtere schoolresultaten wordt al lang gebakkeleid. Scholen in de Randstad wijzen op het lerarentekort, waardoor leerlingen vaak naar huis worden gestuurd of er minder goed opgeleide docenten voor de klas staan. De Pabo zou leraren niet goed opleiden. Scholen krijgen te veel taken op hun bord – mediawijsheid, gezonde voeding, burgerschap, culturele vorming, enzovoorts – waardoor er te weinig tijd is voor de kernvakken rekenen en taal. De klassen zijn te groot. En dan is er nog het gebrek aan waardering en goede beloning, waardoor het vak van docent geen aantrekkingskracht heeft. Daarom zou het onderwijs een flinke financiële impuls kunnen gebruiken.

Dat is allemaal waar. Maar gek genoeg zijn er ook scholen die ondanks deze problemen goed presteren. De verschillen in resultaten tussen scholen zijn soms heel groot. Dat betekent dat verbeteringen mogelijk zijn als de best practices meer navolging krijgen.

Daar valt veel te winnen. Leraren zouden de klaslokalen open moeten durven gooien en meer met elkaar moeten overleggen over welke aanpak werkt en welke niet. Als scholen open zouden staan voor nieuwe inzichten die ze bij elkaar opdoen, hoeft niet iedereen zelf het wiel opnieuw uit te vinden.

Het commentaar is de mening van Trouw, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden