Opinie

Scholen die zich onderscheiden op basis van religie, dat is achterhaald

Haga Lyceum. Beeld ANP

Ouders kiezen zelden meer een school op grond van religie, maar meestal vanwege de pedagogiek of didactiek. Daarom moet artikel 23 nodig grondig aangepast, schrijven Marco Frijlink, directeur-bestuurder van de Vereniging Openbaar Onderwijs en Hans Teegelbeckers, directeur van VOS/ABB.

Het primair en voortgezet openbaar onderwijs is traditioneel de plek waar iedereen welkom is ongeacht religie of levensovertuiging. Sterker nog, het openbaar onderwijs is de plek bij uitstek waar kinderen van allerlei gezindten elkaar ontmoeten op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect, juist ook voor elkaars verschillen. Wij zijn ervan overtuigd dat dit de beste voorbereiding vormt op zelfstandig functioneren en constructief samenleven in onze pluriforme maatschappij.

Onlangs ontstond er ophef over de ruimte die het orthodox-islamitische Haga Lyceum in Amsterdam neemt – en kán nemen – op basis van de vrijheid van onderwijs. Onder die vrijheid worden op deze school onder andere jongens en meisjes uit elkaar gehouden en zouden niet praktiserende moslims niet welkom zijn als leerkracht. Nog los van mogelijke misstanden is direct duidelijk dat een school als deze ver af staat van ons ideaalbeeld.

Artikel 23 van de Grondwet zorgt ervoor dat ouders scholen kunnen oprichten en dat de overheid zich niet mag bemoeien met de levensbeschouwelijke leest waarop die scholen zijn geschoeid. Dit hebben we te danken aan een uitruil in 1917: de confessionelen gingen akkoord met de invoering van het algemeen kiesrecht voor mannen als de socialisten en liberalen instemden met de vrijheid van onderwijs. Als gevolg hiervan mag de overheid zich alleen met de onderwijskwaliteit, maar niet met de invulling van de geloofsrichting bemoeien. Dat beperkt de Inspectie van het Onderwijs ook in het doen van goed onderzoek.

Laat er geen misverstand over bestaan, de vrijheid van onderwijs brengt ons ook nu nog goede dingen. Het zorgt er potentieel voor dat de ouderbetrokkenheid bij de invulling en de kwaliteit van het onderwijs groot is. Maar de invulling is wel achterhaald. Steeds meer ouders kiezen een school op basis van het pedagogisch-didactisch concept. En hoeveel katholieke en protestants-christelijke scholen geven niet aan ‘eigenlijk weinig meer te doen’ aan hun religieuze identiteit?

Langste tijd gehad

De vrijheid om scholen te stichten op religieuze gronden heeft haar langste tijd gehad. Historicus en theoloog Gert Jan Geling pleitte in deze krant voor het grondig aanpassen van artikel 23 (Opinie, 19 maart).

Wij vinden dat betrokkenheid van ouders bij onderwijs een groot goed is, maar artikel 23 is een eeuw na dato zeker toe aan herziening. Het is tijd voor de ontmanteling van het achterhaalde verzuilde onderwijsbestel. Scholen moeten zich kunnen blijven onderscheiden op grond van pedagogisch-didactische aanpak, maar niet meer op basis van religie. Buiten school om is er meer dan genoeg ruimte voor ouders om zelf invulling te geven aan de religieuze vorming van hun kinderen.

Daarnaast mag de taak van scholen als het gaat om burgerschapsvorming best worden verankerd in de Grondwet. Dit betreft het aanleren van kennis en vaardigheden die noodzakelijk zijn om als verantwoordelijk burger bij te dragen aan het goed functioneren van de rechtsstaat.

VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) pleiten al jaren voor onderwijs dat boven artikel 23 en de denominaties zal zijn uitgestegen, met ‘scholen’ die voor alle leerlingen toegankelijk zijn. Dit concept noemen wij School!. Alle scholen zullen in de toekomst op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht moeten hebben voor diversiteit en levensbeschouwing. Deze verandering zal een cruciale en noodzakelijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van onze pluriforme samenleving.

Lees ook:

Zet de bijl in de grondwet om salafistische scholen te voorkomen

Minister Slob wil een nieuwe wet om de oprichting van scholen als het Haga Lyceum te voorkomen. Maar zolang de Grondwet dit soort scholen de vrijheid geeft zich te vestigen, is het dweilen met de kraan open, meent Gert Jan Geling, historicus, theoloog, arabist en docent Integrale Veiligheidskunde.

Inperken van vrijheid van onderwijs is niet de oplossing

In de Haga-saga is niet de vrijheid van onderwijs het probleem, schrijft Johan Lievens, assistent-hoogleraar aan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid VU Amsterdam. Dus de afschaffing van artikel 23 van de Grondwet is geen oplossing, kijk maar naar Frankrijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden