Opinie Onderwijs

Schaf de hbo’s af en maak er universiteiten van

Veel studenten kiezen voor de status van de universiteit, terwijl ze eigenlijk een beroepsopleiding willen volgen. Schaf het hbo daarom maar af, is de opmerkelijke conclusie van Ron Ritzen, docent en auteur van het boek ‘De kwaliteit van het hbo’. 

Schaf het hbo af, althans als benaming, en noem deze onderwijsinstelling universiteit. Dit is een buitengewoon eenvoudige maatregel die niet alleen de kwaliteit van het onderwijs ten goede komt, maar waarmee bovendien bezuinigd kan worden zonder dat iemand daar last of nadeel van ondervindt, behalve dan een klein groepje mensen dat ongetwijfeld hoofdschuddend de teloorgang van de universiteit in Nederland zal aankondigen.

Relatief veel studenten kiezen niet voor de universiteit vanwege hun belangstelling voor de grondslagen van een of ander wetenschappelijk vakgebied of vanwege de ambitie om wetenschappelijk onderzoek te (gaan) verrichten. Dat geldt ook voor de doorstroomstudenten, die na het hbo naar de universiteit gaan en daarbinnen een of twee jaar een master halen. Een universiteit levert meer status op en in de regel ook een leukere baan en een beter beginsalaris.

Uit recent onderzoek blijkt dat bijna 80 procent van de studenten (hbo/wo) het perspectief op een baan laat meewegen bij de keuze voor een studie in het hoger onderwijs. Voor een beroepsopleiding is dat natuurlijk een prima motief, maar een universiteit is nu eenmaal geen beroepsopleiding. Althans, in theorie. Want ook universiteiten incorporeren steeds meer het beroepsperspectief in hun programma. Stages zijn mogelijk en sommige onderwijsvisies lijken zelfs regelrecht uit het hbo te komen.

Daardoor ontstaat er voor veel studenten een perverse prikkel om voor de universiteit te kiezen, terwijl ze op basis van hun motieven (het willen volgen van een praktische, toepassingsgerichte en beroepsgeörienteerde opleiding) eigenlijk voor een hbo zouden moeten kiezen. De vraag is dan hoe je deze prikkel kunt wegnemen. Het antwoord is verrassend eenvoudig: noem de hbo-instellingen universiteiten en creëer een systeem waarbij een kleine groep studenten kan opteren voor een universitaire onderzoeksvariant en een grote groep voor een universitaire beroepsvariant.

Voorstel niet uniek

Beide opleidingen kennen zowel een bachelor als een master. Studenten met een vwo- of gymnasiumachtergrond kunnen desgewenst de universitaire beroepsvariant versneld volgen. Zo is ook voor hen de nieuwe hbo-variant aantrekkelijk. Dat leidt er bovendien toe dat op hbo-instellingen (nieuwe stijl) er weer meer vwo’ers rondlopen en daarvan kan een positieve impuls uitgaan. Nu is het omgekeerde het geval: bij sommige hbo-studies vertrekt de (best scorende) helft van de eerstejaars die de propedeuse halen, regelrecht naar de universiteit. En laten we eerlijk wezen: waar komen de meeste afgestudeerde academici terecht als ze hun master hebben gehaald? Niet in banen waar ze hun academische onderzoeksvaardigheden volledig kunnen inzetten. Die banen zijn er namelijk bijna niet. Die zijn voornamelijk te vinden op de universiteit. Maar dan nog: hoeveel proefschriften zijn er niet die uitsluitend gelezen worden door de promotiecommissie?

Uniek of origineel is dit voorstel niet. Twintig jaar geleden gingen in het Verenigd Koninkrijk de polytechnics al op in universiteiten of werden universiteiten. In Duitsland bestaat de variant ook, hoewel er nog wel sprake is van Fachhochschulen en universiteiten. Anders dan in Nederland werken aan beide soorten instituten hoogleraren: in 2017 was 76 procent van de hoogleraren verbonden aan de traditionele Duitse universiteiten en de rest aan Fachhochschulen. En wie meent dat een driejarige bacheloropleiding onmogelijk is, kan te rade gaan bij onze zuiderburen. In België duren de hbo’s drie jaar, net als in Nederland vroeger (dat was in de tijd dat er nog sterke opleidingen bestonden, zoals de hts en de heao). En lessen hoe het niet moet, zijn er natuurlijk ook te leren: in de VS heeft driekwart van de 4000 universiteiten een kennisniveau dat te vergelijken is met Nederlandse mbo’s.

Niet romantiseren

Twee recente voorstellen die de afgelopen maand gelanceerd werden (selectie aan de poort en financiering – mede – afhankelijk laten zijn van maatschappelijke relevantie), zijn in feite laffe voorstellen om hetzelfde te bereiken: de student in het hoger onderwijs op de juiste plek te laten studeren. Maar met deze twee voorstellen wordt om de hete brij heen gedraaid.

En laten we het verleden vooral niet romantiseren. Begin jaren tachtig waren er al universitaire studierichtingen die na een gemeenschappelijke propedeuse van anderhalf jaar, een (min of meer) praktijkstage van een heel jaar en nog eens een scriptie van een half jaar in feite maar een jaar overhielden voor de eigenlijke vakinhoudelijke specialisatie. Kortom, wordt het niet eens tijd om deze perverse prikkel uit het systeem te halen?

Lees ook: 

Maak van wetenschappelijk onderzoek geen karikatuur

Waardering vragen voor onderzoek dat aan HBO’s wordt verricht kan ook zonder een valse tegenstelling met het universitair onderzoek te creëren, aldus universitair docent Janet Veldstra.

De hbo’s verdienen meer waardering voor hun wetenschappelijke werk

Hooggeleerde collega’s zouden vanuit de ivoren toren van de universiteit een moeten kijken naar de hbo’s. Ook daar wordt wetenschap bedreven. Anders, maar dit kan de theoretischer benadering van universiteiten prima aanvullen, meent Mendeltje van Keulen, lector aan de Haagse Hogeschool en docent aan de Universiteit Leiden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden